Sam Van Rooy (Vlaams Belang): "Onze vrijheid neemt zienderogen af omdat we in de monetaire eurogevangenis zitten"

There's no such thing as bad publicity. En dat begrijpt Sam Van Rooy, de woordvoerder van Vlaams Belang, maar al te goed. "Authenticiteit, principevastheid en consequentheid draag ik dan ook bijzonder hoog in het vaandel", zegt hij. "Ik heb ook een grondige hekel aan lafheid, maar helaas leven we in een laffe, decadente tijdgeest, grotendeels een gevolg van de welvaart." Dat zegt Van Rooy in zijn interview voor Leiders voor Morgen.

Meer Sam Van Rooy:

Wat drijft jou in de politiek?

"Ik word gedreven door mijn rechtvaardigheidsgevoel enerzijds en de liefde voor onze samenleving en cultuur anderzijds. Wij leven (vooralsnog) immers in een fantastische samenleving met een prachtige, vrije cultuur. Daarom zou vrijwel iedereen op deze planeet graag hier willen komen wonen. Nooit bereikte de mens grotere hoogten dan de westerse mens met de democratische rechtsstaat. Onze vrijheid en welvaart zijn nergens op de wereld en nooit in de geschiedenis overtroffen. De voorwaarde voor die welvaart is vrijheid; de voorwaarde voor vrijheid is de democratische rechtsstaat; de voorwaarde voor de democratische rechtsstaat is de soevereine natiestaat."

"De leiders van dit land en van Europa verkwanselen onze vrije cultuur, onze democratische rechtsstaat en onze opgebouwde welvaart. Dit doen ze door twee ideologisch-utopische stokpaardjes als een soort nieuwe theologie boven alles te stellen: enerzijds een wereld zonder grenzen met massa-immigratie en multiculturaliteit, met als gevolg onveiligheid, vervreemding en islamisering; en anderzijds supranationalisme en Europese eenmaking of ‘integratie’, met als gevolg de uitholling van de democratische rechtsstaat en een inperking van de (individuele) vrijheid. Het gevolg is een ‘verweesde samenleving’, waarover Pim Fortuyn twintig jaar geleden al schreef. De huidige postmodernistische tijdgeest, die wordt gekenmerkt door oikofobie, de afkeer van de eigen cultuur (Thierry Baudet) en cultuurrelativisme enerzijds; en macrofilie, de tomeloze drang naar grootschaligheid anderzijds, moet worden omgebogen. De toekomst is aan de kleinschaligheid en de menselijke maat."

"Er moet, tot slot, een einde komen aan het verlammende westerse schuldcomplex, aan het chronisch gebrek aan trots op onze moeizaam opgebouwde maatschappijordening en op de vrije, westerse cultuur die daaraan ten grondslag ligt. De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper stelde terecht dat wij het ons niet kunnen permitteren om tolerant te zijn voor intolerantie. Men mag zich echter, met die idee in het achterhoofd, niet van vijand vergissen. De linkse Joods-Nederlandse historicus Jacob Presser die de Tweede Wereldoorlog overleefde, stelde dan ook visionair: “Als het fascisme in Europa ooit weer opduikt, zal het dat doen onder de naam antifascisme.” Een van de fundamentele uitdagingen bestaat erin het als antifascisme vermomde fascisme (2.0) te detecteren en uit te schakelen. Als product, vruchtgebruiker en rentmeester van onze vrije, welvarende samenleving zie ik het als mijn plicht om me hier tot het einde van mijn dagen passioneel voor in te zetten."

Merk je dezelfde drijfveren bij generatiegenoten over partijgrenzen heen?

