Ook Tutu Puoane brengt ode aan David Bowie op Radio 1-sessie: "Bizar hoe MIA's 'n aanzienlijk deel van eigen industrie negeren"

De tijd vliegt. Het is alweer bijna een volledig jaar geleden dat David Bowie overleed, het begin van een tragisch 2016, in de popmuziek en daarbuiten. Om Bowie te eren organiseert Radio 1 op maandag 9 januari een Bowie-sessie in de AB, met daarbij namen als Arno, Ozark Henry, SX, Stef Kamil Carlens en Compact Disk Dummies. In de line-up ook één naam die we niet echt kenden: Tutu Puoane. Tijd om eens kennis te maken.

Tutu Puoane is geboren in Zuid-Afrika, maar woont al enige tijd in België. In 2002 kwam ze in Den Haag terecht, sinds 2004 woont ze in België. We spraken met haar af in café De Hopper in Antwerpen en lieten Tutu zelf haar verhaal doen.

Geen enkel mens in de kou

Tutu Puoane: Ik ben in Den Haag terecht gekomen door mijn studies. Ik studeerde zang aan de universiteit van Zuid-Afrika en kreeg daar een beurs om mijn studies verder te zetten in Den Haag. Eén jaar kreeg ik de tijd, en dan zouden we zien waar ik stond. Tijdens dat jaar ontmoette ik Ewout Pierreux, die nu mijn echtgenoot en vaste pianist is. De korte versie is dat ik naar zijn huis ging in Oud-Heverlee voor een repetitie. Ik ben nooit meer weggegaan. (lacht)

Jullie werden verliefd.

Tutu: De langere versie gaat als volgt: een vriendin van mij studeerde aan het conservatorium van Antwerpen en zat in een band met Ewout. Maar ze kreeg het heel erg druk en kon zich niet altijd vrijmaken. Ik werd haar invaller. Als zij niet kon, zorgde ik dat de optredens konden doorgaan. Mensen begonnen me te bellen voor werk. Ik heb in die tijd ook nog een project gedaan voor kinderen in de middelbare school. Dan stond ik ’s nachts te zingen en werd ik om 8 uur op een school verwacht: het was onverenigbaar. Maar het was werk dus ik besloot te blijven om te kijken wat er op me af zou komen. Ik bleef dus, Ewout en ik werden stilaan verliefd en nu zijn we al een hele tijd bij elkaar en hebben we twee kinderen samen.

Een paar maanden geleden praatte ik met Stef Bos over Zuid-Afrika. Hij komt er ook regelmatig en die zei toen dat het land hem inspireerde, dat het zijn verwondering prikkelde elke keer hij er kwam. Is dat herkenbaar voor jou?

Tutu: We zijn echt net terug. Gisteren geland. Ik kijk anders naar het land dan Stef omdat ik er ben opgegroeid, maar het inspireert mij ook. Twee dagen geleden nog maar zat ik op de patio van het huis van de vriend waarbij we verbleven. Ik zat daar gewoon wat te kijken en plots kwamen er een heleboel gedachten in me op. Ik ben pen en papier gaan halen en het eerste wat ik geschreven heb, was “You inspire me.” Ik herken het dus zeer zeker, maar Zuid-Afrika breekt ook mijn hart. Er is nog steeds heel veel extreme armoede in Zuid-Afrika. Vooral voor de blanken is het een andere situatie vandaag: als je tijdens de Apartheid blank en arm was, dan kon je je nog wel een dak boven je hoofd veroorloven. Dat is vandaag niet meer het geval. Wie vandaag arm en blank is in Zuid-Afrika, moet niet op medelijden rekenen van de zwarte burgers.

Voor mij is huidskleur geen issue: geen enkel mens verdient het om buiten in de kou te moeten leven. In Zuid-Afrika hou ik dit soort gedachten voor mezelf. Hier en tegen jou kan ik dit best zeggen, in Zuid-Afrika zouden ze het als verraad zien.

Ik zie jonge mensen daar ook iets doen met hun talent. Ze kunnen er niet wachten op de overheid tot die hen helpt. Mensen verdienen hun geld door dingen te verkopen die ze ambachtelijk hebben gemaakt. Of door te dansen op straat. En die dansers, jongens: als Beyoncé ze zou zien, ze zou ze mee op tour nemen.

Drie kamers

Jij bent opgegroeid in Pretoria, in een township, en dan kreeg je de kans om naar Den Haag te trekken. Maakte dat jou in je jeugd al bijzonder?

Tutu: Ik heb vooral heel erg veel geluk gehad, ik heb de juiste mensen leren kennen op de juiste momenten. Wij waren niet arm, volgens de geldende normen. Ons huis had drie kamers. Geen drie slaapkamers, maar drie kamers. Maar we hadden een dak boven ons hoofd, we hadden kleren en we hadden eten in onze buiken: we waren niet arm. Overal rondom me zag ik mensen die dat allemaal niet hadden. Ja, we waren allemaal arm, maar sommigen waren armer dan anderen. En iedereen hielp elkaar. Als je ging trouwen bijvoorbeeld, was dat een buurtgebeuren. Iedereen hielp mee aan het eten, bijvoorbeeld. Die ingesteldheid mis ik wel, soms.

