Wat met de openbare omroep? De gouden eeuw van de journalistiek, deel 13

Meer dan ooit staat het klassieke model van een openbare omroep, die delen van de journalistiek en infotainment bestrijkt, op de helling. Maar de digitalisering maakt dat iedereen, kranten, tv-zenders en websites, elkaars concurrent geworden is. Hoe speel je dat nog zuiver?

De BBC geldt al decennia als het baken voor vele andere openbare omroepen in de wereld. En ook in de digitale wereld trekken ze mee aan de kar. Niet toevallig waren op Newsgeist, de mediaconferentie van Google dit jaar in Helsinki, verschillende BBC-mensen. Zoals Mukul Devichand, die met #BBCTrending een hele cel onder zich heeft die niets anders doet dan virale en trending verhalen oprakelen, checken en gedetailleerd brengen naar alle BBC-platformen. Of Ros Atkins, een BBC-boegbeeld, die met z'n show Outside Source enorm experimenteert met interactiviteit en ondermeer Periscope mee groot maakt.

De Britse openbare omroep heeft als geen ander de digitale revolutie omarmd en is daardoor, meer dan gelijk welk mediamerk, een wereldspeler geworden. Historisch was de BBC al in veel delen van de wereld aanwezig, vaak via korte golfzenders of satelliet. De omroep heeft de ambitie om heel de wereld als het speelveld én doelpubliek te zien. Zeker bij de BBC World Service was en is een luisteraar in Luanda, Angola evenveel waard als een in Straford-Upon-Avon, Groot-Britannië.

Uiteraard was die ambitie om heel de wereld te bestrijken, te coveren en te bedienen behoorlijk duur in het oude, analoge tijdperk. Met de digitalisering en de komst van het internet zag de BBC vrij snel in dat zich een gouden kans voordeed om een groter publiek te gaan bedienen tegen een veel lagere kost. De reeks websites die de openbare zender runt, het aanbod aan televisiebeelden, live radio en tv, podcasts, en uiteraard artikels op de nieuwssites, los nog van de enorm actieve rol van de BBC op de sociale media, doen anderen tandenknarsen van jaloezie. Want het is uiteindelijk de Britse belastingbetaler die dit mogelijk maakt.

Welk domein is nog van wie?

Vroeger waren radio en televisie de media waarin de staat een rol speelde. Dat is historisch gegroeid: het vergt nu eenmaal gigantisch investeringen om studio’s en zendmasten te bouwen en personeel aan te nemen om dat allemaal te bemannen. Dus pionierde de overheid. De instapkosten voor de privéspelers waren, zeker in kleinere markten haast niet te overzien.

Dit is meteen ook de hoofdreden waarom in de Verenigde Staten de openbare omroep, de PBS voor televisie en NPR voor de radio, nooit groot is geworden. De Amerikaanse consumentenmarkt is dusdanig groot dat de privésector geen enkel probleem had om veel te investeren in commerciële radio en televisie. Uiteraard speelde ideologie ook een rol; een al te sterke overheid is automatisch verdacht in de Verenigde Staten. In Europa hebben burgers minder moeite met een staatsomroep.

Zeker in Europa was de historische rolverdeling altijd duidelijk: radio en televisie zijn deels van de overheid, maar papieren kranten en tijdschriften zijn van het particulier bedrijfsleven – tenzij in een dictatuur natuurlijk: in het voormalige Oostblok was alles in staatshanden. Sinds kort is Wallonië in via de intercommunale Tecteo de politiek ook baas bij een flink deel van audiovisuele én geschreven pers. Allesbehalve gezond.

In Vlaanderen is de opdeling ook jarenlang zou gebleven: radio en televisie zijn voor de overheid en papier is voor de privé. Iedereen gelukkig. En overigens is het geen toeval dat printbedrijven in België eigenaar zijn van de commerciële radio- en televisiezenders. Dat was bij de oprichting van die zenders expliciet de bedoeling: de printsector zag de komst van commerciële televisie als een grote bedreiging voor de reclame-inkomsten van kranten en magazines. En dus besloot de politiek dat die printbedrijven de aandeelhouders van de nieuw op te richten Vlaamse commerciële zender zouden worden.

