Vijf essentiële vragen (en antwoorden) over eieren en fipronil

Er moeten koppen rollen, de politiek gaat er zich mee moeien en half het land loopt er ondertussen bij als kiekens zonder kop als het aankomt op eieren. Hoeveel eieren mag je nu eigenlijk eten? Is of was de volksgezondheid in gevaar? Wie zijn schuld is het? Hoe is het zo ver kunnen komen? En: betekent dat dat het allemaal een scheet in een fles is? 

1. Hoeveel eieren mag je nu eigenlijk eten?

Wel, eigenlijk weet niemand dat. We moeten even technisch worden. Er worden twee toxicologische grenswaardes, Acute Referentie Dosis (ARfD) en Acceptabele Dagelijkse Inname (ADI), door elkaar gebruikt, en dat maakt de verwarring alleen maar groter. De eerste, ARfD, geeft aan hoeveel een persoon in een korte periode binnen mag krijgen zonder dat er gezondheidsrisico's optreden, de tweede geeft de maximale hoeveelheid van een stof weer die levenslang, iedere dag geconsumeerd kan worden zonder dat er effecten op de gezondheid optreden.

De grenswaarde voor acute toxiciteit (ARfD) is 0,009 milligram fipronil per kilogram lichaamsgewicht. Dat komt overeen met 0,54 milligram fipronil voor een volwassene van 60 kilogram, en 0,14 milligram fipronil voor een kind van 15 kilogram. Voor een volwassene van 80 kilogram gaat het dus om 0,72 milligram fipronil, de waarde waar het FAVV naar verwijst.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) legde in 2006 voor fipronil een ADI vast van 0,0002 milligram per kilogram lichaamsgewicht. Dat komt overeen met 0,012 milligram fipronil per dag voor een volwassene van 60 kilogram, en 0,003 milligram fipronil per dag voor een kind van 15 kilogram.

Ratten

Maar, er bestaan geen studies over het effect van de blootstelling aan fipronil bij mensen: al die cijfers hierboven zijn er gekomen zijn op basis van een onderzoek waarbij ratten zes weken lang dagelijks verschillende dosissen fipronil kregen. De conclusie was dat ratten 1) doodgingen van dosissen van 20 mg per kilogram per dag, 2) de “veilige” dosis lag tussen 2,4 en 6.5 mg/kg lichaamsgewicht per dag.

Er is ook een studie gedaan waarbij ratten gedurende 104 weken dosissen fipronil werden gegeven. De uitkomst daarvan is om te beginnen erg onduidelijk. Eén van de conclusies is wel opvallend: “There was no evidence of carcinogenicity at doses considered adequate to measure carcinogenic potential”. Of: er was geen bewijs te vinden dat fipronil kanker veroorzaakte. De ratten kregen wel gezondheidsproblemen, en uiteindelijk werd tot 0.18 mg/kg lichaamsgewicht aan fipronil per dag, 104 weken lang, als veilige limiet daar vastgesteld.

Dat betekent dus dat je twee jaar lang, elke dag als volwassenen een stuk of tien besmette eieren zou moeten eten om gezondheidsproblemen te krijgen die door de fipronil in die eieren worden veroorzaakt. We nemen daarbij als norm een gemiddelde van wat nu gemeten is bij de besmette eieren in ons land.

2. Is of was de volksgezondheid in gevaar?

Nee. Tenzij er mensen zijn die dag in dag uit tientallen eieren eten. Maar, om eerlijk te zijn, die mensen zijn sowieso heel ongezond bezig. Vermoeden we. Want ook hier: er zijn eigenlijk geen goeie wetenschappelijke studies die zoeken naar gezondheidseffecten bij mensen die meer dan drie eieren per dag eten. Tot voor kort luidde het dat in eieren te veel cholesterol zat (186 mg per ei of 62% van wat je dagelijks mag hebben) en dat je al bij je tweede ei op een dag dus in de problemen kwam. Maar dat blijkt ondertussen niet meer te kloppen, we zijn de werking van cholesterol beter gaan begrijpen. Voor 70% van de mensen is het eten van drie eieren per dag voor hun cholesterol geen enkel probleem. Bij 30% - wellicht door genetische factoren - neemt de “slechte” cholesterol wel een beetje toe bij dat derde ei.

