Deze 10 dingen hebben we te danken aan de Eerste Wereldoorlog

Precies honderd jaar geleden brak ook in ons land de Eerste Wereldoorlog uit. Een strijd die voor de huidige generaties compleet zinloos lijkt, en aan meer dan 15 miljoen mensen het leven kostte. WO I zou later ontaarden in een nog grotere oorlog. Maar ondanks al die ellende zijn er ook tien positieve dingen die tussen 1914 en 1918 ontstaan zijn. En die heel misschien alsnog enige zin kunnen geven aan al die verloren levens.

1. Plastische chirurgie

© Thinkstock

Naast de vele dodelijke slachtoffers die een oorlog opeist, overleven ook veel mensen de strijd met zware verminkingen of na het verlies van bepaalde ledematen. Sommige oorlogsreeksen op televisie schuwen de gruwelijke beelden niet. Oorlog is verschikkelijk en walgelijk. Maar die horror heeft er ook voor gezorgd dat men naar oplossingen is beginnen zoeken om verminkingen te corrigeren: de plastische chirurgie was geboren.

In Groot-Brittannië kreeg chirurg Harold Gillies na de slag bij de Somme veel verminkte soldaten op bezoek. Hij en zijn team hadden de opdracht om zwaargewonde gezichten helemaal te reconstrueren. Aangezien ze niet over de nodige kennis beschikten, zat er niets anders op dan gloednieuwe en radicale technieken uit te proberen. Veel van die technieken bleken wonderbaarlijk erg succesvol te zijn, sommige worden ook vandaag nog toegepast. Het feit dat mensen nu weer in de spiegel durven kijken na het werk van een plastische chirurg, hebben we dus eigenlijk aan de vele oorlogsslachtoffers te danken.

2. Psychiatrie

© Thinkstock

Wie zonder uiterlijke verwondingen toch levend uit een oorlog terugkeert, kan alsnog ten prooi vallen aan een ander soort wonde: een mentaal trauma. Voor de eerste keer in de geschiedenis trad de psychiatrie naar de voorgrond, aangezien regeringen en legers begrepen wat de gruwel van een oorlog met een mens kan aanrichten. De mentale reactie op deze gebeurtenissen werd omschreven als 'shellshock'.

De nieuwe methoden om mentale problemen te behandelen, waren soms vrij grof, zoals het toedienen van elektrische schokken. Maar anderen hebben geleid tot een beter inzicht in psychiatrische behandelingen. De vrouw van Winston Churchill paste bijvoorbeeld al vroeg een vorm van ergotherapie toe, een poging om dagelijkse handelingen weer mogelijk te maken bij mensen die een lichamelijke of psychische beperking hebben. Ook andere methoden zijn vanaf deze periode stilaan normaal geworden. Ze openden deuren in het leger, waar voordien nogal denigrerend werd gedaan over soldaten met mentale problemen.

3. Vrouwenrechten

© Getty Images

De twintigste eeuw is voor vrouwen een lange, maar hoofdzakelijk succesvolle strijd om gelijkheid geweest. Vrouwen die voor de Eerste Wereldoorlog geboren zijn, hadden geen andere optie dan te trouwen, jarenlang voor het huishouden te zorgen en hun mond te houden wanneer het over het beleid van het land ging. Tijdens de oorlog veranderde dat plots: vrouwen moesten het huis verlaten om te gaan werken. In Groot-Brittannië zouden twee miljoen vrouwen aan de slag zijn gegaan.

Dat klinkt misschien nog steeds niet zo positief, maar in werkelijkheid leerden ze vaardigheden die voordien onmogelijk waren voor het vrouwelijke geslacht. Maar wat echt telde, was natuurlijk het recht om te gaan stemmen. Mede dankzij hun opofferingen tijdens de oorlog kregen Amerikaanse vrouwen in 1920 gelijke burgerrechten. In Europa duurde het iets langer, maar tegen 1948 mochten ook in ons land vrouwen naar de stembus gaan.

4. Luchtvaart

© Getty Images

Voor de Eerste Wereldoorlog was de luchtvaart nog een riskante sport voor rijkelui, maar na de oorlogsjaren was de sector klaar om een echte industrie te worden. Met het oog op oorlog voeren, werden grote geldbedragen door overheden in de technologie gepompt, zodat vliegtuigen veiliger werden en in staat waren om langere afstanden af te leggen. In 1919 slaagden John Alcock en Arthur Brown in hun allereerste non-stop transatlantische vlucht in een gevechtsvliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog.

Het was een geweldige prestatie van het duo, want de vlucht duurde maar 17 uur, terwijl de oversteek op dat ogenblik in een boot nog steeds een week in beslag nam. De Duitsers hadden geëxperimenteerd met zeppelins en die technologie leidde ook tot de eerste commerciële vluchten tussen Europa en Noord-Amerika.