Dat zo elke ideologische strekking mee eigenaar zou zijn - want toen waren de kranten nog uitgesproken ‘katholiek en Vlaams’, zoals De Standaard, Het Nieuwsblad, Het Volk, of ‘liberaal’; zoals Het Laatste Nieuws en ‘socialist’ zoals De Morgen - speelde uiteraard ook een grote rol voor politici die dit plan bedachten. Tot op vandaag hebben De Persgroep (Het Laatste Nieuws, Dag Allemaal, De Morgen) en Roularta (Knack en Trends) elk de helft van de VMMa (VTM en Kanaal2) in handen. Telenet en Corelio (meerderheidsaandeelhouder van het Mediahuis) controleren samen Vier en Vijf.

Televisie wordt op dezelfde manier als gratis online nieuws gefinancierd: door advertenties te zetten rond een populair aanbod. Hoe meer kijkers voor een programma, hoe duurder het advertentieblok rond dat programma. Uiteraard komt ook dit model zwaar onder druk te staan. De schaarste die door analoog kijken gecreëerd wordt –er zijn maar een beperkt aantal reclameblokken mogelijk in één uur of één avond televisiekijken – valt weg als je digitaal consumeert. Je kan als digitale kijker doorspoelen en de reclame overslaan. Of nog erger voor televisiestations: de kijker hoeft helemaal niet meer naar de zender te gaan, want het programma staat elders op het net, zoals op Youtube – en dan spreken we nog niet over de komst van Netflix en andere aanbieders van film en televisieprogramma’s, die via het net tegen een vaste abonnementsprijs bijna alles aanbieden, uiteraard zonder reclame.

Uitgesteld kijken, waarbij kijkers een programma digitaal opnemen en daarna, zonder de advertenties bekijken, wordt steeds populairder. De technologie laat consumenten toe om afscheid te nemen van de reclame, die uiteraard wel tot nog toe de kosten van televisieproductie droegen. Vandaar de verhitte discussies tussen zenders en kabelmaatschappijen, overal ter wereld. Die eerste groep eist systematisch meer geld van die tweede groep, om de verloren reclame-inkomsten te compenseren. Een logische vraag van de televisiezenders, maar natuurlijk een compleet verkrampte en totaal achterhaalde poging om het zakenmodel van televisie nog te redden.

Tegelijk schuiven steeds meer kabelmaatschappijen op in de richting van 'content': ze willen zenders hebben, ze willen sites hebben, die reclame-inkomsten genereren. In België heeft een van de grootste kabelmaatschappijen ter wereld, Liberty Global zo Telenet. Dat geldt een beetje als het internationale proefkonijn van het moederbedrijf: Telenet experimenteert hier in ons land met een vergaande 'contentstrategie' om te zien wat werkt en niet. Dan kan Liberty Global dat elders succesvol uitrollen. Zo is er het voorbeeld om, als je de pauzeknop induwt tijdens het kijken, er een reclameboodschap komt bij Vier en Vijf. Lukt dat model, dan kopieert het bedrijf het vast en zeker naar andere markten.

Worsteling van televisie

Maar net zoals kranten, hebben commerciële televisiezenders het bijzonder moeilijk, zeker in Europa, om zich online opnieuw uit te vinden. Ze missen daarbij de creativiteit en de lenigheid van kleinere nieuwkomers, exact zoals in de krantensector.

Daar tegenover staat de openbare omroep, die in principe fantastisch zou moeten gedijen in een digitale wereld. Want overal ter wereld is de rol van die omroep wel ongeveer zo gedefinieerd dat ze moet instaan voor het organiseren van het publieke debat, dat ze de ‘publieke sfeer’ moet creëren, om Jürgen Habermas eens op te voeren. Niet zelden is de nieuwsredactie van een openbare omroep, in Europa althans, de grootste van het land. Dat is zo in Vlaanderen, maar net zo goed bij de BBC. In principe zou de VRT dus de slagkracht en middelen moeten hebben om meer te doen en verder te gaan dan gelijk welke andere krant/website.

In die zin is het vreemd dat de VRT zo veel 'aggregeert': ze herkauwen op hun site deredactie.be, maar ook in hun radio- en tv-nieuws, ontzettend veel berichten die op andere redacties gemaakt zijn. Pure, originele verslaggeving, daar worden opmerkelijk weinig mensen van die grote redactie voor ingezet. Wat is de meerwaarde van een site die herschrijft wat al elders verschenen is, of wat via Belga bij alle sites zit? Of waarom een ochtendshow op de radio die de kranten om het uur voorleest? Die journalistieke drang om origineel werk te brengen is nochtans de bread and butter van onder meer de BBC, en de enige manier om je ook in de 21ste eeuw relevant te maken en te houden.

