Niet te geloven: jeugdwerkloosheid in Brussel gehalveerd op 11 jaar

!

Dit artikel werd gemaakt door een van onze bezoekers. Wil je reageren of zelf een artikel schrijven in onze Zoo, be our guest! Lees hier het hoe/wat/waar of begin er meteen aan.

Tussen 2003 en 2014 daalde het percentage UVW werkloosheid met -57 procent in het Brussels gewest: van 7,8 procent in 2003 tot 3,3 procent in 2014. Dat is lager dan het percentage voor België (3,5 procent) en gaat in de richting van Vlaams gewest (2,2 procent). Ook aantal volledige leefloners daalt in Brussel van 3,6 procent naar 3,5 procent. UVW + volledig leefloon samen zakt van 8,2 procent naar 6,8 procent in 2014. Hoe meer het jongerenaantal in Brussel gestegen is door immigratie, hoe minder ze terug te vinden zijn als UVW-werklozen of in het volledig leefloon. Hoe zit het dan met die migranten die hier komen 'profiteren' van de sociale- en bestaanszekerheid? Moeten er niet eerder inspanningen geleverd worden om de NEET's, de Not Education, Emplyment, Training, juist in de systemen van bestaans- en sociale zekerheid te krijgen, in plaats van deze systemen af te bouwen?

Men mag even met de ogen knipperen als men de evolutie van de jeugdwerkloosheid in Brussel onder ogen neemt. Welke werkloosheid wordt in aanmerking genomen? Is deze evolutie niet het gevolg van een doorschuiving van leefloners, of zijn er meer studenten gekomen die evenwel ook leefloon kunnen krijgen? En is die evolutie ook zichtbaar in de aantallen, dus niet het percentage op de bevolking, en zijn er meer jongeren uit Brussel verhuisd, of minder bijgekomen? En waar zijn de anderen dan, aan het werk als loontrekkende of zelfstandige? Op al deze vragen gaan we hier verder in, met speciale aandacht voor Brussel.

En is de wisseling van generaties op het gang aan het komen zoals in een vorig artikel op Newsmonkey werd vastgesteld?

1. De Uitkeringsgerechtigde Volledige Werkloosheid (UVW) als maatstaf

1.1. De UVW in het geheel van de werkloosheidsuitkeringen

Hierbij gaan we voort op de RVA-cijfers, dwz over werklozen. VDAB, Actiris en Forem gaan in hun opdracht en statistiek voort op de Werkzoekenden, en dat zijn geen gelijke begrippen (meer). Zie het schema van de RVA dat dit uit de doeken doet. Daar gaan we niet verder op in. Om een beeld te geven van de RVA-werkloosheid, eerst een tabel met de algemene aantallen, dan apart voor de 15-24 jarigen.

De analyse gaat voort op de UVW, de Uitkeringsgerechtigde, Volledig Werkzoekende (lichtblauwe highlight), die 84 procent van de vergoede volledig werklozen omvat. In dit kader vallen de niet volledig werklozen of de werklozen met arbeidscontract (tijdelijk werklozen) weg omdat hun werkloosheid gecombineerd is met een arbeidscontract.

1.2. Vergelijking UVW (RV) en de WZUA (VDAB, Forem, Actiris)

De federale overheid is verantwoordelijk voor de werklozen (de uitkeringsgerechtigden) en de gewesten voor de werkzoekenden en de actie om hen werk te verschaffen. Dat brengt een verschil mee tussen categorieën en maakt de vergelijking niet altijd evident of mogelijk. Door de aflijning op UVW-werklozen is het nochtans interessant ze te vergelijken met de categorie WZUA, de WerkZoekenden met een UitkeringsAanvraag van de VDAB, waarmee al aangeduid wordt dat het om werkzoekenden gaat die ook in de Werkloosheidsstatistiek aanwezig zijn. Zij hebben evenwel nog enkele deelcategorieën meer, bv de geschorste werkzoekenden of de werkzoekenden zonder voldoende referentiearbeid.

