17 dingen die elk jongste kind veel te goed herkent

Ben jij de jongste thuis? Dan kan je de keren dat je oudere broers en zussen jou een "verwend nest" noemden al lang niet meer op één hand tellen waarschijnlijk. Kleine verrassing: NEE, ons leven was niet alleen rozengeur en maneschijn. Integendeel, als jongste kiddos kregen we met heel wat problemen af te rekenen, te beginnen bij deze 17: 

1. Je staat op bijna geen enkele kinderfoto alleen.

Of het nu je eerste verjaardag of je eerste stapjes waren: bij eender welke gelegenheid vonden jouw broers en zussen het nodig om in jouw spotlight te staan. En dan durven ze nog beweren dat jíj 'het aandachtskindje van de familie' bent. Tss...

2. Je verloor alle spelletjes van je broers en zussen omdat je nog niet kon lezen, schrijven of tellen.

En maar lachen met je stommiteiten. Pehuuuf, de vuile valsspelers.

3. Wanneer jullie 'schooltje' speelden moest jij altijd de leerling zijn zodat je zus je als juffrouw (nog meer) de les kon spellen.

En jij liet je meestal doen. 

4. Minstens één zatte nonkel heeft je 'subtiel' verteld dat je wel 'een ongelukje' zal zijn.

Je bent toen huilend in slaap gevallen omdat je dacht dat het betekende dat je ouders jou minder graag zagen dan je broers en zussen. Maar weet je wat? DAT IS ZO HARD NIET WAAR!

5. Je broers en zussen plaagden je dan weer door te zeggen dat je "aan de deur was gelegd" of dat je was geadopteerd.

En ooit op een regenachtige, donkere dag heb je gedacht dat ze het bij het rechte eind hadden. 

6. Iedereen stak voortdurend zijn neus in jouw zaken, "want jij was nog veel te jong om dat nu al te begrijpen".

Euh, hallooooo?! Ik heb óók recht om fouten te maken en eruit te leren! Dank u.

7. Je hebt nooit een babysit gehad.

Wel had je het 'gigantische geluk' dat je oudere broers en zussen op jou mochten letten. En daar maakten ze maar wat graag misbruik van met traantjes tot gevolg na het zoveelste griezelverhaal voor het slapengaan. 

8. Jouw kleerkast bestond louter uit afdankertjes.

Van je zus, buurmeisje tot je verre achternichten, van ie-de-reen heb je kleren om je lijf gehad. Gaatjes werden 'subtiel' dichtgemaakt met 'stoere' knielappen van Samson en de Smufen. Oh, wat was jij toch een kleine gelukzak...

9. Heel je leven vergeleken leerkrachten jou met je oudere broers en zussen.

En dat legde onverwacht veel druk op je schouders om het beter -  of toch zeker niet slechter -  te doen.

10. Je bent eindeloos vaak aangesproken geweest met de verkeerde voornaam.

En meteen kreeg je medelijden met de mensen die écht een moeilijke, vergeetachtige voornaam hebben...

11. Tijdens ruzies verweten je broer en zus jou wel eens dat ze door jouw geboorte minder zullen erven.

En dat vond je... gemeen. 

12. Je werd verplicht dezelfde hobby's als je broers en zussen te doen omdat je ouders geen zin of tijd hadden om je ergens anders naartoe te brengen.

En daarom kan je het nu je ouder bent nog altijd niet verdragen wanneer iemand anders beslissingen neemt in jouw plaats.

13. Je lief moest door zes verschillende mensen beoordeeld en goedgekeurd worden.

14. Je hebt úúúúren geluisterd naar hoe je ouders opschepten over je broers en zussen.

Terwijl jij nog zóveel moest leren...

15. De overige uren hoorde je ze zo hard ruzie maken met elkaar dat je niet weet hoe de helft van je Disney-films zijn afgelopen.

16. Maar het allerergste: tegen de tijd dat jij je rijbewijs haalde, afstudeerde of een andere mijlpaal bereikte, was iedereen die 'belangrijke momenten' al lang beu gevierd.

17. En je moest altijd, ÁLTIJD, in het midden zitten wanneer jullie met de auto op stap gingen.

Maar hoe vaak je broers en zussen je ook geplaagd hebben, je bent opgegroeid met de geruststelling dat je er nooit alleen voor staat. En daar ben je hen en je ouders nog altijd ontzettend dankbaar voor. 

Lees meer