"Ik grijp deze vraag aan om te wijzen op het feit dat de enige partij die nog een duidelijk onderscheidbare ideologie heeft mijn partij is, het Vlaams Belang. Dat is ook aangetoond door een universitair onderzoek naar aanleiding van de afgelopen verkiezingen, waaruit politicologen Peter Thijssen en Peter Van Aelst (Universiteit Antwerpen ) concludeerden: “Van sp.a tot N-VA: iedereen zit links van het centrum. Links of rechts? De tegenstelling doet er, behalve op economisch vlak, steeds minder toe. Zo liggen de kandidaten van de verschillende partijen [uitgezonderd het Vlaams Belang] ideologisch dicht bij elkaar in het centrum en links daarvan.” ‘Links’ en ‘rechts’ zijn in wezen grotendeels verdrongen door de nieuwe politieke scheidingslijn: ‘nationalistisch’ of ‘patriottisch’ enerzijds versus ‘supranationalistisch’ of ‘mondialistisch’ anderzijds."

"Los van ideologie en partijpolitiek heeft iedere politicus natuurlijk zijn individuele persoonlijkheid en drijfveren. Als u aan politici, al dan niet van mijn generatie, zou vragen of ze - zoals ik - worden gedreven door hun ‘rechtvaardigheidsgevoel’ en ‘liefde voor onze samenleving en cultuur’, dan ga ik er vanuit dat velen ‘ja’ zullen antwoorden, met allicht de toevoeging dat het behouden (of verbeteren) van onze welvaart en ons systeem van sociale zekerheid dat daar deel vanuit maakt, een van dé prioriteiten moet zijn. Het tegendeel zou verbazen, en op zich zegt dat dus weinig, want wat de een als rechtvaardig beschouwt, bestempelt de ander als onrechtvaardig en andersom; wat voor de een prachtig is aan onze samenleving, blijkt voor de ander een doorn in het oog te zijn."

"Een en ander hangt grotendeels samen met het verschillende mensbeeld dat politici hebben, alsook met de mate van maakbaarheidsdenken die hun ideologie typeert. Ik stel vaak vast dat de ideologie die mensen of politici aanhangen grotendeels wordt bepaald door hun karakter, namelijk grofweg individuele verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en een zekere mate van cultuurabsolutisme enerzijds versus collectivisme, slachtofferschap en cultuurrelativisme anderzijds. ‘Vrijheid’ vormt daarbij een sleutelbegrip, maar helaas kan ik niet zeggen dat veel mensen van mijn generatie (nog) beseffen wat het precies betekent om vrij te zijn."

Wie zijn die generatiegenoten waarmee je dezelfde drijfveren deelt?

"Ik durf daar geen namen op te plakken. Er zijn in elke partij en ideologie en binnen elke generatie wel mensen waar je een goed, minder goed of ronduit slecht contact mee hebt. Los van hun ‘drijfveren’ is het voor mij vooral van belang dat mensen een zeker fatsoen hebben in de omgang en oprechtheid en integriteit uitstralen. Ik ben daar zeer gevoelig voor. Authenticiteit, principevastheid en consequentheid draag ik bijzonder hoog in het vaandel; ik walg van huichelaars, opportunisten, postjespakkers en zakkenvullers. Laat het mij toelichten met een voorbeeld: ik heb liever te doen met een fatsoenlijke en oprechte communist (hoewel ik een diepe afkeer heb van die totalitaire ideologie) dan met een onbeleefde en huichelachtige (zogenaamde!) Vlaams-nationalist."

"Ik heb ook een grondige hekel aan lafheid. Helaas leven we in een laffe, decadente tijdgeest, grotendeels een gevolg van de welvaart: mensen hebben te veel te verliezen om hun nek uit te steken. Moedige mensen zoals Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders, Theo van Gogh, Hans Teeuwen, Afshin Ellian, Hafid Bouazza en cartoonist Charb van Charlie Hebdo zijn zeldzaam. Ofwel worden ze vermoord ofwel worden ze met de dood bedreigd (door de zogenaamde ‘religie van de vrede’). Deze heldhaftige individuen zetten echter nooit echt de toon en eigenlijk zijn/waren het halve paria’s. Mijn respect voor hen is grenzeloos, mijn dedain voor de (generatiegenoten-)politici, academici en journalisten die hen in de steek laten, ook."

