Japanse walvisvloot is weer begonnen met bloedbad

Sea Shepherd heeft de vijf schepen van de Japanse walvisvloot gevonden. De organisatie releaste foto’s en een video waarop te zien is dat de Japanners zeker drie dwergvinvissen hebben gedood. Ze lagen op het dek van de Nisshin Maru te wachten, terwijl de bemanning bezig was met een vierde walvis te slachten, waarschijnlijk ook een dwergvinvis. 

De Japanse walvisvloot bevindt zich in het Southern Ocean Whale Sanctuary, een gebied van 50 miljoen vierkante kilometer waar van de Internationale Walvisvaartcommissie niet op walvissen mag worden gejaagd. Japan is lid van die commissie.

De Steve Irwin, de Bob Barker en de Sam Simon zijn nu begonnen met het bekende kat- en muisspel van Sea Shepherd, dat moet voorkomen dat de Japanse schepen nog walvissen doden. 

De Japanse vloot werd ontdekt door de helikopter van de Steve Irwin, die eerst de Nisshin Maru vond in Nieuw-Zeelandse wateren (64°44' S, 162°34' W) in de Ross Dependency Antarctic region. Nieuw Zeeland vecht overigens sinds juni 2013 samen met Australië juridisch het doden van walvissen door de Japanners voor “wetenschappelijke doeleinden” aan bij het Internationale Gerechtshof.

De Antarctische dwergvinvis is een van de kleinste soorten vinvissen. Hij wordt tussen de 10 en 11 meter lang en 9 à 10 ton zwaar. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes. Hij is in het verleden ook zwaar bejaagd, voornamelijk rond de Antarctische wateren door Japan en de voormalige Sovjet-Unie, en voor de kust van Brazilië, waar tussen 1965 en 1985 ongeveer 14.600 dieren werden gedood. Er wordt nog steeds door Japan op de soort gejaagd, onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Ze vangen jaarlijks zo'n driehonderd dieren.