Circus zoals bij CETA-verdrag kan niet meer: Europees Hof van Justitie beperkt macht lidstaten bij handelsverdragen

Kunnen lidstaten en zelfs deelstaten van de Europese Unie een groot handelsverdrag tegenhouden, omdat ze op het einde van de rit hun zegen moeten geven? Bij CETA, de grote deal tussen de EU en Canada, was Wallonië met Paul Magnette (PS) de grote dwarsligger. Maar dat kan nu niet meer: het Europese Hof van Justitie geeft het Europees parlement meer macht.

Komt er ooit nog een groot handelsakkoord tussen Europa en de VS? Als het aan de Amerikaanse president Donald Trump ligt wel, hij vroeg bij het bezoek van Angela Merkel, de Duitse kanselier, aan het Witte Huis zeker tien keer "of ze toch maar een trade deal wilde doen met de VS". Tien keer herhaalde Merkel hetzelfde: de leden van de EU kunnen geen eigen handelsakkoorden afsluiten: het is héél de EU die dat doet. "Goed, dan doen we het met heel de EU", besloot Trump laconiek de discussie.

Zo'n deal is jaren in de maak, TTIP heet het verdrag. Al jaren onderhandelt de EU met de VS daarover. En na de Brexit moet daar ook een groot verdrag tussen de UK en de EU bijkomen. Belangrijke deals dus voor de Europese economie, en voor de wereldhandel.

Maar de discussie rond CETA opende veel ogen voor de EU-lidstaten. Want plots kon één deelstaat van een lidstaat, Wallonië, dat door de Belgische staatshervorming verantwoordelijk is voor handelsverdragen, een veto stellen over héél de deal. Toen hielden Paul Magnette (PS) en Wallonië twee weken lang heel het proces in een wurggreep, en eindigde de Canadese minister van Handel in tranen, na gesprekken in Namen, de hoofdstad van Wallonië.

Juridische discussie loopt al sinds 2014

Die situatie, waarbij nog zoveel macht bij de deelstaten zit, was niet langer houdbaar. Het was dus al in 2014, voor heel het CETA-circus, dat de Europese Commissie naar het Europees Hof stapte, om juridische duidelijkheid te krijgen. Aanleiding was toen het handelsverdrag tussen de EU en Singapore.

Het was overigens die Commissie en voorzitter Jean-Claude Juncker zelf die met het CETA-verdrag besliste dat het toch naar de lidstaten moest voor goedkeuring, ook al hadden de juridische diensten van de Commissie gezegd dat dat niet moest. Maar Duitsland had druk uitgeoefend en dus 'mochten' de lidstaten dus beslissen. Zo kreeg Paul Magnette (PS) z'n wapen in handen.

Het Europese Hof heeft nu beslist dat zoiets voortaan niet meer kan: zolang een handelsverdrag enkel gaat over transport, handel, of milieu, is er enkel goedkeuring nodig door het Europees Parlement. Meteen is dus een groot obstakel van de baan om een deal te sluiten met de UK of de VS.

Maar tegelijk oordeelt het Europees Hof wel dat voor een pak andere onderwerpen wél de goedkeuring van de lidstaten nodig is. Dat is zo voor onder meer mededinging, voor intellectuele rechten en voor arbitrage. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste delen van een modern handelsakkoord: hoe regel je de procedure als het misloopt, en welke sancties zijn er dan voor de landen die zich verbonden hebben tot dat akkoord?

Magnette krijgt toch ook gelijk

Het kan dus best dat er in de toekomst handelsverdragen op twee snelheden komen: de simpele materies, die snel geregeld kunnen zijn, en dan het moeilijkere werk, waarbij wel degelijk iedereen aan tafel moet.

Overigens had Magnette bij CETA bezwaar tegen de zogenaamde arbitragetribunalen. Dat zijn rechters, die boven de hoofden van de lidstaten kunnen beslissen over arbeidswetgeving. Al tientallen jaren worden handelsverdragen zo geregeld, maar Magnette nam er aanstoot aan. Het Europees Hof gaat mee in die juridische redenering: de EU-lidstaten moeten hierover het laatste woord krijgen. Bij de PS hadden ze het gevoel "hun gelijk te halen".

Maar in realiteit maakt het Europees Hof het toch veel makkelijker om snel handelsverdragen te gaan sluiten, al is het dan wel op twee snelheden. De Europese Commissie was alvast opgelucht.

Lees meer