De afgestudeerden in wachttijd, de zogenaamde BIT's (de jongeren in BeroepsInschakelingsTijd) zijn hier niet in begrepen, zij vormen een aparte categorie. Zij komen in het hieronder geschetste tijdsoverzicht van de UVW, na 12 maanden in de statistieken, voorzover ze dan nog geen werk hebben. Door ze niet op te nemen wordt geen afbreuk gedaan aan de vergelijkbaarheid in de tijd en de vastgestelde evoluties.

Tot 2008 liepen de UVW en de WZUA's gelijk, in 2009 is de definitie allicht voor een jaar gewijzigd maar in 2010 en 2011 waren ze opnieuw gelijklopend om, allicht weer door een aflijningsverandering, in 2013 en 2014 uiteen te lopen. Van belang is de vaststelling dat de evolutie nl een vermindering van hun aantal in 2014 gelijklopend is, dus geen gevolg is van een definitiewijziging. Voor de Foremgegevens stellen we dezelfde evolutie vast. Van Actiris hebben we de equivalente gegevens voor 15-24 jaar niet ontvangen, als iemand ze ons kan bezorgen, graag.

2. Evolutie UVW 2001-2014 (gemeten op 31/12) in aantallen

De bevolkingsaantallen bij de jongeren zijn in alle gewesten stijgend, het sterkst in Brussel. De aantallen UVW-werkloosheid zijn in alle gewesten zijn dalend, het sterkst in Brussel. Dat is het tegengestelde dan men zou verwachten. Langs het % kan het best de vergelijking tussen de gewesten gemaakt worden.

Ook in absolutie aantallen is het aantal UVW-werklozen in Brussel meer dan gehalveerd tussen 2003 en 2014, van 9.669 in 2003 naar 4.634 op 31/12/2014, nog geen 4 maand geleden.

De evolutie van de bevolking en aantal UVW als % laat toe te zien dat bij stijgende bevolking toch een daling van het aantal UVW-werklozen wordt waargenomen in het Brusselse gewest:

Op 15 jaar tijd stijgt de jongeren bevolking met meer dan 20 procent terwijl het percentage UVW-werklozen daalt met bijna 20 procent. Alsof de instroom en uitbreiding van inwoners met migratieachtergrond een relatief hogere daling van de Uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid heeft meegebracht.

Of zijn daardoor meer jongeren in de NEET toestand gekomen, dwz degenen die niet studeren, die geen recht hebben opgebouwd op UVW-werkloosheidsuitkering, geen recht op leefloon hebben (omwillen bv van het samenwonen met ouders of partners met voldoende inkomsten)? Men spreekt dan over de NEET's: de Not (niet betrokken in) Education (Onderwijs), Employment (Werk) and Training (Vorming/Beroepsopleiding), in het Nederlands de NOTV's.

Overweging: hoe zit het dan met die migranten die hier komen 'profiteren' van de sociale- en bestaanszekerheid?

2. Hoeveel studenten zijn er in de gewesten aanwezig per leeftijd

De Enquête naar de ArbeidsKrachten (EAK) geeft een aanduiding van het aantal studenten in vergelijkbare leeftijdsgroepen. We brengen de evolutie voor de laatste 4 jaar in beeld in aantal en % op de bevolking.

Voor Brussel zien de aantallen per leeftijd er als volgt uit:

De verhoging van het aantal studenten is het meest uitgesproken in Brussel, naast Wallonië en een beperktere stijging in het Vlaams gewest die in feite op een lager niveau van 2012 komt. Hiermee wordt de vaststelling in vorig artikel op Newsmonkey bevestigd van de gedifferentieerde generatiewissel in de verschillende gewesten.

