Waarom deze reeks: 'De gouden eeuw van de journalistiek'?

De digitale revolutie is een oorlog met winnaars en verliezers, maar vooral met ontzettend veel kansen voor wie durft. Ze verandert ons nieuws, hoe we het consumeren en hoe het gemaakt wordt. Het is een omslag, een totaal andere manier van werken. Met deze reeks willen we ons licht laten schijnen over die revolutie, onze insights meegeven. 

De media zijn in staat van oorlog. Een oorlog tussen kranten, die vervellen tot websites. En websites die uit het niets komen, die niets anders dan zweetdieven zouden zijn maar ondertussen wel hoge ogen gooien met hun bezoekersaantallen.

Kranten die terugvechten, die muren bouwen rond hun journalistiek en daarbij de fundamentele regel van de digitale revolutie aanvechten: 'Informatie is en zal vrij zijn'. Een oorlog waar iedereen concurrent van elkaar is geworden: krant, website, openbare omroep, maar evengoed sociaal netwerk. Binnenlands en zeker buitenlands.

Vrijblijvend is die oorlog niet. Er zijn verliezers. Klassieke redacties worstelen, ‘de journalistiek’ lijkt vastgereden in een existentiële bevraging. Journalisten horen alleen maar het verhaal van saneringen, van synergie, van afdanking.

En nochtans zijn de antwoorden voorhanden. Collega-journalisten elders in de wereld zijn vandaag de modellen van morgen aan het uitvinden. En daarin schuilt het goede nieuws: die nieuwe modellen bieden kansen die de journalistiek tot nog toe nooit kreeg. Daarom ook onze optimistische, heftige voorspelling: de 21ste eeuw wordt de Gouden Eeuw voor de journalistiek.

Information overload

Stel u een wereld voor zonder Facebook, Twitter of Instagram. Of zonder de websites van de kranten, van de BBC, The New York Times, The Guardian. Een wereld waarin onze enige toegang tot nieuws de krant was, die elke ochtend in de brievenbus plofte.

Het volgende uitgebreide nieuwsoverzicht kwam pas de volgende ochtend. Hele oorlogen zijn uitgevochten over wie de controle over die informatie en waarheid daarvan in handen had. Vandaag hebben we die toegang gewoon door met een vingertop te duwen.

Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid hebben zovelen toegang gehad tot zoveel informatie. Een generatie geleden was de keuze aan infokanalen beperkt tot een paar kranten, wat radiostations en een televisiezender. Zo zagen we de wereld, onze wereld en onze plaats erin.

Vandaag vinden we het normaal dat we over zowat alles iets kunnen weten, dat de stroom aan informatie en nieuws nooit meer tot stilstand komt. Tijdens een enkele treinrit tussen Gent en Brussel, via de duim aan de smartphone, kan je meer informatie binnenhalen dan je grootouders in een heel jaar voor de kiezen kregen.

Bijna zonder het te merken zijn onze concepten van wat het betekent om verbonden te zijn met en in de wereld, aan het veranderen. De snelheid van die verandering is astronomisch.

De digitale revolutie brengt een tijdperk waarin elk van ons meteen toegang heeft tot de beste stukken, de diepstgravende journalistiek en de meest genuanceerde analyses van onze tijd. We delen onze leefwereld met elkaar op een manier die zelfs vijf jaar geleden ondenkbaar was.

Laat 1000 journalistieke experimenten bloeien

Stel u een wereld voor zonder Facebook, Twitter of Instagram. Of zonder de websites van de kranten, van de BBC, The News York Times, The Guardian. Een wereld waarin onze enige toegang tot nieuws de krant was, die elke ochtend in de brievenbus plofte. Het volgende uitgebreide nieuwsoverzicht kwam pas de volgende ochtend. Hele oorlogen zijn uitgevochten over wie de controle over die informatie en waarheid daarvan in handen had. Vandaag hebben we die toegang gewoon door met een vingertop te duwen.

Afstand is verdwenen. Grenzen zijn betekenisloos geworden. Enkel de tegenwoordige tijd is nog van tel bij nieuws. Wat we doen met die belachelijk rijke en grote stroom informatie, hoe we erdoor naar onze overheid, onze gemeenschap, onze familie, of onszelf kijken, dat bepalen we helemaal op ons eentje. De traditionele beperkingen verdampen. Zelfs in streng gecontroleerde regimes zoals China, vecht en wringt die informatie om vrij te zijn.

Journalistiek, het ‘nieuws’, heeft die technologische omwenteling omarmd, zodanig dat kwaliteit, kwantiteit, vorm en functie elke dag exponentieel toenemen. Ook de aard van nieuws is aan het veranderen. Journalisten worstelen om de veranderende kracht van die technologie op de media en het mediagebruik te blijven begrijpen. Deze reeks gaat over die worsteling: overal op redacties, in Brussel, New York, Parijs, Amsterdam, Rome of Londen vind je veel vragen en weinig antwoorden.

Want dit is een tocht zonder eindbestemming. Een tocht met enkele richtingaanwijzers, maar vooral een paar fantastische gidsen, die ons inzicht kunnen geven in hoe nieuw verandert, en hoe de realiteit daardoor ook verandert. Overal ter wereld zijn journalisten aan het bouwen aan een nieuwe context, en vinden ze de journalistiek opnieuw uit. En zo wordt die worsteling een omarming, een bevrijding.

Het nieuws zoals we dat kennen sterft uit, en wordt tegelijkertijd opnieuw geboren. Traditionele kranten en magazines – geprint op papier en tot aan uw deur gebracht – zijn gedoemd, net zoals de dinosaurussen. Tegelijk zijn er overal journalistieke experimenten gaande. Daar zitten websites bij die focussen op onderzoeksjournalistiek en nieuwsmerken die foto’s van katten en honden aanbieden naast eersteklas politieke verslaggeving. Redacties die op een krachtige manier al het gedrag van hun lezers lezen, algoritmes hebben die voorspellen wat nieuws zal worden, wat mensen delen op de sociale media. En tegelijk journalisten die gepassioneerd bezig zijn met hun vak, die hun taak en rol als waakhond als enige referentiepunt hebben en elke dag knokken om dat waar te maken.

Die omslag is een oorlog en vrijblijvend is die niet. Er zijn verliezers. Klassieke redacties worstelen vandaag, ‘de journalistiek’ lijkt vastgereden in een existentiële bevraging. En nochtans zijn de antwoorden voorhanden. Collega-journalisten elders in de wereld zijn vandaag de modellen van morgen aan het uitvinden. En daarin schuilt het goede nieuws: die nieuwe modellen bieden kansen die de journalistiek tot nog toe nooit kreeg.

Dit is de digitale revolutie. De 21ste eeuw wordt de gouden eeuw voor de journalistiek.

David Perlich en Wouter Verschelden schreven deze reeks. Samen maakten ze eerder het boek Stop De Persen. Sommige thema's en onderwerpen kwamen ook daarin aan bod.

Lees hier meteen deel 1 van de reeks "De gouden eeuw van de journalistiek"