Dagboek vanuit de onderbuik van de sp.a: op zoek naar een nieuwe rode held

© sp.a/Twitter

Elk goed verhaal heeft een held nodig. Elke partij wil een held als voorzitter. Bij sp.a zijn ze op dringend op zoek. De interne voorzittersverkiezing zijn die zoektocht. Naar de leider, maar meteen ook naar de ziel van de partij. Verslag in dagboekvorm vanuit de socialistische onderbuik die hongert naar leiderschap.

Eerst een technische dienstmededeling: dit verslag is impressionistisch van aard. De reden is praktisch: ondergetekende leidde de zes debatten van de sp.a, in alle provincies en in Brussel. Tijdens die debatten nota’s nemen is nauwelijks mogelijk, je speelt zelf een actieve rol in het proces. Wat hieronder volgt is dus een reproductie van herinneringen, impressies vanop het podium hoe een zaal vol sp.a-leden reageert op twee kandidaat-voorzitters die in de strijd van hun leven zitten.

Gent, zaal New Zebra in de Gustaaf Callierlaan

De Zebrastraat is dé plek van sp.a in Gent, een prachtig gerenoveerd centrum aan de zuidkant van de stad. Crombez-country: in de Arteveldestad stemde de afdeling unaniem voor John. Maar hoe zit het met de rest van Oost-Vlaanderen? De opkomst is spectaculair, ondanks het broeierige terrasweer zit de zaal bomvol. De vier kandidaten, running mates Stephanie Van Houtven (Crombez) en Inga Verhaert (Tobback) schuiven mee aan, zijn zichtbaar zenuwachtig. Dat het publiek dicht zit, het podium nauwelijks één trapje hoog, en de zeteltjes laag maakt de context intens.

Crombez speelt hier een thuismatch, dat is duidelijk. Bij z’n opening (“Hallo, ik ben John”) krijgt hij meteen alle lachers op de hand. Als Bruno tien minuten later zijn openingsspeech mag doen, werkt hetzelfde trucje (“Hallo, ik ben Bruno”) minder aanstekelijk. Op de derde rij zit Freya Van den Bossche ostentatief op haar smartphone te tokkelen telkens Tobback aan het woord is. Ze gunt hem geen blik.

Ten gronde presenteert Crombez zich met een handige boodschap in verkiezingen: hij is de man van de verandering. De partij moet veel beter functioneren, en de boodschap moet linkser. “Het moet anders met de partij, we kunnen niet verder blijven doen zoals nu. We moeten stoppen met rijden met de handrem op, durven opnieuw onze standpunten vol te verdedigen, ongekuist en vuil als het moet. We hebben dat ons de afgelopen jaren te vaak afgevraagd; of we wel iets mochten en konden zeggen.” En ook: “We hebben te weinig geluisterd naar de vakbonden, bijvoorbeeld in het dossier van de wachtuitkering zijn ze ons komen waarschuwen, ‘doe dat niet’. We hebben daar een verkeerde inschatting gemaakt."

Tobback krijgt het zichtbaar op z’n heupen door die bocht, en verdedigt het beleid met hand en tand. “Ik blijf achter die beslissingen staan, want onze ministers hebben goed werk geleverd. Je doet jezelf tekort John.” Tobbacks analyse is even helder: “We bijten onszelf telkens in de staart. Hoeveel keer heeft de partij al vernieuwingsoperaties gedaan, zichzelf ‘heruitgevonden’? Het heeft geen zin van telkens die kritische zelfbevraging te organiseren, we moeten nu allemaal samenwerken.”

En Oost-Vlaanderen is duidelijk meer dan Gent, ook Tobback heeft fans in de zaal. Hij countert ook het pleidooi van Crombez om ‘ongekuist en ongenuanceerd weer socialist’ te worden: “Ik wil mij niet links op de pechstrook parkeren. Wij zijn een partij die ook centrumkiezers moet blijven aanspreken.” Applaus klinkt in de zaal, de vijf aanhangers van Inga Verhaert op de eerste rij, die uit de Kempen zijn gekomen, doen luid mee.

