Werkt(e) adviseur van Trump in ’t geheim voor Rusland?

De FBI heeft vorig jaar een gerechtelijk bevel bemachtigd om Trumps adviseur Carter Page in de gaten te houden. Het is onderdeel van een breder onderzoek naar de connecties tussen Team Trump en Russische functionarissen. Volgens The Washington Post had de Amerikaanse overheid redenen om aan te nemen dat Page in het geheim voor Rusland werkte.

De Amerikaanse inlichtingendienst FBI heeft afgelopen zomer toestemming van de rechter gekregen om een adviseur van Donald Trump af te luisteren. De FBI was toen al bezig met het onderzoek naar mogelijke inmenging van Rusland in de campagne in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Volgens de Washington Post is er bewijs dat Page onder meer in 2013 contact met een Russische agent had met het doel om Page als spion te recruteren.

Tegen het Amerikaanse persbureau AP ontkent Page dat hij illegale banden heeft met Rusland. Hij zegt dat hij blij is dat het gerechtelijke bevel nu openbaar is. Volgens Page was het bevel een poging van de regering-Obama om "dissidenten te onderdrukken die de mislukte buitenlandse politiek niet volledig steunden".

Page is de oprichter van Global Energy Capital, een Amerikaans investeringsfonds gericht op de Russische en Centraal-Aziatische olie- en gasindustrie.

19%

In het dossier tegen hem staat onder meer dat Page en zijn “associates” door Igor Sechin, de CEO van het Russisch staatsoliebedrijf en een vertrouweling van Putin, een aandeel van 19% in dat oliebedrijf werd beloofd als hij ervoor kon zorgen dat de Amerikaanse economische sancties tegen Rusland zouden worden opgeheven.

Dat gebeurde in juli, toen Page nog wel degelijk een adviseur van Trump was.

Page lijkt overigens nog steeds een agenda na te streven waarin hij Rusland op een goed blaadje wil brengen. Zo stuurde hij vorige week, na de gifgasaanvallen van Assad en Trumps reactie daarop, een aantal mails naar Amerikaanse media waarin hij stelt dat “het allemaal had vermeden kunnen worden als Rusland en de VS nauwer zouden samenwerken” en “ze naar hem hadden geluisterd”.