Mat Whitecross heeft met 'Oasis: Supersonic' de ultieme Oasis-docu gemaakt: "De broers houden écht van elkaar!"

Mat Whitecross is een sympathieke peer – 39, ziet er tien jaar jonger uit – en een meer dan verdienstelijk documentairemaker. Whitecross won in 2006 de Zilveren Beer op het filmfestival van Berlijn voor het spraakmakende ‘The Road To Guantánamo’ (een gedeelde regie met Michael Winterbottom) en is ook gebeten door muziek. Hij maakte al biopics over Ian Dury (‘Sex & Drugs & Rock & Roll’) en over vijf vrienden die fan zijn van The Stone Roses (‘Spike Island’). Met het nieuwe en knappe ‘Oasis: Supersonic’ is hij opnieuw bij de Britpop belandt. ‘Supersonic’ – over de steile opgang van de band in de beginperiode van Oasis -  wordt de definitieve Oasis-documentaire genoemd en daar kunnen wij alleen maar op zeggen: awel ja. 

Mat Whitecross: Ik ben opgegroeid als een fan van Oasis, maar ik wilde geen documentaire maken die alleen voor de fans bedoeld was. Natuurlijk: fans zullen kijken. Moeten kijken. Maar ze zullen ook de grote delen van het verhaal al kennen, ze weten hoe het gegaan is. We wilden Oasis voorstellen aan misschien een nieuwe generatie muziekfans en tegelijkertijd diegenen te vriend houden die de band al meer dan 20 jaar volgen. En dat wilden we doen door een echte inkijk te geven, een intiem verhaal te vertellen. We zijn op zoek gegaan naar nooit eerder vertoond materiaal, versies van nummers die niemand ooit eerder gehoord had. Aan de andere kant: je kan ook geen documentaire over Oasis maken zonder het over Wonderwall of Don’t Look Back In Anger te hebben, dus die moesten er ook zeker in.

Geboren verhalenvertellers

Het beste nieuwe materiaal zijn natuurlijk de interviews met Liam en Noel, want jongens: dat zijn geboren verhalenvertellers.

Whitecross: Echt: de beste in de wereld. Ik heb ze zelfs moeten remmen, want zo zijn ze: je stelt ze een vraag of twee en ze zijn vertrokken en dan blijven ze vertellen. Allebei. Dus ik kon gewoon achteroverleunen, luisteren en lachen, al moest ik hen ook wel in bepaalde richtingen sturen om het verhaal te kunnen vertellen dat ik voor ogen had. Ik heb wel zo?n 20 uur met hen gepraat en toen we het einde van het proces naderden, wilde ik helemaal niet dat het stopte, probeer je het afscheid toch nog te rekken.

 

Er zitten ook fantastische animaties in de film, een geweldige manier om de dingen die Liam en Noel zeggen die je niet op een andere manier kan tonen toch te tonen.

Whitecross: Het was echt een puzzel. Die animaties zijn ontstaan op een grote – grote – tafel met alle exemplaren van NME en kranten en al het materiaal dat we hadden. Het was echt een soort van puzzel. En dan zijn we beginnen denken: waar hebben we animaties nodig om iets bevattelijk te maken en hoe kunnen we dat doen? We mochten er niet te veel van hebben, want dan werd het stom, maar ook niet te weinig, want dan leken ze overbodig.

Je hebt hen in een eerder interview al vergeleken met The Rolling Stones (“Oasis deed in drie jaar wat The Stones in vijftien jaar deden”), Liam maakte de vergelijking met The Beatles. Jullie hebben elkaar daar wel in gevonden.

Whitecross: (lacht) Ze waren de grootste band ter wereld toen ik opgroeide. Dus in mijn wereld daar en toen waren ze mijn Beatles en mijn Rolling Stones, absoluut. The Beatles hebben de reis als eerste gemaakt, hebben als eerste in een stadion gespeeld. Ik denk dat Oasis de laatste band is die echt die reis van die steile opgang heeft gemaakt. Zoals Noel zegt in de documentaire: ik denk echt dat er nooit meer een band zal komen die zo alomtegenwoordig groot kan worden als Oasis.

"Things meant more"

Noel heeft daar een interessante theorie over, die ik wel volg. De film begint en eindigt met de twee concerten die Oasis gaf in Knebworth, voor zo’n 250.000 mensen, maar 7 miljoen mensen probeerden die dag wel tickets te bestellen. Noel zegt: “Het was de laatste grote verzameling van mensen voor de geboorte van het internet. Het is geen toeval dat dingen zoals dat nu niet meer gebeuren: het was voor het digitale tijdperk, voor de talentenjachten en voor reality-tv. Dingen betekenden meer.” Misschien zijn we oude mensen hier tezamen, maar ik denk dat hij wel een punt heeft.

