Oliebedrijven wisten het eerst, maar liegen al bijna veertig jaar tegen ons over global warming blijkt nu

Interne documenten tonen dat oliereus Shell al in 1986 wist dat “dat sommige stukken van aarde onbewoonbaar zullen worden door klimaatopwarming”. Desalniettemin gaf het bedrijf daarna tientallen miljoenen aan lobbyisten en klimaatontkenners, en doet het dat nog steeds. Ook Exxon, ’s werelds grootste oliebedrijf, kreeg in 1981 al bewijs dat fossiele brandstoffen het klimaat doen opwarmen. 

Uit vertrouwelijke interne documenten die onder meer The Guardian en het Deense Information konden inzien, en na uitgebreid onderzoek van De Correspondent, blijkt dat Shell al meer dan dertig jaar “zeer gedetailleerde kennis” heeft over de gevaren van klimaatverandering.

In een memo uit 1979 van Shells kolendivisie werd al over het klimaatprobleem geschreven: de toename van CO2 in de atmosfeer was reden tot zorg en vroeg om verder onderzoek.

De conclusie van een ander rapport uit 1986 is: “The changes may be the greatest in recorded history.”

"De relatief snelle en dramatische veranderingen van het klimaat op aarde heeft gevolgen voor de leefomgeving van mensen, hun toekomstige levensstandaard en voedselvoorraden, met potentieel grote schade en economische en politieke consequenties", staat in die interne studie te lezen. "Mogelijk zal het milieu zo worden aangetast dat sommige stukken van de aarde onbewoonbaar worden."

Ontkennen

Ook in 1996 verrichtte Shell nog een studie die klimaatverandering bestempelde als "de ernstigste en ingewikkeldste milieukwestie waar we als mensheid ooit mee te maken hebben gehad".

Toch bleef het bedrijf investeren in fossiele energie. Bovendien pleitte Shell consequent tegen een ambitieuzer klimaatbeleid, omdat dit zakelijke belangen zou schaden. Het sponsorde daarvoor lobbygroepen en klimaatontkenners.

Onlangs spendeerde Shell nog miljoenen om succesvol te lobbyen om de targets die de EU had gezet voor hernieuwbare energie te ondermijnen. In 2015 gaf het zeker 22 miljoen euro uit om beleidsmensen te beïnvloeden.

Shell werkte in de jaren negentig ook mee aan een campagne die doelbewust twijfel zaaide over de klimaatwetenschap, stelt De Correspondent. De inzet van deze campagne was het voorkomen van "draconisch" ingrijpen van de overheid.

Shell heeft de afgelopen decennia tientallen miljarden geïnvesteerd in het winnen van olie en gas op plekken die eerder niet bereikbaar waren, zoals de Noordpool en diepzee-gebieden.

Exxon

Shell is niet alleen. ExxonMobil, ’s werelds grootste oliebedrijf, kwam al tot dezelfde conclusies in 1981, maar liefst zeven jaar voor global warming bij het grote publiek bekend raakte.

Ook ExxonMobil schoof die kennis onder de mat en blijft tot op de dag van vandaag geld geven aan organisaties die de link tussen de opwarming en het verbranden van fossiele brandstoffen proberen te ontkennen.

In een interne memo uit 1981 kreeg het management van Exxon uitgelegd dat "de verwachte totale CO2-uitstoot in het jaar 2030 zou kunnen zorgen voor catastrofale gevolgen (in ieder geval voor een aanzienlijk deel van de wereldbevolking)." Binnen Exxon werd al in 1982 gerapporteerd dat er een “duidelijke wetenschappelijke consensus is ontstaan” over het verband tussen uitstoot en opwarming.

“Om de opwarming tegen te gaan zou het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch beperkt moeten worden”, rapporteerde een Exxon-medewerker. Dat was zes jaar voor zelfs het IPCC, de klimaatgroep van de VN, werd opgericht.

Tussen 1979 en 1983 deelden bovendien alle grote oliebedrijven hun onderzoek over het klimaat in een gezamenlijke task force van hun branchevereniging het American Petroleum Institute (API) blijkt.