5. De Verenigde Naties

© Getty Images

De huidige organisatie die we de Verenigde Naties noemen, is opgerezen uit de asresten van de Tweede Wereldoorlog, maar de basis hiervoor is eigenlijk in '14-'18 gelegd. Na de overwinning van de geallieerde troepen werd besloten dat er een organisatie moest komen die zou vermijden dat er ooit nog eens zo'n grote oorlog kon uitbreken. De Volkenbond was echter een serieuze mislukking: de organisatie was zwak en slaagde niet in haar belangrijkste opzet, want er kwam een nog grotere oorlog.

En toch is de VN ergens in de loopgraven ontsproten, want heel wat ideeën vonden in deze tijd hun oorsprong. Sindsdien zijn er nog veel oorlogen en gruwelijkheden geweest, maar de organisatie heeft ook al veel bloedvergieten kunnen vermijden.

6. Bloedtransfusies

© Thinkstock

In de beginjaren van de twintigste eeuw waren bloedtransfusies nog een riskante onderneming met een hoog sterftecijfer. De Eerste Wereldoorlog bracht ook daar verandering in. Dokters waren genoodzaakt om meer risico's te nemen en nieuwe technieken uit te proberen om hun patiënten te redden. En net zoals bij de plastische chirurgen leidde dat tot belangrijke medische doorbraken. Bijna alle aspecten van een succesvolle bloedtransfusie stammen uit deze oorlog.

Bruce Robertson ontwikkelde in 1916 in het Canadese leger een techniek om bloed met een naald en een holle buis te injecteren. Tot dan moesten artsen nog letterlijk de ader van hun patiënt openen. Een jaar later was er in het Amerikaanse leger nog een Robertson, Oswald was zijn voornaam, die plots besefte dat je bloed kunt opslaan voor toekomstige transfusies. Bloedbanken hebben hun oorsprong hier dus gevonden en ontelbaar veel mensen zouden zonder deze techniek overleden zijn.

7. Een sterk Noord-Amerika

© Thinkstock

Tot de Eerste Wereldoorlog was er van Amerika als grootmacht nog geen sprake. De wereld werd bestuurd vanuit Europa, Groot-Brittannië was het machtigste land ter wereld en de Duitsers waren helemaal niet bang van het zwakke Amerikaanse leger. Maar toen Europa aan het einde van de oorlog in puin lag, zag het Noord-Amerikaanse continent de kans schoon om een supermacht te worden.

En niet alleen de Verenigde Staten bloeiden op, ook Canada wist meer en meer uit de Britse schaduw te treden. Zelfs Mexico, dat niet deelnam aan de oorlog, merkte een kleine economische boost.

8. Het verbod op chemische wapens

© Thinkstock

In de VRT-reeks In Vlaamse Velden was al te zien hoe sommige soldaten zware longproblemen krijgen na blootstelling aan gassen. Chemische stoffen hebben tussen 1915 en 1918 aan beide kanten tot veel doden en gewonden (brandwonden, blindheid, ademhalingsproblemen,...) geleid. De effecten van mosterdgas en andere chemische vuiligheid hebben tot zo'n afkeer geleid dat er een protocol kwam. En sinds 1925 heeft dat in veel conflicten als een soort reglement gediend waardoor we er maar zelden meer mee worden geconfronteerd. Mede daardoor was de hele wereld zo geschrokken van de impact die chemische wapens in Syrië zouden hebben veroorzaakt. Gelukkig is dat geen norm geworden in andere oorlogen.

9. Poëzie en kunst

© Thinkstock

De toestand in de loopgraven heeft hier en daar meesterwerken voortgebracht. Zo leidde het tot literatuur die in de Engelse letterkunde hoog wordt gewaardeerd. In Frankrijk vond Guillaume Apollinaire het surrealisme uit. En misschien hadden we zonder de oorlog nooit kennis gemaakt met de meesterwerken van Ernest Hemingway, Virginia Woolf of Arnold Schönberg. En natuurlijk is er het bekende gedicht van John McCrae, dat ook achter de titel van de VRT-reeks In Vlaamse Velden zit: In Flanders Fields.

 

10. Democratie

© Thinkstock

Hoewel iedereen de Eerste Wereldoorlog graag uit onze geschiedenis zou wissen, heeft de gruwel ook geleid tot de maatschappij die we vandaag kennen. Niemand die nu leeft, kan het Groot-Brittannië van voor 1914 een democratie noemen. Ook in ons land waren de Franstaligen de sterkste bevolkingsgroep. Het was een tijd waarin er nog sterke adelijke huizen waren zoals we die zien in de Britse reeks Downton Abbey. Na de oorlog kreeg dit klassesysteem een zware klap waar het nooit volledig van zou herstellen. Sociale groepen begonnen aan de rechten van de gewone mens te denken en stilaan begon de democratie in grote delen van Europa vorm te krijgen.

© Thinkstock

Al deze dingen doen niets af aan het feit dat de Eerste Wereldoorlog het begin van een paar donkere decennia was, maar honderd jaar later kunnen we ons toch optrekken aan de vaststelling dat er ook goede dingen uit zijn voortgekomen. Sommige dingen uit deze lijst zouden we anders misschien nog altijd moeten missen. Niemand kan immers zeggen hoe de wereld zonder die twee gruwelijke Wereldoorlogen zou zijn geëvolueerd.

Lees meer

(Bron: Listverse.com)