 

Whitecross: Het is moeilijk om te zeggen, want ik denk dat jij nu ook zal zeggen dat de dingen waar de jeugd tegenwoordig naar luistert toch niet meer muziek is zoals het vroeger was. Dat het vroeger allemaal beter was, die gedachte. Tegelijkertijd: muziek betekende wel meer. Of was bevatbaarder. Als je muziek wilde leren kennen, moest je naar de radio luisteren. Als je een plaat wilde kopen, moest je naar de platenwinkel. En je had zakgeld voor in het beste geval twee platen per maand waar je dan echt mee ging léven. Die je luisterde en luisterde tot je ze vanbinnen en vanbuiten kenden. Nu luisteren mensen twee keer naar een album – als ze dat al doen – en dan gaan ze door naar het volgende en na een week of drie wordt een plaat als oud bestempeld. Ik denk dat het geen verkeerde gedachte is om te zeggen dat vroeger, in die zin, muziek belangrijker was. Meer betekende.

Heb je het gevoel dat je weet wie de Gallaghers zijn nu, dat je ze kent?

Whitecross: Ik denk het wel, eigenlijk. Het ding is: ik heb alle informatie in een documentaire van twee uur moeten persen. De eerste versie van de film was acht uur. Dus ik weet veel meer dan wat er in de documentaire zit. In zo’n film kan je eigenlijk alleen maar een idee geven van wat er gaande is in iemands leven, maar in alle bescheidenheid: ik denk wel dat we dat goed gedaan hebben. En ook: ik denk dat de beide broers zichzelf ook beter hebben leren kennen in het proces. Liam zei letterlijk: “Dit was de therapie die ik nooit gehad heb” en ik denk wel dat dat voor een stuk klopt.

Je geeft wel een goed beeld van de band tussen de broers, vind ik. Het gaat voor een keer verder dan “Ze kunnen elkaar niet uitstaan.”

Whitecross: Het is ook meer dan dat. Het is hun moeilijke kindertijd, het is het milieu waarin ze opgroeiden, het is de druk om voortdurend als broers bij elkaar te zijn in een band die onder druk staat en sneller groeit dan iemand ooit verwacht had. Het is dat allemaal bij elkaar. En tegelijkertijd laten we ook zien dat de broers ook echt wel van elkaar houden, ook al zullen ze dat zelf nooit toegeven. Ze weten echt wel wat ze hebben aan elkaar. Je ziet hen ook plagerig en tegelijkertijd liefdevol met elkaar omgaan, zoals broers dat doen. Ze hebben een band met elkaar die ze nooit met iemand anders zullen hebben.

Het is zelfs opmerkelijk hoe positief Noel over z’n broer is in de film. Hij zegt ergens: “Ik heb altijd meer op m’n broer willen lijken: hij was knapper, groter en grappiger dan ik, zijn kleren stonden hem beter en er was een periode dat hij de beste zanger ter wereld was.”

Whitecross: Dat zegt alles. Ze geven best veel om elkaar. Het ding is: ze reageren op elkaar. Als de één iets over de ander zegt, zegt de ander iets terug en dan ontploft het. (lacht) Je moet het je ook eens voorstellen: je deelt een kamer met zes jaar jongere – of oudere broer – en je kan niet wachten tot dat moment dat je het huis uit kan en je broer alleen nog maar met kerst hoeft te zien. En dan ga je ermee op tour, op dezelfde bus, in hetzelfde hotel, altijd bij elkaar.

De drang om te ontsnappen. En hoop.

Eén van de meest bijzondere scènes in de film zit zo’n 50 minuten ver. Dan praten de broers over hun vader, die Noel vaak sloeg, die hun moeder mishandelde. Ze praten er zelden over, over die periode in hun leven, maar nu heb je ze wel zover gekregen dat Liam zegt dat de manier waarop hij zingt een manier is om zijn woede weg te krijgen en Noel zegt dat het misschien toch die jeugd was die hem deed terugtrekken op zijn kamer, naar zijn gitaar heeft doen grijpen en teksten heeft doen schrijven.

Whitecross: Ja. We hadden het al over de armoede gehad in hun jeugd en het milieu waarin ze opgroeiden, maar ik had nog steeds het gevoel dat er iets ontbrak. Wat geeft mensen die drive die Oasis had? Het zag er lange tijd niet naar uit dat ze muzikant zouden worden. Het zag er ook niet naar uit dat ze voetballer zouden worden, zowat de enige twee opties die in die tijd in Manchester uitwegen waren om rijk te kunnen worden. Maar die vader die hen altijd vertelde dat ze niks waard waren, die Noel en zijn moeder sloeg, vaak zonder reden, het is door die vader dat ze drang hebben om te bewijzen dat ze de beste zijn, dat ze echt iets kunnen. Dat geloof ik echt. Het verklaart ook de woede-explosies van Liam en de teruggetrokkenheid van Noel. Liam kon best gewelddadig zijn, maar heeft altijd gezegd dat hij nooit een vrouw zal slaan, omdat hij heeft gezien wat er met zijn moeder gebeurd is. De drang om te ontsnappen zit ook in veel van de nummers van Oasis. En hoop, er zit veel hoop in Oasis-nummers.