Komen er meer studenten in Brussel omdat meer jongeren studies aanvatten op de leeftijd van 18+, of zijn er meer studenten uit de andere gewesten die zich in Brussel laten domiciliëren? Doordat zij in principe ook gerechtigd zijn op leefloon kan dit eventueel ook in de leeflooncijfers tot uiting komen. Niet alleen langs pendelarbeid maar ook langs hogere studies wordt Brussel op die manneer wat meer de melkkoe voor de andere gewesten. Maar dit alleen kan de extreme daling van de UVW-werkloosheid, in aantal en in percentage op de bevolking niet verklaren. Zeker niet, omdat ook de leeflooncijfers in 2014 tav 2013 gedaald zijn, zoals we verder zullen zien.

Weg met de werkloosheidsgraad

Toch nog opmerken dat in Brussel 70,8 procent van de jongeren niet actief is om redenen van studie. Ook anderen die niet in de werkloosheid of werkend aanwezig zijn, worden als niet-actief beschouwd. Daarmee wordt meteen de smalle marge aangegeven waarbinnen bv de 'werkloosheidsgraad' berekend wordt, nl. het aantal werklozen op de actieven bij de 15-28 jarigen, hetgeen een volledig vertekend beeld geeft van de jongerenwerkloosheid. De werkloosheidsgraad voor jongeren is bedrog. In het verdere verloop gaan we daarom niet verder in op de 'werkloosheidsgraad'.

3. Evolutie werkloosheidspercentage 15-24 jarigen per gewes

Veel meer uitgesproken dan bij de UVW werkloosheid voor de totale bevolking, zie BuG 256 zien we in alle gewesten een sterke daling in 2014 van het werkloosheids%. In het Waals gewest trekt dit de lijn van 2013 door, en zien we in Brussel een versterking van de tendens die ook al in 2013 tot uiting kwam. in het Vlaams gewest is de afname beperkt, maar daar was de jongerenwerkloosheid al op een erg laag niveau.

3. Komt dezelfde evolutie ook tot uiting bij de 18-19 en 20-24 jarigen?

Bij de jongeren worden ook altijd de 15-17 jarigen meegeteld die alle uit 'scholieren' bestaan waarop de leerplicht van toepassing is. Daarom is het interessant de werkloosheidsevoluties per gewest uit te tekenen voor de 18-19 jarige en 20-24 jarige UVW werklozen apart. Bij de 18-19-jarigen kent Brussel het laagste werkloosheids% van alle gewesten. Het percentage in deze leeftijdsgroep is voor alle gewesten met meer dan twee derde verminderd.

Bij de 20-24 jarigen, die veruit de talkrijkste groep vormen bij de werklozen komt het algemene beeld tot uiting. Na een vermindering van werkloosheid bij de 18-19 jarigen heeft het doorschuiven naar de 20+ een zeker cumulatief effect dat blijkens deze cijfers volledig wordt geneutraliseerd zodat ook hier de fikse daling, vooral in 2014 kan vastgesteld worden. Op een erg laag niveau gaat die daling in 2014 grotendeels aan het Vlaamse gewest voorbij.

4. Is er een verschil bij mannen en vrouwen te merken?

De 20-24 jarigen zijn de belangrijkste referentiegroep om de UVW-werkloosheid bij jongeren te meten. Is er een verschil tussen mannen en vrouwen te merken in de evolutie in de gewesten?

Bij vrouwen is de neergaande trend meer uitgesproken dan bij mannen, vooral in Wallonië en ook Brussel. De dienstenchequestewerkstelling kan hier voor alle gewesten in meespelen, alhoewel de vrouwelijke jongerenwerkloosheid in het Vlaamse gewest stabiliseert sinds 2009 en in 2013 zelfs licht stijgend is. Maar ook voor de mannen is er in alle gewesten vanaf 2013 een neerwaartse trend, maar in Brussel meer dan in de andere gewesten. Na te gaan is ook of niet meer vrouwen dan mannen gingen studeren, of als niet-actieve niet gingen werken en ook niet beschikbaar waren voor de arbeidsmarkt. Hoe dan ook is de voortdurende daling in het Waalse gewest opvallend, in Brussel is ze zelfs in 2014 versterkt, in Wallonië gestabiliseerd na een sterke daling in 2013