De vragen uit het publiek komen als kruisrakketten, met directe impact. Vooral Tobback komt onder vuur: “Is het normaal dat een voorzitter voor televisiecamera’s aankondigt z’n eigen congresbeslissing niet te gaan uitvoeren?”, wil iemand van de sp.a-jongeren weten. Die kregen op een partijcongres even voor de verkiezingen onverwacht een meerderheid achter een motie over lossere regels voor cannabis. Tobback was in alle staten. En kijk: hij zet nu geen stap terug, integendeel. “Ik zou vandaag hetzelfde doen, met zulke beslissingen win je onmogelijk verkiezingen.” Maar het gaat er slecht in: een oudere man veert recht: “Wij willen een voorzitter die z’n militanten respecteert, in plaats van ze te vernederen.” Bam, daverend applaus in de zaal.

Staden, zaal Het Swok in de Ooststraat

De West-Vlamingen hebben Staden gekozen als verzamelplaats, “want dat ligt centraal”. In West-Vlaanderen welteverstaan, vanuit Brussel ben je twee uur onderweg. In een lokale sporthal is een podium opgesteld, hoog boven het publiek. Een heel andere dynamiek hier dan een dag eerder Gent: Crombez is hier al jarenlang provinciaal voorzitter. De echte base dus, maar ook minder kritisch daardoor.

Vooral Crombez' pleidooi voor decumul, geen nationale en lokale mandaten mengen, slaat hier aan. Hij doet de plechtige belofte om als voorzitter ontslag te nemen uit het parlement, “want het geldt voor iedereen”. Tobback vindt dat een slecht idee: “Laat het aan de wijsheid van de afdelingen zelf om het al dan niet toe te staan. En wat de voorzitter zelf betreft: gewoon niet verstandig. Je moet voeling houden met wat in de parlementen gebeurt.”

Inga Verhaert manifesteert zich meer. Ze zal elke avond dezelfde anekdote vertellen: “Wij nemen geen selfies, dat is voor de rechtse, egoïstische partijen. Wij zijn de partij van de ‘onsies’. Probeer dat eens, een foto van jou en allemaal anderen hier, sommigen echt knappe koppen. Dat is een onsie.” Niemand gaat er ooit op in.

Het felst gaat het over de partijwerking, en meer bepaald over de analyse van Crombez dat West-Vlaanderen gewonnen heeft omdat er harder campagne is gevoerd, omdat er meer gewerkt is, beter gecommuniceerd met de mensen, de huisbezoeken effect hebben gehad. Het is zijn pitch voor héél de partij: dat West-Vlaamse model van partijleiding overal gaan toepassen.

Tobback vindt die analyse maar niets en houdt zich niet in: “Het doet de rest van de partij, in alle andere provincies, oneer aan. Alsof de militanten daar niet hard gewerkt hebben. Het zou er nog aan mankeren dat je geen hogere score haalt, West-Vlaanderen had twee ministers.” Boegeroep klinkt uit de zaal: Tobback is geen crowdpleaser. Als hij vindt dat hij gelijk heeft, zegt hij dat open en bloot.

Het maakt de sfeer hard. Opnieuw gaat het over dat decumul-voorstel. Crombez fulmineert tegen de partij die te veel vastzit, die te veel ook voor dezelfde namen en kandidaten kiest. “Ikzelf had geen achternaam om me te helpen”, zegt hij. De zaal applaudisseert luid, Tobback blijft stoïcijns. Op de eerste rij krijgt Michèle Hostekint, sp.a-parlementslid en ook een dochter van, de handen niet op mekaar.

Leuven, Provinciehuis Vlaams-Brabant op het Provincieplein

Thuismatch voor Bruno deze keer. Stephanie Van Houtven doet ook hier haar standaarduitleg: dat de partij het in de steden wel goed doet als ze hard werkt. “We hebben wel de beste burgemeester van de wereld in onze rangen hé. Dat hij pas tweede werd is een foutje van de jury.” In Gent pakte het grapje, hier minder. Als ze diezelfde avond een tweede keer refereert naar Daniël Termont als “de beste burgemeester van het land”, kan Bruno zich niet inhouden. “Je hebt geluk dat den ouwen hier niet is vanavond. Ik denk toch dat hij dat anders ziet.” De lachers zijn deze keer op zijn hand.

De opkomst is veel kariger hier: zo’n 70 mensen. De vragen uit de zaal zijn wel scherp. Mark Elchardus zit in de zaal, maar iemand anders snijdt het thema diversiteit aan met een pijnlijke vaststelling: “Dat komt nauwelijks aan bod in jullie programma’s." Het klopt, elk besteedt er hoogstens een paar vage zinnen aan. Van Houtven countert met haar persoonlijk verhaal uit Borgerhout, waar ze district-schepen is. Ze benadrukt het idee van één gezamenlijke identiteit uitbouwen: straatfeesten, een reuzenoptocht voor iedereen. Dienstbetoon ook. Het blijft wollig, maar Tobback is het compleet eens met haar.

