Filmdilemma van de week: gezellig huiveren met 'It Comes At Night' of zwemmen voor je leven met '47 Meters Down'?

De liefhebbers van het horrorgenre kijken al een tijdje uit naar 'It Comes At Night'. Laat ons nu al zeggen: je gaat niet krijgen wat je verwacht. Maar laat dat geen slecht nieuws zijn. Voor de liefhebbers van typische genrefilms is er deze week ook '47 Meters Down', de zoveelste haaienfilm, maar doeltreffend in zijn clichés.

It Comes At Night: geen boe-effecten, wel een puike psychologische thriller

We waren in eerste instantie wat overdonderd toen na anderhalf uur de lichten alweer aangingen, want wat was dat nu precies, dat dingetje dat we net gezien hebben? It Comes At Night wordt in de markt gezet als een volbloed horror - hoe kan het ook anders met zo'n titel - maar laat ons het al vertellen: dat is het niet. De schrikeffecten zijn minimaal, zelfs bijna onbestaand en ook van ondergeschikt belang. Waar It Comes At Night echt om draait, waar je echt bang van moet zijn, dat is de menselijke psyche.

De plot is eenvoudig: Paul woont met zijn vrouw Sarah en zijn zoon Travis afgelegen in een huis in het bos. Ze schuilen daar voor de uitbraak van een virus dat duidelijk al lelijk heeft huisgehouden in de samenleving. Ze hebben net hun grootvader begraven wanneer ze met de harde hand kennis maken met Will, zijn vrouw Kim en hun zoontje Travis. Paul besluit om zijn huis voor hen open te stellen, al was het maar omdat zij kippen met zich meebrengen.

Een zeer eenvoudige plot en dat is meteen ook de grote sterkte van It Comes At Night is zijn beklemming. Bijna de gehele film speelt zich af binnen het huisje, in de kleine kamers of rond de tafel in de woonkamer, en als we ons niet in het huisje bevinden, dan wel er rond. Dat is een logisch gevolg van de angst die heerst over de personages: in het huis is het veilig, erbuiten niet. Simpele logica.

We weten niet wat er zich heeft afgespeeld in de buitenwereld - en we komen het ook niet te weten - maar aan de gasmaskers en de handschoenen te zien en af te leiden aan het verbranden van de lijken gaat het om een besmettelijk virus. Elektriciteit is er nog, maar in zeer beperkte mate waardoor we ons gedurende bijna de gehele film in het donker bevinden. En de maaltijden zijn beperkt tot twee per dag.

Paul (een goeie Joel Edgerton) probeert zich te gedragen als een brave huisvader. Hij heeft maar één duidelijke regel: 's nachts blijft men binnen. Binnenblijven is altijd te verkiezen boven buiten gaan, maar moet er toch buiten worden gegaan, dan doen we dat altijd in groep én door maar één in- en uitgang: de rode deur. Die rode deur is ten alle tijden op slot en heeft maar één sleutel en die heeft Paul. Heeft hij de sleutel niet, dan heeft z'n vrouw Sarah 'm.

Simpel, toch? Van dit simpele gegeven weet regisseur Trey Edward Schults - die regisseerde en het scenario schreef - één van de grootste schrikeffecten weten te maken, want wie heeft dan de deur 's nachts opengezet? En wat heeft Stanley, de hond, in het bos gezien?

Door weinig tot geen antwoorden te geven bereikt Schults zijn effect: we weten weinig meer dan de personages op het scherm, we zitten samen in hetzelfde schuitje en we kunnen maar best oppassen voor al wat - en wie - we niet kennen. Uiteindelijk draait It Comes At Night om één ding: levensdrang. Of nog beter: zelfbehoud.

Paul zegt op een gegeven moment in de film tegen zijn zoon Travis dat je enkel familie kan vertrouwen. Wij willen het zelfs nog vernauwen: als het er echt op aankomt, kan je enkel jezelf vertrouwen.

Een beklemmende en deprimerende gedachte, maar het zet wel het einde in een logisch perspectief. Wanneer de lichten na 90 minuten alweer aan gaan, doet It Comes At Night onaf aan, want we hebben geen logische plotafwikkeling gekregen. En net dat gegeven maakt dat de film ons nog enige tijd nadien heeft beziggehouden.
 

47 Meters Down:de clichés werken

Het is gek hoe Hollywood haaien heeft weten te portretteren als moordmachines. Haaienfilms zijn zelfs uitgegroeid tot een filmgenre, dat heb je niet met krokodillen, zeeslangen, octopussen of dooskwallen. Toch zijn dat stuk voor stuk dieren die elk jaar meer menselijke slachtoffers maken dan haaien. De mens is immers geen natuurlijke prooi voor de haai, al denken we daar met dank aan Jaws collectief anders over. Haaien vallen mensen aan wanneer ze zich bedreigd voelen of indien ze de mens verkeerdelijk aanzien voor een zeehond. Vergissen is menselijk. Of haaielijk.

Dat gezegd zijnde is één van onze grootste angsten om uiteindelijk om te komen door verdrinking, of door een brand. 47 Meters Down appelleerde dan ook op verschillende momenten aan onze grote angsten, in die mate zelfs dat wie voor de spanning en de schrikeffecten naar de bioscoop gaat, beter aan zijn trekken komen bij deze - verder nogal oppervlakkige - haaienfilm dan bij It Comes At Night.

Hoofdpersonages in 47 Meters Down zijn de zussen Lisa (Mandy Moore) en Kate (Claire Holt) die op vakantie zijn in Mexico. Kate is de durfal, optimistisch en avontuurlijk ingesteld. Lisa, die haar zus mee op vakantie heeft genomen omdat het net uit is geraakt met haar ex, is meer berekend, een twijfelaar die graag op veilig speelt.

Lisa laat zich door Kate overhalen om een kijkje te gaan nemen tussen de haaien, weliswaar met de bescherming van een kooi. Het idee is haar ingegeven door twee Mexicaanse jongens die ze ontmoet hebben op een avondje uit, maar wanneer ze de ochtend nadien aankomen op plaats van afspraak blijkt zowel de boot als de kooi in kwestie niet van de allerbeste kwaliteit is.

De kabel breekt en de kooi zakt - daar geen verrassingen - en vanaf daar doen de twee zussen voor maar één doel: overleven. De clichés passeren één voor één de revue, maar dat neemt niet weg dat 47 Meters Down wel een efficiënte film is: de clichés werken.

Eén scène vonden we beduidend mooier dan de rest van de film: Lisa en Kate die op de bodem in de kooi neerzitten, waarna Lisa bekent dat het leven voor haar al één lange wedstrijd is geweest om het toch maar even goed te doen als haar zus.

Tussen al de overlevingspogingen van de zussen dachten wij op een bepaald moment: dit zouden wij allemaal niet doen. Gesteld dat we ooit de kooi zouden zijn ingestapt, zouden wij het gewoon opgeven en op de bodem in de kooi zachtjes en stilletjes zitten wachten op het einde. Het zou ook een mooie film kunnen opleveren.

Kortom: It Comes At Night is de interessantere film van de week, 47 Meters Down heeft de meeste schrikeffecten.

 

Lees meer