Over de zin en onzin van alcohol (reactie op Janne Vanhemmens)

!

Dit artikel werd gemaakt door een van onze bezoekers. Wil je reageren of zelf een artikel schrijven in onze Zoo, be our guest! Lees hier het hoe/wat/waar of begin er meteen aan.

Tom Vanderschoot is klinisch psycholoog en volgt een postgraduaat gezondheidsrecht en gezondheidsethiek. Hij is op zoek naar een meer eerlijk en genuanceerd debat over alcoholconsumptie. 

Met stellige interesse las ik het opiniestuk van Janne Vanhemmens waarin ze haar beklag doet over de manier waarop alcohol overal aanwezig is in onze maatschappij: via reclame, via sociale druk, enzovoort. En laat me misschien beginnen met het daarmee eens te zijn. Je kan bijna geen supermarkt bezoeken zonder het drankrayon te doorlopen, elke menukaart bestaat voor een groot deel uit alcoholische dranken en op de babyborrel is het standaard cava. Dat dit voor sommige mensen eindigt in een problematische situatie waarin ze zichzelf (dreigen te) verliezen hoeft men mij ook niet uit te leggen. Daar zie ik in de dagdagelijkse praktijk genoeg voorbeelden van. Volgens een rapport van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen dronk in 2013 in Vlaanderen 12% van de mannen en 11% van de vrouwen wekelijks te veel. Dat zijn zorgwekkende aantallen waar absoluut de nodige aandacht aan moet worden besteed. Door ons als naaste omgeving, maatschappij en ook door de verschillende politieke overheden. Ik kan maar niet genoeg beklemtonen dat overmatig alcoholgebruik enorm vernietigend kan werken, zowel op ons lichaam als op onze geest.

Waar ik me echter eveneens mateloos aan stoor is de toenemende mate waarin alcoholgebruik as such wordt geproblematiseerd. Ook in het artikel van mevrouw Vanhemmens zie ik tot mijn ontsteltenis dat alcohol op één lijn wordt gezet met om het even welke drug. Alcohol is zelfs het nieuwe roken! Dit is manifest onwaar en het creëren van deze perceptie is problematisch op zichzelf. Licht tot matig gebruik van alcohol brengt, in tegenstelling tot de meeste andere drugs, ook heel wat gezondheidsvoordelen met zich mee. In een recente studie hebben Mladen Boban en collega’s (2016) heel wat onderzoek onder de loep genomen omtrent de consumptie van wijn. De conclusie luidde dat matige consumptie van wijn veel meer voordelen dan nadelen met zich meebrengt. Zo is er een lager risico op cardiovasculaire aandoeningen en op algemene sterfte. De definitie van ‘matig’ is volgens deze onderzoekers voor mannen een maximale dosis van 200 tot 300 ml per dag, voor vrouwen 100 tot 200 ml. Een andere metastudie van de Gaetano en collega’s (2016) onderzocht naast de effecten van wijn ook die van bier, zij het in combinatie met een gezonde levensstijl. De onderzoekers kwamen eveneens tot de conclusie dat er een reductie was in het risico op het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen alsook op het ontwikkelen van neurodegeneratieve ziekten. De matige consumptie van bier wordt hier opgevat als dagelijks maximaal 2 glazen voor mannen en 1 glas voor vrouwen.

Er is dus zeker een niet te onderschatten deel van de bevolking dat problemen heeft met het gebruik van alcohol. Dit heeft ontegensprekelijk verregaande kwalijke gevolgen voor de gezondheid van de betrokken persoon en zijn familie. We moeten als maatschappij goed nadenken over hoe we met dit probleem omgaan. De heksenjacht die ik zie ontstaan op de consumptie van alcohol tout court is echter even kwalijk. Ze berust op verkeerdelijke aannames en plaatst licht tot matig gebruik van alcohol, op zich gezond gedrag dus, ongenuanceerd in een slecht daglicht. Dit geeft in de omgekeerde richting dan weer een dwingend karakter aan op zich nobele initiatieven als tournée minéral. Mijn inziens is ook dit problematisch.