"Ik wijs in dat verband graag naar de Russische schrijver-dissident en Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn die het had over ‘le déclin du courage’:"

Le déclin du courage est peut-être le trait le plus saillant de l’Ouest aujourd’hui pour un observateur extérieur. Le monde occidental a perdu son courage civique, à la fois dans son ensemble et singulièrement, dans chaque pays, dans chaque gouvernement, dans chaque pays, et bien sûr, aux Nations unies. Ce déclin du courage est particulièrement sensible dans la couche dirigeante et dans la couche intellectuelle dominante, d’où l’impression que le courage a déserté la société toute entière. Bien sûr, il y a encore beaucoup de courage individuel, mais ce ne sont pas ces gens-là qui donnent sa direction à la vie de la société. Les fonctionnaires politiques et intellectuels manifestent ce déclin, cette faiblesse, cette irrésolution dans leurs actes, leurs discours et plus encore, dans les considérations théoriques qu'ils fournissent complaisamment pour prouver que cette manière d'agir, qui fonde la politique d'un Etat sur la lâcheté et la servilité, est pragmatique, rationnelle et justifiée, à quelque hauteur intellectuelle et même morale qu'on se place. Ce déclin du courage, qui semble aller ici ou là jusqu'à la perte de toute trace de virilité, se trouve souligné avec une ironie toute particulière dans les cas où les mêmes fonctionnaires sont pris d'un accès subit de vaillance et d'intransigeance, à l'égard de gouvernements sans force, de pays faibles que personne ne soutient ou de courants condamnés par tous et manifestement incapables de rendre un seul coup. Alors que leurs langues sèchent et que leurs mains se paralysent face aux gouvernements puissants et aux forces menaçantes, face aux agresseurs et à l'Internationale de la terreur. Faut-il rappeler que le déclin du courage a toujours été considéré comme le signe avant coureur de la fin ? (Harvard, 8 juni 1978)

"Aldus ontmoet ik slechts heel af en toe eens een generatiegenoot (of iemand van een andere generatie) van wie ik durf te zeggen: dit is een zielsverwant. Wanneer dat voorvalt, bezorg me dat natuurlijk wel een bijzonder prettig gevoel."

Wat wordt volgens jou hét politieke issue van jouw generatie?

"Ik denk de (moed om op te komen voor de) vrijheid. Althans dat hoop ik, want onze vrijheid wordt langs alle kanten bedreigd, zoals ik heb aangegeven bij de eerste vraag. Voor veel mensen (ook politici) is ‘vrijheid’ wellicht een vrij abstract begrip, tot je dat concreet maakt door hen bijvoorbeeld uit te leggen dat politieke elites in Europa nog niet zo heel lang geleden in hun plaats tot de invoering van de euro hebben beslist, wat een belangrijke oorzaak is van het feit dat Europa nu richting (economische) afgrond dendert - laat u niets wijsmaken door sommige hoera-berichten. De euro heeft ertoe geleid dat wij de facto in toenemende mate worden bestuurd door een technocratische trojka bestaande uit eurocraten (de EU), de ECB en het IMF."

"Aldus moeten wij vele tientallen miljarden uitlenen en borg staan om de peperdure en welvaartsvernietigende euromunt, de monetaire sokkel waarop de tomeloze en lichtzinnige macrofilie van de Europese elites steunt, te ‘redden’. Omdat we in de monetaire eurogevangenis zitten, neemt onze vrijheid zienderogen af, en dat is vernietigend voor onze welvaart. Zoals ik al zei: geen welvaart zonder vrijheid, geen vrijheid zonder democratische rechtsstaat en geen democratische rechtsstaat zonder soevereine natiestaat. België, de EU en de massa-immigratie met de islamisering als gevolg: alle zijn ze onverenigbaar met de soevereine natiestaat die Vlaanderen zou moeten zijn, en dus ondergraven ze de vrijheid en kosten ze welvaart."

 

Lees meer

Wat is Leiders voor Morgen?