Het punt is dat die veilige normen, net als een eitje, toch met een korreltje zout mogen worden genomen. De marges zijn groot om te beginnen en ze worden voor voedsel vaak berekend op basis van resultaten met testen bij dieren.

Dat is op zich niet zo erg, want, better safe than sound. Maar de nuance staat omschreven op de website van het Nederlandse Voedselveiligheidsagentschap: “een overschrijding van een grenswaarde betekent dat op basis van de huidige wetenschappelijke kennis een risico voor de consument niet uit te sluiten is. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat er ook daadwerkelijk gezondheidseffecten optreden.”

3. Wie zijn schuld is het?

In de huidige crisis vallen er twee of misschien zelfs drie schuldigen aan te wijzen. Ten eerste Poultry-Vision, een bedrijf in Weelde (Ravels) dat producten levert tegen pluimveeziekten. Op 20 juli viel de politie binnen bij Poultry-Vision. Vermoed wordt dat het bedrijf fipronil aan het “natuurlijke” bestrijdingsmiddel Dega-16 heeft toegevoegd.

Zaakvoerder Patrick R. van Poultry-Vision blijft zijn betrokkenheid bij de zwendel rond fipronil ontkennen, ook al geeft hij toe het insecticide in Roemenië te hebben aangekocht. De man werd intussen verhoord over zijn rol in de zaak, maar werd opnieuw vrijgelaten.

Tweede schuldige: het Nederlandse bedrijf Chickfriend uit Barneveld, bloedluisbestrijder bij kippen. Chickfriend kocht bij zijn vaste Belgische leverancier, Poultry-Vision, bewust een middel dat fipronil bevatte. En het verkocht dat aan kippenboeren in België en Nederland.

Derde schuldige: het FAVV. Wat was er gebeurd als een besmet pluimveebedrijf op 2 juni niet zélf naar het FAVV was gestapt om te zeggen dat uit zijn eigen tests was gebleken dat er gif in zijn eieren zat? Voor zover we nu weten: niets. Bovendien blijkt dat het voedselagentschap sindsdien de ene blunder na de andere opstapelde, en dat het een bureaucratisch, log apparaat is dat in vergelijking met hun collega’s in onze buurlanden zeker qua communicatie amateuristisch te werk gaat. Als het FAVV adequaat had gereageerd, zou de crisis nooit deze omvang hebben gekregen.

4. Hoe is het zo ver kunnen komen?

Het probleem nu met fipronil moet in een bredere context worden gezien. Om te beginnen, al tien jaar geleden begonnen ze in de VS fipronil te gebruiken in kippenstallen op de manier zoals nu hier aan het licht is gekomen.

Fipronil, zo schreven we gisteren al (lees: Na het ei de kip zelf: ook onderzoek naar besmetting vlees. En da's nog maar het begin wellicht. Want fipronil is overal) is een bijzonder veelgebruikt insecticide. We kennen het vooral van de middeltjes die we aan onze honden en katten geven om ze teken- en vlooivrij te houden. Maar het wordt in de wereld massaal gebruikt in de voedselproductie, maar het wordt ook in landen zoals Nieuw-Zeeland en Australië door de overheid zelf gespoten tegen allerlei ongedierte dat het een lieve lust is.

Het lijkt ook erg onwaarschijnlijk dat dit geval het eerste gebruik van fipronil in Europese kippenstallen zou zijn. Een zoektocht op het internet leid je al gauw naar bedrijven in China waar het goedje wordt geproduceerd. Die bedrijven hebben websites die specifiek bestelformulieren hebben voor Westerse klanten.

Fipronil wordt er verkocht aan ongeveer 50 euro per kilo, ten minste, als je een order plaatst van 1.000 kilo of meer. Het wordt geleverd in tonnen van 25 kilo. Dat tientallen Chinese chemiefabriekjes dat spul naar Europa zeggen te kunnen verschepen en dat er alleen in dat soort hoeveelheden van een product dat toxisch zou zijn in milligrammen: het spreekt boekdelen.