Heb je hen moeten pushen om over die periode te praten?

Whitecross: Nee, ze wilden. Maar ze waren er wel allebei van overtuigd dat hun kindertijd geen invloed meer op hen had. En dan op een bepaald moment zei Noel “Ik wil niet toelaten dat het invloed op me heeft”, wat al iets heel anders is dan zeggen dat het geen effect op je heeft. Toen ik Noel zei dat mijn vriendin – die psychiater is – had gezegd dat Noel zichzelf beschermt door een muur om zich heen te bouwen zei hij: “Wel ja, dat zegt mijn vriendin ook altijd.” Dus op een bepaalde manier was het echt therapie, ja. (lacht)

Apocalypse Now

Noel heeft nu zijn Noel Gallagher’s High Flying Birds, dat loopt goed. Liam heeft Beady Eye gehad en heeft zijn eerste soloplaat aangekondigd. Toevallig al iets van gehoord?

Whitecross: (enthousiast) Toevallig wel, ja, en het is geweldig! Da’s best een grappig verhaal: op de avond van de première van Supersonic moesten we twee rode lopers doen, één in Londen en één in Manchester, en dus gingen we met de helikopter van de ene locatie naar de andere. En daar, in die helikopter, vroeg Liam of ik het wilde horen. Het was net Apocalypse Now. (lacht)

Ik heb alleen nog maar de demo’s gehoord, maar het lijkt me meer Velvet Underground-ish dan wat Oasis deed. Ik hoop dat mensen echt gaan luisteren zonder vooroordelen, want het gevaar bestaat dat door zijn reputatie en door zijn grote mond, mensen niet kunnen wachten om dit nieuwe werk neer te sabelen.

Er wordt altijd gezegd dat Liam geen nummers kan schrijven, maar het tegendeel is waar, toch? Op het eerste album van Beady Eye stond bijvoorbeeld The Roller: het beste Beatles-nummer dat The Beatles nooit hebben gemaakt.

Whitecross: Ja, precies! Of denk aan I’m Outta Time op de laatste plaat van Oasis: het beste nummer op heel die plaat en een nummer van Liam. Zonder afbreuk te doen aan de capaciteiten van Noel, maar ik denk dat we de balans een beetje moeten herstellen. Het is grappig, want Liam is nergens bescheiden over, behalve over zijn talenten als songschrijver.

En dan de hamvraag: denk jij dat ze ooit nog samen komen?

Whitecross: Ik hoop het echt, want ze waren nog geweldig toen ze ermee stopten dus het is niet dat ze ermee gestopt zijn na een neerwaartse spiraal of zo, absoluut niet. Maar laten we eerlijk zijn: voor het geld hoeven ze het niet meer te doen. Voor de erkenning ook niet, die hebben ze gehad, dat tonen we in de film. Ze zijn al eens de grootste band in de wereld geweest. Dus als ze nog eens bij elkaar komen dan zal het echt enkel en alleen zijn omdat zij er zin in hebben en om geen enkele andere reden.

B-kantjes

Ik heb een aantal vrienden die niet van Oasis houden…

Whitecross: (onderbreekt) Het is altijd zo: Oasis is één van die bands die je alleen maar intens kan omarmen of haten, een tussenweg is er niet. Ik hoop dat ik toch ook een aantal van de mensen die niet gek zijn van Oasis hun mening over de band en over de mensen erin kan doen bijstellen. Ik denk dat de mainstream vandaag een band mist met hun energie.

Als ik met iemand die niet van Oasis houdt voor de eerste keer praat, laat ik hen eerst Champagne Supernova horen en daarna The Masterplan. En dan zullen ze hun vergissing wel inzien, denk ik dan.

Whitecross: Geweldige songs! Het zijn ook twee van mijn favorieten. The Masterplan is één van de beste nummers die ooit geschreven zijn, door welke band dan ook, en Oasis heeft het weggestopt op een b-kantje, dat van Wonderwall. Al hingen ze wel de filosofie van de dubbele A-kant aan, zoals The Beatles dat ook deden bijvoorbeeld met Penny Lane/Strawberry Fields Forever. Acquiesce vind ik ook een absolute topper, ook een b-kantje, omdat het de twee broers zo verbindt in de zanglijnen. En dan ja, natuurlijk Champagne Supernova. En Live Forever. Slide Away. Talk Tonight.

Whitecross gaat zo nog even door, we hebben met een fan gesproken, maar iemand met een hart voor muziek én voor film die de twee zo vaak mogelijk probeert te combineren. Oasis: Supersonic is een documentaire met een hart, met liefde gemaakt. Wie ze nog wil bekijken: dat kan vanavond in Kinepolis.

Vanaf 19 oktober speelt de film in o.a. Cinema ZED (Leuven), Sphinx Cinema (Gent), Cinema Aventure (Brussel), UGC (Antwerpen).

Lees meer