Een Tsjechische socialist, die ondertussen al lang hier woont en erg goed Nederlands praat, heeft kritische vragen: “De mensen hebben de keuze tussen een zoon van of de politieke zoon van de ‘keizer van Oostende’, die lege Thalys-treinen naar z’n stad laat rijden”. Tobback wil het niet horen, Crombez evenmin.

In de marge vertel ik beiden dat ik net de avond ervoor Revue Ravage ben gaan bekijken: het toneelstuk van Tom Lanoye en Josse De Pauw over een socialistische voorzitter die de macht niet kan loslaten. “Ah, niets verklappen, ik ga binnenkort kijken, ik ben razend benieuwd”, reageert Crombez. “Niet geïnteresseerd om dat te zien”, zegt Tobback droog.

Brussel, het Literair Salon op het Muntplein

Zaterdagochtend, de Brussels afdeling. Een man of dertig, dat moet het ongeveer zijn. Maar er wordt bijna gevochten om vragen te stellen: gemotiveerd zijn ze hier wel in de hoofdstad. Al na vijf minuten wil Jef Van Damme, Brussels parlementslid en luis in de pels van Tobback, weten “of die kandidaat-ondervoorzitters nu meer zijn dan enkel bloempotten”. “Want van Joke Quintens hebben we niet veel gezien hé.” Tobback gaat meteen een combat modus: het is opvallend hoe vaak de voorzitter discussies naar zich toe zuigt, ook wanneer hij dat niet hoeft te doen. Tactisch is Tobback een soort Ludo Dierckxsens: bij het minste dat hij kan, gaat hij in de aanval, zelfs al levert dat geen eindwinst op.

Alleen al op die manier maakt hij Crombez wel een betere kandidaat-voorzitter: de Oostendenaar krijgt talloze keren intensieve training in debatteren. Boven en onder de gordel. En dat is best nuttig, Crombez blijft een tikje braaf, heeft veel nodig om het uitgelegd te krijgen. Maar tegelijk luistert het publiek wel naar de zachte, rustige uitleg van de Oostendenaar; anders dan bij Tobback, waar velen in de zaal na een tijdje zichtbaar afhaken omdat de voorzitter te lang aan het woord blijft.

In Brussel komt diversiteit volop aan bod. Een ouder sp.a-lid vindt “dat we veel te veel toegeven, en het probleem is gewoon de islam, laat ons eerlijk zijn”. Verhitte reacties volgen, niemand blijkt het eens met de man. Fouad Ahidar, Brussels parlementslid, wordt emotioneel: “Ik vraag alleen maar een minimum aan respect. Kunnen we dat doen voor elkaar?”

Opvallend ook: de dertig die zijn komen opdagen beklagen zich over het gebrek aan aandacht voor Brussel, over het feit dat Bruno met sp.a “een programma voor Vlaanderen heeft geschreven, niet voor Brussel”. Het klinkt een beetje wereldvreemd, navelstaarderig: een afdeling met drie man en een paardenkop die zo op zichzelf gefocust is. Maar het fenomeen van de Brusselse afdeling als een ‘speciaal geval, geldt net zo goed bij de andere Vlaamse partijen.

Hasselt, Corda Campus in de Kempische Steenweg

Limburg, dus bakje vol bij de socialisten, zeker 200 man in de zaal. Lokaal journalistiek boegbeeld Eric Donckier zit op de eerste rij. Links in de zaal zitten de Vanvelthovens, rechts de clan-Claes.

Tobback is gemotiveerd, wil iets komen rapen hier. Verhaert probeert haar Kempische roots, en dus de verwantschap met Limburg te onderstrepen: “Als wij winnen is dat toch ook een beetje Limburg.” Het pakt niet echt.

Want het discours van Crombez blijft ook hier resoneren: “We waren de partij van de tax shift, het was ons voorstel. Maar wat is ervan over gebleven? Anderen zijn ermee gaan lopen. En de partij heeft wel een voorstel gedaan, maar ik kan u verzekeren dat niemand van de militanten hier in de zaal dat helder kan uitleggen.”