5. Maar is er geen doorschuiving gebeurd van UVW naar het leefloon?

Ook al zijn er tot 2015 (nog) geen specifieke maatregelen van toepassing die een eventuele doorschuiving van werkloosheid bij jongeren naar leefloon zou kunnen verklaren - vanaf 2015 kan dit wel het geval zijn voor wie langer dan 3 jaar in 'wachtuitkering' is - toch dringt een telling per leeftijdscategorie voor UVW-werklozen en leefloon zich op. Hierbij mogen enkel de volledig leefloongerechtigden meegeteld worden omdat er anders dubbeltellingen (kunnen) gebeuren: een volledige UVW-werkloze zal nooit een recht op volledig leefloon krijgen, eventueel wel een gedeeltelijk leefloon, maar deze tellen we hier niet mee. Niet alleen de telling van leefloners in 2014 maar de evolutie de laatste jaren is hierbij van belang.

Zodus is de vraag, hoeveel leefloontrekkers waren er in de onderscheiden leeftijdscategorieën tussen 2011 en 2013 en hoeveel was het totaal UVW-werklozen en volledige leefloontrekkers samengeteld de laatste vier jaar, en is een vermindering bij de ene, de UVW-werklozen niet te verklaren door een stijging in de andere categorie leefloners? En wat is het beeld als we ze samentellen?

5.1. Aantal en percentage leefloners bij de jongeren 2011-2014

De analyse van het leefloon is al gemaakt tot op het niveau van de gemeenten in BuG 261, zonder onderscheid naar leeftijd. Ook bij de jongeren is het verschil tussen de gewesten erg groot: 2x zo veel volledige leefloners in Brussel als in het Waals gewest dat op zijn beurt 3,5 x zoveel jongere leefloners telt als het Vlaams gewest. Het verschil tussen het Vlaams en het Brussels gewest is 7x. We hebben het leefloon in BuG 261 een teken van beschaving genoemd. Op vraag van een weekblad om dat 'teken van beschaving' te expliciteren in een opinie hebben we een bijdrage ingestuurd, In België is niemand veroordeeld tot de bedelstaf die, behoudens onze onoplettendheid, niet is weerhouden.

Deze specifieke situatie van Brussel heeft vele oorzaken waar we hier niet verder op ingaan. Wel of er een doorschuifoperatie geweest is of kan verondersteld worden van UVW-werkloosheid naar volledig leefloon. Dat antwoord is negatief, gezien het % leefloners licht gestegen is in 2013 maar in 2014 in het Brusselse gewest licht gedaald, zoals ook in de andere gewesten het geval geweest is.

De daling van het aantal volledige leefloners in de categorie 15-24 jaar is vooral het gevolg van de vermindering van het aantal leefloners in de categorie 18-19 jarigen van 2013 naar 2014. Hieronder het overzicht voor België met alle leeftijdscategorieën tussen 2011 en 2014. Deze tabel is een wezenlijk instrument om de evolutie naar 2015 en eventuele doorstroom van Werklozen naar Leefloon te meten. Al deze gegevens voor werklozen en leefloners zijn trouwens voor elk leeftijdsjaar tot op het niveau van de gemeente beschikbaar. We zullen niet nalaten deze evolutie in het oog te houden.

5.2. Aantal en percentage UVW-werklozen bij de jongeren 2011-2015

Opvallend is toch in alle gewesten de terugval van de werkloosheid die vooral in de 2de jaarhelft is gebeurd, als we ze vergelijken met de gemiddelde cijfers per jaar, en Brussel dus onder het gemiddelde niveau in België gebracht heeft.

5.3. Samentelling UVW-werkloosheid en Volledige leefloners

De samentelling kan voor het Brusselse gewest alleen maar duidelijk maken dat mét het leefloon erbij de dalende tendens zich nog versterkt.