5. Betekent dat dat het allemaal een scheet in een fles is?

Niet echt. We moeten het zien als een een nieuwe ernstige waarschuwing dat de manier waarop we beesten houden voor consumptie, en gevogelte op kop, ons vroeg of laat bijzonder zuur gaat opbreken en dat het niet zal volstaan om alleen de controles bij te schaven, maar dat het hele productieproces hervormd moet worden.

Het houden van duizenden beesten op onnatuurlijke wijze, om ze zo snel mogelijk zo dik mogelijk en zo goedkoop mogelijk slachtrijp te maken (of zo veel mogelijk eieren te laten leggen in dit geval) is vragen om miserie.

Fipronil is niet de eerste keer dat we daarmee geconfronteerd worden. We hebben bijvoorbeeld al de gekkekoeienziekte gehad. En de dioxinecrisis. Maar de grootste dreiging zijn wellicht virussen.

Pandemie

Het is niet de meest spectaculaire, maar van alle scenario’s voor een moderne apocalypse is er eentje dat wetenschappelijk alvast wellicht het gevaarlijkst is in onze moderne, geglobaliseerde wereld: de uitbraak van een pandemie.

En vogelpest, vogelgriep of aviaire influenza is wellicht de belangrijkste kandidaat om ons daarmee op te zadelen. Het is een ziekte die voorkomt bij vogels, voornamelijk hoenderachtigen, die griepachtige verschijnselen veroorzaakt, met sufheid, tranende ogen en opgezette kelen.

De veroorzaker van de ziekte is een variant van het influenzavirus: het influenza A virus. Dat virus is zeer variabel, zodat telkens nieuwe varianten ontstaan. Virussen vermenigvuldigen in een gastheercel. In één op de 10.000 gevallen kan door kleine foutjes in het vermenigvuldigingsproces (mutaties) een virus ontstaan dat anders, en mogelijk gevaarlijker, is dan het oorspronkelijke virus. Een laagpathogeen aviair influenzavirus kan muteren tot een hoogpathogeen virus dat een zeer besmettelijke, dodelijke variant voor de meeste vogelsoorten vormt. En voor mensen.

Dat is geen sic-fi: het is de jongste jaren al een aantal keer gebeurd, in Azië vooral en we hebben het geluk head dat het tot nu al bij al binnen de perken is gebleven.

100 dagen

We weten uit die gevallen dat verspreiding bij mensen doorgaans start in de omgeving van besmette kippenfarms of boerderijen waar heel veel kippen of ander gevogelte wordt gehouden in onnatuurlijke concentraties.

Het virus kan zich van daaruit verspreiden door de lucht, via direct contact tussen vogels en indirect via bijvoorbeeld uitwerpselen en transportmiddelen. Het virus bleek in uitwerpselen meer dan 100 dagen in leven te kunnen blijven. Verspreiding via eieren is ook mogelijk, omdat soms mest aan het ei kan plakken.

In tegenstelling tot wat ons wordt verteld, zijn het niet trekvogels die de voornaamste verspreiders zijn. Het is vooral het transport van besmet pluimvee, of vlees van pluimvee en eenden, dat het virus verspreidt.

Onderzoek aan wilde eenden heeft laten zien dat trekvogels geen vogelgriep brengen maar het hier oplopen. Het uitrijden van kippenmest op graslanden waar wilde vogels fourageren kan daarvan een oorzaak zijn.

De manier waarop de pluimveesector nu in elkaar zit, waarop kippen en ander gevolgelte wordt gehouden, is een geladen revolver voor het ontstaan en de verspreiding van dit soort virussen. En vroeg of laat gaat het serieus mislopen. De laatste keer dat het gebeurde, in 1918, in een niet geglobaliseerde wereld waar je nog de boot moest nemen om naar een ander werelddeel te reizen, vielen 100 miljoen doden, of 5% van de toenmalige wereldbevolking. Ook toen begon het met kippen, die het virus overdroegen op varkens, die het overdroegen op mensen.

Lees meer