Ik wist al vrij vroeg dat ik muzikant wilde worden en na mijn middelbare school was dat dan ook de richting die ik uit wilde. M’n moeder vond dat ik moest kunnen doen wat ik wilde doen en er was een school in Johannesburg waar ik naartoe zou kunnen. Daar ben ik één jaar geweest. Een leraar die ik daar had, was afgestudeerd aan de universiteit van Kaapstad, hij had er muziek gestudeerd. Die universiteit was veel te duur voor mijn moeder, maar ik mocht toch auditie gaan doen en puur op basis van talent werd ik toegelaten. Ik wist niets van muziek, ik kon enkel zingen, maar kennelijk zagen ze iets in me. Ik heb een beurs gekregen. En nog later, aan de universiteit van Kaapstad, leerde ik Jack van Poll kennen, een Nederlands pianist, en hij heeft als het ware een beurs voor me gecreëerd, van zijn eigen geld, om me de kans te geven om in Den Haag te gaan studeren. Ik heb kansen gekregen van mensen en nu zijn we zoveel later en heb ik al zes platen gemaakt.

De helft van het talent van Joni

Tutu: Hier wacht ik al een hele tijd op. Ik leerde Joni kennen door mijn studies aan de universiteit in Kaapstad en ik was er meteen helemaal weg van. Het knappe aan de muziek van Joni Mitchell was: ik begon met haar muziek te zingen toen ik 18 was, en elk jaar dat ik ouder werd begon haar muziek iets anders te betekenen voor me. Ik begreep haar teksten steeds beter. Ik vind haar de beste dichteres van deze tijd en een geweldige muzikante. Als ik nog maar de helft had van haar talent, dat zou het leven zo veel makkelijker maken.

We zijn er eigenlijk mee begonnen toen de Tivoli in Utrecht open ging, in 2014. Om wat volk te trekken waren ze daar op zoek naar artiesten die een ode brachten aan andere artiesten. Dus ik kreeg telefoon uit Utrecht met de vraag of ik mijn project rond Nina Simone nog eens wilde brengen, maar dat was eigenlijk een project van Gregory Frateur waar ik maar een klein onderdeeltje van ben. Daarna vroeg hij of ik dan niet wilde komen met het project rond Billie Holiday. Maar ook dat is niet van mij, want het initiatief daarvoor kwam van het Brussels Jazz Orchestra. Toen zei ik: “Ik heb altijd iets rond Joni Mitchell willen doen”, waarop het aan de andere kant “Goed, laten we dat dan doen!” klonk.

Dus nu had ik wel een project, maar nog geen groep en geen nummers. Veel werk voor één optreden en zowel ik als de band hadden zoveel plezier gehad dat het zonde zou zijn om het hierbij te laten. Bovendien begonnen de mensen om cd’s te vragen en als ik zei “Je kan naar de Fnac, Joni Mitchell gaan kopen”, vertelden ze me dat ze onze versie wilden. En dus besloten we om er meer te doen.

Als eerste single heb je River naar buiten gebracht. Da’s een nummer uit Blue, en die plaat uit 1971 wordt collectief beschouwd als het grote meesterwerk van Joni Mitchell. Ben je het daarmee eens?

Tutu: Als ik lui zou zijn, zou ik gewoon heel Blue kunnen brengen. Het is een meesterwerk. Het is ook de meest toegankelijke plaat van Joni Mitchell, zonder dat ze daarvoor toegevingen heeft moeten doen. Blue is nog steeds zeer Joni Mitchell, maar ze heeft op die plaat een manier gevonden om een groter publiek aan te spreken, waar je voor sommige van haar andere platen al echt een fan moet zijn om ze te kunnen waarderen.

Geen plaat van Bowie

En dan ook nog deze: maandag breng je een ode aan David Bowie tijdens de sessie van Radio 1 in de AB.

Tutu: En ik zal meteen eerlijk zijn: ik heb niet zoveel met David Bowie. Ik weet wie hij was, uiteraard, maar ik heb geen plaat van David Bowie in huis en hij was niet meteen een artiest waar ik vaak naar luisterde. Ik breng Wild Is The Wind, Changes en Life On Mars en dat is al een zoektocht geweest. Ik had op Facebook gevraagd of de mensen me songs zouden kunnen aanraden, maar van de suggesties die daar werden gedaan, sprak me niet meteen iets aan. Het was pas toen ik de vraag stelde aan Nicolas Thys – mijn vriend en bassist – dat ik deze nummers hoorde. Hij voelde duidelijk meteen aan welke nummers ik tof zou vinden. Hij heeft me Changes en Life On Mars aangeraden. Wild Is The Wind kende ik natuurlijk van Nina Simone.