Het fantastische middel genaamd internet

Al dat aanbod van die nieuwsdienst wil een openbare omroep in principe zo breed en goed mogelijk verspreiden en delen: helemaal gratis. Want dat is net de kerntaak van een openbare omroep. Internet is daarvoor een fantastisch middel. Meer zelfs, sociale media en alle digitale meettechnieken laten vandaag toe om een relatie met de consument – of liever ‘de burger’– op te bouwen. Een relatie van wederkerigheid, van inspraak en van betrokkenheid.

Dit vormt natuurlijk een huizenhoog probleem voor elk privé-initiatief op het vlak van de media. Want de overheid is plots een concurrent geworden voor alle kranten. Terwijl die hun overleving proberen te verzekeren met online-advertenties te werven of achter een betaalmuur te gaan, duikt daar plots een mastodont van een concurrent op met een geheel gratis aanbod. En commerciële televisiezenders moeten concurreren tegen een zender die in principe al haar programma’s op elk moment en voor iedereen online zou kunnen aanbieden. Want de burger heeft er tenslotte voor betaald om die programma’s te laten maken, dus waarom zou die zich dan aan een zendschema moeten houden als die zo’n programma wilt bekijken?

In de meest recente discussie over de beheersovereenkomst waren de grote privé-spelers duidelijk: de VRT moet zich online koest houden. Niet te veel, niet te fel. Het zou bijzonder vreemd zijn dat net in een tijdperk waarin de mogelijkheden van de media om écht een maatschappelijke rol te spelen zo zijn toegenomen, de openbare omroep op de achtergrond wordt gedrukt. Dan kan je beter geen openbare omroep hebben.

Maar tegelijk zou het bijzonder gevaarlijk zijn om de journalistiek enkel of grotendeels over te laten aan de overheid. De pers immers is de waakhond van die overheid, moet die van nature wantrouwen en lastigvallen. Daarom mag en kan ze er nooit te veel van afhangen.

De technologische ontwikkelingen hebben net veel meer mogelijkheden aan de journalistiek an sich gegeven, omdat die veel minder dan vroeger gebonden is aan een industriële activiteit zoals krantendrukken, dure studio’s onderhouden of een vloot vrachtwagens laten rijden. Een openbare omroep die de klassieke nieuwsbedrijven helpt zich om te vormen en tegelijk nieuwe, kleinschalige initiatieven kan ondersteunen en laten groeien, is nog niet zo’n gek idee.

Wetende dat bepaalde takken van de journalistiek, denk aan de regionale verslaggeving, bijzonder moeilijk rendabel te houden zullen zijn in een digitale wereld, is er daar zeker een rol voor de openbare omroep. Het is zaak die taakverdeling zo helder mogelijk te krijgen, wat niet evident zal zijn. Want politici die over krachtverhoudingen in de media moeten beslissen, dat is de kat bij de melk zetten. En de lobbykracht van een mediagroep die zowat de helft van het landschap in handen heeft, die valt niet te onderschatten.

Tenslotte is het bijzonder naïef te geloven dat de VRT de grote vijand is, als je vandaag in de mediabusiness in Vlaanderen actief bent. De BBC voelt dat dagelijks: in het Engels zijn de concurrenten nog steeds The Guardian en The Sun, of Channel 4 en BSkyB. Maar daar zijn Amerikanen zoals CNN, MSNBC, maar ook BuzzFeed, Huffington Post of Mashable bijgekomen. Plus voor de advertentiemarkt zijn het Google en Facebook die met de inkomsten gaan lopen.

En alle grote merken zijn bezig zich uit te breiden, eerst naar de andere Engelstalige markten, maar daarna naar andere grote taalgebieden. Het Nederlands is daar voorlopig niet bij, maar dat blijft niet duren. Een duurzaam lokaal ecosysteem voor de media onderhouden is dan net een gedroomde taak voor de openbare omroep. Dat veel liever, dan miljoenen belastinggeld blijven kieperen in staatssteun aan BPost en kortingen op BTW-tarieven, zonder dat de beleidsmakers enige zeg hebben over hoe die staatssteun besteed wordt.

David Perlich en Wouter Verschelden schreven deze reeks. Samen maakten ze eerder het boek "Stop De Persen". Sommige thema's en onderwerpen kwamen ook daarin aan bod.

Lees hieronder ook de andere afleveringen van de reeks. Morgen: Waarom we zo hoopvol zijn over de toekomst. De gouden eeuw van de journalistiek, deel 14