Tobback kent ondertussen de uitval van Crombez, de kritiek dat het partijvoorstel niet ver genoeg gaat. Toen hij daar de eerste keer van hoorde viel hij uit de lucht: “Jij zat toch ook op het partijbureau toen dat beslist is?” Hier in Limburg schuift hij het op de Kamerfractie: “Het is toch niet mijn schuld dat die terminologie van de viertrapsraket, gekozen door Peter Vanvelthoven en Karin Temmerman, niet aanslaat?”

Het debat neemt een vreemde wending: een dame met rood haar op de eerste rij eist een verklaring waarom het thema ‘dierenwelzijn’ niet in de vier pagina’s tellende intentieverklaring van beide kandidaten zit? De ergernis van de zaal is voelbaar, maar beide heren nemen het thema dankbaar aan: voor hen is het een onverwachte afwisseling van onderwerpen, na elke avond hetzelfde te horen en te moeten zeggen. En ja, uiteraard zijn ze allebei voorstander om dierenleed aan te pakken.

Maar even snel slaat het weer om. “Wat zeg ik tegen een kiezer als ik mij presenteer als sp.a’er en die zegt mij: ‘Ah de partij van de fils-à-papa’s en de foefelaars uit Oostende?’ Welk antwoord geven wij dan nog?” Crombez verdedigt Johan Vande Lanotte met hand en tand: “Hij was wel de man die dingen gedaan kreeg in de vorige regering. De btw op energie verlagen? Het kon niet, iedereen was tegen. Maar het gebeurde wel. De telecomsector aanpakken? Hij deed het. En kijk vandaag hoe anders het loopt met de diamantsector, die zomaar cadeaus krijgt van deze regering.”

Tobback krijgt vriendelijke tegenwind vanuit eigen rangen: Inga Verhaert eist steeds vaker bij replieken ook de micro op, toont zich lekker assertief. Het verhaal over de ‘onsie’ is ondertussen een klassieker geworden waar de entourage van Crombez gretig mee lacht.

Antwerpen, Arenbergschouwburg in de Arenbergstraat

Laatste halte: Antwerpen. Grootste afdeling van het land, thuishaven van Van Houtven én Verhaert ook. De theaterzaal met rode zitjes zit behoorlijk vol, toch zeker 300 man. Maar het scherpe is eraf bij de duo’s, ze hebben zichzelf en de tegenstand al zo vaak gehoord dat het een plaat wordt die blijft hangen.

Ruzie maken doen ze niet, maar de frictie is er wel. Crombez staat klaar in de coulissen, “maar Bruno wil met het trapje vanuit de zaal zelf komen”, komt het zaalpersoneel zeggen. De Oostendenaar haalt de schouders op, hij komt op van waar hij wil.

De sp.a lijdt onder het machtsvacuüm aan de top, de voorzitterscampagne duurt gewoon veel en veel te lang. In Antwerpen is dat het meest tastbaar: Yasmine Kherbache heeft net de dag ervoor definitief ontslag genomen als fractieleider en lokale voorzitter. Niemand vanuit de partijleiding is bij machte om de Antwerpse malaise op te lossen. Kherbache zelf zit vooraan in de zaal, staat tijdens het debat lang recht aan de kant van de zaal (een hernia speelt haar parten) en verlaat uiteindelijk de zaal lang voor alle vragen zijn afgevuurd. Vreemde houding voor een boegbeeld. En ook: van Monica De Coninck die avond geen spoor.

Het is de enige zaal waar vraagstellers het nodig vinden de micro in het publiek echt te monopoliseren, twee, drie vragen en bijhorende opmerkingen stellen. De organisatoren mijden doelbewust een oudere man die steeds maar de micro opeist. Een jonge vakbondsvrouw wil weten waarom er op het congres een werkgroep was over de tax shift als de aanbevelingen vervolgens doodleuk door de partij worden genegeerd. Tobback hapt, en krijgt fel verweer van de vrouw. Crombez laat rustig begaan.

Geen woord van de kandidaten over de malaise in Antwerpen, geen enkele vraag in de zaal over hoe een toekomstige voorzitter de toestand in de Scheldestad gaat oplossen. Dat is nochtans wel broodnodig zou je denken. Want in 2018 moet hier de eerste klap aan Bart De Wever (N-VA) uitgedeeld worden, willen de socialisten in 2019 opnieuw scoren.

De moeheid van de kandidaten en van de zaal, het is symptomatisch voor de Vlaamse socialisten. Al een jaar zijn ze op zoek, het is tijd dat er duidelijkheid komt. Niet alleen in Antwerpen.

Lees meer