De jongerenwerkloosheid en volledige leefloners in het Brusselse en het Waalse gewest zijn gelijklopend. Dat kan eigenaardig ogen maar de jongerenwerkloosheid is in Wallonië een veel groter probleem dan in Brussel, waar het vooral de werkloosheid op volwassen leeftijd is die de grootste zorgen baart. Doordat in Brussel het leefloon meer aangesproken wordt komen Wallonië en Brussel in de gezamenlijke telling gelijk.

Doordat Vlaanderen zowel voor UVwerkloosheid als voor Leefloon bij de jongeren laag scoort is het gecumuleerd aantal zeer laag, een kleine 1/3 van het niveau in Brussel en Wallonië. Hier kunnen de detectives van de transferten paaseieren rapen, en de toekomst klaart, zeker voor Wallonië niet echt op zoals we in BuG 264 hebben vastgesteld. Maar als er ergens solidariteit voor gecreëerd is dan is het voor een toestand van verschil, want waartoe dient sociale- en bestaansverzekering, of ook een gewone verzekering anders dan voor het compenseren wanneer het risico ongelijk is, ook in de tijd..

6. Meer studenten in wachttijd?

De studenten in wachttijd op uitkeringen worden niet meegeteld in deze analyse. Ze schuiven evenwel, met een jaar vertraging mee in de werkloosheid en ook de UVW-werkloosheid als ze nog geen werk gevonden hebben. De vergelijking in de tijd is dan ook perfect te maken. Het is pas na 01/01/2015 dat de wijziging in reglementering voelbaar zal worden wanneer de afgestudeerden in wachttijd na drie jaar hun recht op werkloosheidsvergoeding verliezen. Of zijn er meer studenten in wachttijd toegestroomd? Dat zou dan evenwel geen impact hebben in de cijfers van werkloosheid op 31/12/2014, maar wel in 2015.

7. Zijn de jongeren niet uit Brussel verhuisd?

Elk jaar verhuizen er ongeveer 13.000 meer mensen uit Brussel dan er inkomen. als dat saldo meer jongeren dan anderen omvat zou dat een stukje van de verklaring kunnen zijn. Maar zoals in vorige BuG 264 is vastgesteld is het negatief saldo van in en uit Brussel, migratie en verhuis samengenomen, vooral een zaak van +45 jarigen. Het omgekeerde zal eerder waar zijn, de leeftijdsgroep 15-25 jarigen zullen bij saldo misschien meer naar Brussel verhuizen dan er uit weggaan. Dat blijkt ook al uit de groei van het aantal studenten, die het sterkst is in het Brusselse gewest.

8. Meer jongeren aan het werk als loontrekkende of zelfstandige?

Als de Brusselse jongeren minder in de UVW-werkloosheid terug te vinden zijn, ook niet in volledig leefloon, en maar enkelen meer in de studentenaantallen, waar zijn ze dan gebleven? Pas eind juni 2015 komen gegevens beschikbaar naar leeftijd voor RSZ, in april voor RSZ-PPO en RSVZ. In de statistiek op de RSZ-website zijn gegevens tot het 3de kwartaal 2014 beschikbaar. De gegevens voor 15-24 jarigen in Brussel laten evenwel tot het 3de kwartaal een daling en geen verhoging zien van tewerkstelling onder RSZ-regime. Of zijn Brusselse jongeren zelfstandigen geworden?

Dus nog even geduld voor de telling van tewerkstelling per gewest van de jongeren. Maar de vraag kan al gesteld worden: waar zijn de Brusselse jongere werklozen dan naartoe, zijn ze van de aardbol verdwenen, of zitten er veel meer in Syrië dan gedacht?

Jan Hertogen, socioloog

Eerdere artikels van Jan Hertogen: Werkloosheidsbeleid België, een voorbeeld en Wisseling van arbeidsgeneraties in de gewesten, vooral voor Wallonië zonder uitzicht

Lees meer