Waarom het ook zonder notaris kan

!

Dit artikel werd gemaakt door een van onze bezoekers. Wil je reageren of zelf een artikel schrijven in onze Zoo, be our guest! Lees hier het hoe/wat/waar of begin er meteen aan.

Blij waren ze niet, de notarissen, met mijn voorstel hun rol af te nemen bij de verkoop van een huis. De meeste partijen in Vlaanderen waren er als de kippen bij om hun steun te betuigen aan de bezorgde notarissen. Gek, eigenlijk. 

‘Net zo cruciaal zijn we als een gynaecoloog bij een geboorte’, kreeg ik te horen. En dat een kwart van hun zakencijfer gemaakt werd door dat soort eenvoudige transacties. Dat er heus wel veel werk kroop in het verzamelen van attesten en het invullen van akten. Dat ze, kortom, hun geld waard waren.

Kijk, het is me natuurlijk niet om die notarissen te doen. Het zijn goedgeschoolde juristen die hun expertise kunnen blijven inzetten bij openbare verkopen, ingewikkelde operaties zoals de fusie van bedrijven of moeilijke erfeniskwesties. Er is genoeg werk voor mensen met die opleiding.

Steeds moeilijker je eigen huis kopen

Nee, waar het me om gaat zijn de jonge koppels die het steeds moeilijker hebben om een eigen huis te kopen. Wie tegenwoordig een woning van 200.000 euro op het oog heeft - en dan bevinden we ons dus nog lang niet in het exclusieve segment van de woningmarkt – heeft beter 65.000 euro op zijn spaarboek staan, wil hij een goede kans maken op een lening. Inderdaad, 65.000 euro: dat is 25.000 euro aan registratierechten en notariskosten, en 40.000 euro eigen inbreng omdat banken steeds minder bereid zijn meer dan tachtig procent van de waarde van de woning te belenen.

Laten we er van uitgaan dat je op je 25ste met zijn tweeën begint te sparen: elke maand 500 euro. Dat is best veel, want je betaalt ook huishuur, je hebt misschien kinderen groot te brengen en vanzelfsprekend geniet je graag ook wat van het leven. Elf jaar later, als je 36 bent, heb je die 65.000 euro bij elkaar gespaard. Pas dan kan je aan kopen denken.

Dam tegen verarming

Natuurlijk is een eigen woning niet de enige woonoplossing, maar het heeft zo zijn voordelen dat in Vlaanderen drie kwart van de mensen eigenaar is van zijn woning. Wie huurt, heeft meer dan dubbel zoveel kans op betalingsmoeilijkheden. En eens je lening afbetaald, heb je voor de rest van je leven een stuk meer financiële ruimte. Er zijn er nog altijd die daar minnetjes over doen, maar een eigen huis is en blijft een ferme dam tegen verarming.

Dat betekent niet dat het hele woonbeleid moet afgestemd zijn op eigendomsverwerving. Er zijn de voorbije vijf jaar meer sociale woningen gebouwd en gerenoveerd dan ooit voorheen en er is een huurpremie ingevoerd voor wie te lang moet wachten op die sociale woning. Wat mij betreft moet het overigens een doel zijn de groep mensen die recht heeft op een huurpremie fors te doen groeien. Ook de huurwet die Vlaamse bevoegdheid wordt, biedt kansen –om een centraal huurwaarborgfonds op te richten, bijvoorbeeld. Maar de vraag hoe we jonge mensen ook in moeilijke tijden aan een eigen huis kunnen helpen, blijft voor mij een essentieel aspect van elk toekomstig woonbeleid.

Registratierechten lager voor eerste woning

Een eerste antwoord is voldoende geld voorzien voor sociale leningen en die leningen toegankelijk houden voor een brede groep. Met een sociale lening kunnen kopers het volledige benodigde bedrag ontlenen. Mede door de terughoudendheid van banken wordt de vraag steeds groter. Het budget voor sociale leningen is de voorbije vijf jaar dan ook fors opgetrokken. Vijf jaar geleden werd op die manier 521 miljoen euro geleend, dit jaar gaat het om 1,4 miljard.

Wat kunnen we nog doen om die eigen woning betaalbaar te houden? Je zou de registratierechten kunnen afschaffen, da’s waar. Dat zou onze jonge koper meteen tien- tot twintigduizend euro opleveren op een woning van 200.000 euro. Alleen groeien ook voor de overheid de bomen niet tot in de hemel en moeten uitkijken geen beloftes te doen die we niet kunnen waarmaken. Wie de 1,9 miljard euro inkomsten uit de registratierechten opgeeft, moet er dus bij zeggen waar hij dat bedrag gaat besparen. Of wie hij nieuwe belastingen gaat opleggen.

Sp.a is in haar becijferde verkiezingsprogramma heel duidelijk als het gaat om lastenverlagingen. Ja, we willen de registratierechten een stukje verlagen voor mensen die hun eerste woning kopen. Maar sp.a wil de ruimte voor lastenverlagingen vooral gebruiken om de loonkost te verlagen voor welbepaalde groepen in de samenleving die vandaag moeilijk aan een job geraken: ouderen, laaggeschoolden, en ja, dezelfde jonge mensen die we aan een huis willen helpen. Door de loonlasten te verlagen, maken we het bedrijven makkelijker om jongeren een job te geven. En die job zal hen vermoedelijk nog het best helpen om hun huis af te betalen.

De notariskosten: dat kan de overheid zelf én beter

Dat betekent niet dat er geen andere manieren zijn om een woning betaalbaar te houden. De woonbonus is er één van, en daarover kan ik kort zijn. Sp.a wil die behouden, zij het in een rechtvaardiger variant. De hogere inkomens kunnen het met iets minder stellen, de lagere inkomens, alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben meer steun nodig. We vinden het niet logisch dat wie het meest steun nodig heeft bij de aankoop van een huis, het minst krijgt. Maar dat is een discussie op zich.

En dan zijn er dus nog de notariskosten. Toch algauw zo’n dikke drieduizend euro, zonder btw, als je moet lenen voor een woning van 200.000 euro. Drieduizend euro, om attesten op te vragen bij de overheid en die vervolgens voor te leggen aan… de overheid. Dat kan die overheid zelf, me dunkt. Drieduizend euro om vervolgens in een standaardcontract enkele namen en een adres in te vullen, een paar paragrafen aan te passen en er een handtekening onder te zetten. Drieduizend euro? Dat lijkt mij geen goeie deal. Dat kan de overheid niet alleen zelf, dat kan ze ook stukken goedkoper.