 

Apprecieer je David Bowie nu meer, nadat je er naar geluisterd hebt?

Tutu: Absoluut. Ik ben verplicht geweest om door zijn werk te kuieren en daarbij viel het me op dat het erg eclectisch was. De figuur David Bowie – een heteroseksuele man – was ook een heel erg dappere figuur, iemand die zich toonde in verschillende gedaantes en zich in elk van die gedaanten helemaal oké en toch ook nog ergens, ondanks de make-up, zichzelf voelde. Ik hou van zijn eigenzinnigheid, van zijn rebelse psyche.

Starstruck door Toots

Je hebt ook met Toots Thielemans gewerkt, die ook overleden is in 2016.

Tutu: Eén keer heb ik het podium met hem gedeeld, een onvergetelijke ervaring. Mijn moeder was een gigantische fan van Toots. Ik herinner me dat we thuis een VHS-cassette hadden van een optreden dat hij ooit gegeven had en die opname heb ik zeker duizend keer gezien. Ik wist niet dat Toots een Belg was, tot ik hem tegenkwam in de backstage van Jazz Middelheim. Hij was daar en ik was starstruck. Ewout, mijn man, had al piano bij hem gespeeld dus hij nam mijn hand en daar gingen we: hij ging me voorstellen aan Toots Thielemans. Een paar weken later had Ewout een concert met Toots en toen belde hij: “Waarom breng je Tutu niet mee, kan ze een paar liedjes met ons zingen.” Ik had zelf een optreden die avond, maar dat heb ik geannuleerd om met Toots op het podium te kunnen staan. Dat moest ik doen.

Joni Mitchell leeft nog, hout vasthouden. Zou je willen dat zij jouw interpretaties van haar songs hoort?

Tutu: (snel en verlegen giechelend): Nee. In maart speelden we in het Bimhuis in Amsterdam en toen hoorde ik dat één van de persoonlijke vrienden van Joni Mitchell aanwezig was geweest. Ik ben zo blij dat ik dat pas na het optreden wist, en dat was dan nog maar één van haar vriendinnen. Ik heb met de vrouw in kwestie gepraat en ik moest de hele tijd huilen. (lacht)

Het probleem MIA

Onlangs zijn de genomineerden voor de MIA’s weer bekend gemaakt. Meteen kwam de kritiek dat de poule van genomineerden wel heel erg blank en heel erg mannelijk waren. Heb jij het gevoel dat je harder moet knokken om als zwarte vrouw in de Belgische muziekindustrie?

Tutu: Dat is eigenlijk een vraag waarvoor ik niet erg uitgerust ben, want ik ken niet zo heel veel Belgische artiesten. Ik kan alleen maar zeggen dat de mensen wiens namen me nu meteen te binnen schieten – Bart Peeters, Arno, Mauro, Daan, Ozark Henry - , dat dat allemaal mannen zijn. Dat wil niet zeggen dat de vrouwen er niet zijn – ik ken bijvoorbeeld ook Isolde Lasoen, bedenk ik nu -, maar misschien ken ik ze gewoon niet.

Wat me wel heel erg stoort, is dat de MIA’s de muziekindustrie zou moeten promoten en er toch een heel groot deel van negeert. De MIA’s zijn heel erg mainstream. Behalve Melanie De Biasio is jazz bijvoorbeeld helemaal afwezig. Er zijn een heleboel geweldige jazzmuzikanten in dit land en het lijkt wel alsof ze niet eens bij de muziekindustrie gerekend worden. Waarom zijn er geen nominaties per genre? Waarom geen jazzcategorie? Of een categorie voor klassieke muziek? Zo doen we het in Zuid-Afrika voor de SAMA’s, de South African Music Awards. Oké, jazz is er niet populair, maar het zit er wel bij. Het hoeft voor mij niet eens allemaal uitgezonden te worden, maar waarom niet iedereen erbij betrekken? Toots Thielemans heeft nooit een MIA gewonnen. Eén van de grootste muzikanten die we hier ooit gehad hebben en de meest beroemde, internationaal gezien, heeft nooit een MIA gewonnen.

En ja, de muziekindustrie in België is erg blank, maar dat stoort me niet, want we zijn in België. In Vlaanderen in de enige zwarte jazz-muzikante die ik ken, ikzelf. We zijn hier de Verenigde Staten niet, Vlaanderen loopt nogal achter in wat betreft het hebben van gekleurde artiesten in een zichtbare positie. Vergelijk het al eens met Nederland, daar is het al heel anders. Het enige moment waarop ik mensen met een andere huidskleur op televisie zie, is wanneer ik voor de Rode Duivels supporter. Misschien moeten we hier daarvoor toch ook eens wat extra moeite doen.

De Radio 1 Bowie Sessie wordt integraal uitgezonden op Radio 1 op dinsdag 10 januari tussen 19 en 23u. De tourdata van The Joni Mitchell Project van Tutu Puoane zijn te vinden op de site van Rumoer!

Lees meer