Binnenkort geen kabeljauw of mosselen meer in onze zeeën? Opwarming brengt zuidelijke vissoorten naar het noorden

De komende decennia zouden nieuwe vissoorten onze wateren kunnen overspoelen, terwijl andere meer naar het noorden zwemmen. Dat stellen Britse wetenschappers op basis van onderzoek naar de temperatuur van de zee en oceaan in onze buurt. Het water wordt steeds warmer en brengt soorten die we nu nog met het zuiden associëren. Zo zouden in de toekomst niet kabeljauw of schelvis, maar wel sardines onze populairste vissoort kunnen worden.

Heel wat vis die wij als vanzelfsprekend beschouwen zou in de toekomst uit onze wateren kunnen verdwijnen. Dat blijkt uit de resultaten van een Brits onderzoek waarover onder andere The Guardian verslag uitbrengt. Naarmate de temperatuur stijgt door de opwarming van het klimaat en van de oceanen zouden kabeljauw en schelvis noodgedwongen meer naar het noorden richting de noordpool zwemmen. Voor tong en pladijs ziet het nog slechter uit, aangezien deze vissoorten nergens naartoe kunnen.

Warmer zeewater

De opwarming brengt natuurlijk wel nieuwe soorten in onze buurt, en zo zouden sardines en inktvis wel eens het vaakst kunnen voorkomen. Nu zijn dat nog vissen die je eerder met een vakantie in het zuiden van Europa associeert. Hun aantallen zijn in de wateren rond Groot-Brittannië volgens het onderzoek in elk geval aan het toenemen. De temperatuur van het zeewater is er de voorbije dertig jaar met 1,5 graden Celsius gestegen, een trend die zich de rest van deze eeuw alleen maar zal doorzetten.

"Binnen een paar decennia zou de temperatuur hetzelfde kunnen zijn als die in de wateren rond Portugal op het einde van de vorige eeuw", zegt mariene bioloog professor Stephen Simpson van de universiteit van Exeter. Enkele meer 'tropische' vissoorten die daarvan zouden profiteren om op te schuiven zijn zeebarbeel en zonnevis. Maar dat gaat ten koste van de vis waarmee wij hier vertrouwd zijn. "Schelvis is nu al aan het verdwijnen in het zuiden van de Noord-Zee, terwijl pladijs en tong steeds minder voorkomen. Kabeljauw blijkt veerkrachtiger te zijn."

De waarschuwing is natuurlijk niet nieuw, maar de studie stelt wel dat we de gevolgen in de praktijk beginnen te merken. Vissers die de meer zuidelijke soorten vangen exporteren ze terug naar de landen waar ze populair zijn. En tegelijkertijd worden onze vissoorten steeds vaker gevangen door afgelegen visserijen rond bijvoorbeeld IJsland, die ze dan weer aan ons verkopen. Vooral in Groot-Brittannië maken ze zich met het oog op de Brexit zorgen over de economische gevolgen.

Mosselen in gevaar

Uit het onderzoek blijkt ook dat de opwarming soorten kan meebrengen die veel schade kunnen aanrichten. Zelfs mosselen en oesters zijn in gevaar. Niet alleen door de komst van nieuwe vissoorten, want wetenschappers hebben al eerder voorspeld dat een hogere zuurtegraad ertoe kan leiden dat mosselen zich niet meer kunnen vastklampen en bijgevolg sneller zullen worden opgegeten door andere vissen.

Een soort die eveneens een bedreiging vormt voor de mosselbanken is de knotszakpijp. Die is afkomstig uit Azië en zou al in veel gebieden schade hebben aangericht. Niet alleen neemt de soort voedsel van andere schaaldieren weg, ze laat ook giftige stoffen los die bij mensen ademhalingsproblemen kunnen veroorzaken.

De onderzoekers zijn bijgevolg verdeeld: enerzijds kunnen vissers ervan profiteren als we ons zouden aanpassen aan de nieuwe bewoners van onze zeeën, maar anderzijds gaan ze ook heel schadelijk blijken. Hoe dan ook zullen we er rekening mee moeten beginnen houden. "In het verleden zijn al verschillende soorten in onze wateren terechtgekomen, maar ze konden de koude winter niet overleven. Die koude omstandigheden zijn intussen stilaan geschiedenis geworden. Het leven in onze zeeën is aan het veranderen."

Lees meer