Films van de week: het kloppend hart van '120 Battemants Par Minute' en het grote vraagstuk 'My Cousin Rachel'

Met films gaat het precies als bij de muziek: er is al zoveel gemaakt dat het bijna niet meer te vermijden is dat je film aan andere films doet denken. En daarom is hoe je je verhaal vertelt misschien wel belangrijker geworden dan wat je precies vertelt. Deze week zijn er twee knappe films in de bioscoop gekomen – 120 Battements Par Minute en My Cousin Rachel – die zich precies daarin onderscheiden.

120 Battements Par Minute: het rationele en het emotionele gedeelte van de film vormen samen een mooi verhaal

Nog niet zo lang geleden zagen we The Normal Heart, een HBO-televisiefilm met onder andere Mark Ruffalo die het verhaal vertelde van de eerste AIDS-activisten in de vroege jaren 80. De regering wilde het woord niet uitgesproken hebben, er werd niet over AIDS gesproken, informatie was er amper of niet en de homoseksuelen vielen bij bosjes neer. Het was aan die film dat we meteen moesten denken bij 120 Battements Par Minute.

Zelfde concept, alleen verplaatsen we ons naar Parijs en maken we een sprongetje in de tijd naar begin jaren 90. We komen terecht in Act Up Parijs, een activistenbeweging die aandacht probeert te vragen voor AIDS en aidspatiënten op een zo opvallend mogelijke manier. Hun doel: aandacht genereren. Van de media. Van de mensen. Van de overheid. En van de farmaceutische industrie.

© Les Films de Pierre

Het eerste deel van 120 Battements Par Minute – dat met zijn 140 minuten best een lange zit is – is het rationele gedeelte. We wonen vergadering na vergadering van Act Up Parijs bij in een stoffige aula, zien hoe de aanwezigen slogans bedenken, acties bedenken en onderling discussies voeren over de te volgen strategie. We zien vertegenwoordigers van de activistengroep rond de tafel zitten bij de pharmareuzen en met overheidsorganisaties. Act Up doet daarin een beetje denken aan Greenpeace: in de eerste plaats gaat het om aandacht genereren voor je onderwerp, de rest volgt later wel. Opvallend: we zitten begin jaren 90 en dus pre internet en dus is er, net als bij Greenpeace, bij alle acties een fotograaf of een cameraman aanwezig. Want wat niet vastgelegd is, bestaat niet.

In dit eerste deel vertelt regisseur Robin Campillo (die met zijn film de Grand Prix - de tweede prijs - won op het filmfestival van Cannes) zijn persoonlijke herinneringen aan zijn eigen verleden als activist bij Act Up. Camillo was zelf onbesmet, maar trok zich het lot van de anderen aan en eigenlijk doet hij nu met zijn een film een beetje wat hij eerder met Act Up deed: aandacht genereren voor een minderheidsgroep waar de meerderheidsgroep niet van wakker ligt. De mooiste scène uit dit gedeelte is wanneer Act Up de begrafenis van een relatief nieuwe activist – Jérémie – tot actieterrein maakt. En toch vallen vooral de stilte en de serene zwarte vlaggen op.

Ons hart wint Campillo pas in het tweede deel van de film wanneer hij begint in te zoomen op twee personages: Sean (Nahuel Pérez Biscayart) is een besmette jongeman die stilaan in de laatste fasen van de ziekte komt. Hij is altijd levendig, energiek, vrolijk en optimistisch, tot hij dat plots niet meer is. Sean wint het hart van Nathan. Nathan is bang van seks, want onbesmet maar hij is even homoseksueel en even begaan met zijn vrienden en kennissen die een op voorbaat verloren strijd leveren tegen een ziekte.

De knapste scènes zitten in dat tweede deel. Omdat we beseffen dat beide hun hart voor elkaar openstellen, ook al weten ze beide dat het niet lang zal kunnen duren. We zaten met een krop in de keel de scène na Seans dood en kregen een glimlach op het gelaat toen we zagen met de activisten met de stoffelijke overschot van Sean deden. Het klopte.

120 Battements Par Coeur had iets strakker gemogen, niet alle scènes waren even essentieel. Maar uiteindelijk mikte de film op hoofd én hart en heeft hij beide voor zich weten te winnen.

 

My Cousin Rachel: de schijn tegen of een kille moordenares?

My Cousin Rachel deelde dan weer een duidelijke verwantschap met Lady Macbeth, dat in april van dit jaar in onze zalen landde. In die film speelde Florence Pugh een jonge vrouw die wordt uitgehuwelijkt aan de zoon van een steenkoolmijneigenaar. Ze wordt slecht behandeld door haar schoonfamilie, krijgt gevoelens voor de nieuwe staljongen en doet vervolgens alles wat ze moet doen om bij hem te kunnen zijn.

In My Cousin Rachel loopt het net ietsje anders, maar zowel qua thema als qua setting (een groot landhuis in een ver verleden) zijn de films best vergelijkbaar. Hier wordt de kleine jongen Phillip (Sam Claflin) na het overlijden van zijn beide ouders door zijn neef Ambrose onder de hoede genomen. Hij kent een gelukkige jeugd en groeit op tot een aardige jongeman die weliswaar niks van vrouwen weet.

© Fox Searchlight Pictures

Ambrose wordt op een bepaald moment richting Italië gestuurd op doktersbevel (de zon en de warmte zouden ‘m goed doen), wat Phillip tot heer en meester van het landgoed maakt. De eerste brieven uit Italië zijn positief en zelfs gelukzalig, want Ambrose is verliefd geworden op Rachel, zijn nicht. Ze besluiten te trouwen en het duurt niet lang of in volgende brieven klinkt Ambrose al veel minder positief, hij noemt Rachel zelfs zijn kwelgeest. Philip reist naar Italië af en daar aangekomen blijkt zijn neef overleden. Een tumor, zeggen de dokters, wat hem erg achterdochtig zou hebben gemaakt tegenover iedereen in zijn omgeving: de dokters, de advocaat en ook zijn vrouw Rachel.

Philip koestert wraakgevoelens tegenover de heks die – zo gelooft hij – zijn neef heeft vergiftigd, tot hij Rachel (een alweer schitterende rol van Rachel Weisz) in levende lijve ontmoet en zijn vooroordelen jegens haar moet bijstellen. Het duurt dan ook niet lang voor ook hij als een blok voor haar valt en haar zelfs zijn hele hebben en houden wil schenken, tegen het advies van diegenen die hem omringen in.

Wat My Cousin Rachel zo bijzonder maakt, is dat je nooit uitsluitsel krijgt over wat Rachel nu precies is: een heks die uit is op geld en daardoor de ene na de andere man door ‘ongelukkig toeval’ het hoekje om helpt, of een vrouw met een tragisch verleden die al heel veel pech heeft gekend en het slachtoffer is van geroddel. Doorheen de film word je als kijker ook heen en weer geschud in je oordeel. Het ene moment ben je ervan overtuigd dat Rachel effectief een zwarte weduwe is, maar drie minuten later doet of zegt ze iets dat zo onlogisch of ontwapenend is dat je er weer zeker van bent dat deze lieve vrouw niet zo een slecht karakter kan hebben. Tot hetzelfde weer gebeurt in de andere richting.

Waar Lady Macbeth een thriller was die ons met verstomming achterliet om zoveel slechtheid, zit My Cousin Rachel om een andere reden om ons vel nu: was Rachel een verdorven mens of had ze de schijn alleen maar tegen? We weten het nog steeds niet.

 

Lees meer