Koerden in Irak houden vandaag referendum. Waarom dat voor jaren miserie en geweld in de regio kan zorgen

Vandaag gaat ondanks verwoede pogingen om het te stoppen een belangrijk referendum door in Iraaks-Koerdistan, een autonome regio die officieel onder Irak valt. De Koerden willen onafhankelijkheid en wellicht gaan ze daar ook massaal voor stemmen. Maar niemand in de regio en ver daarbuiten ziet dat zitten, want er wordt gevreesd dat Koerdische onafhankelijkheid niet alleen grote gevolgen zal hebben voor Irak, maar ook voor de roep om zelfbeschikking in andere delen van Koerdistan.

De centrale regering in Bagdad ziet onafhankelijkheid niet zitten, en dat geldt ook voor buurlanden Turkije en Iran, de VS en de VN. Volgens Iran en Turkije, twee machtige buurlanden met elk ook een aanzienlijke Koerdische bevolking, kan het referendum de regio destabiliseren.

Het referendum zou ook Irak de facto uit elkaar kunnen doen vallen. Iran, Irak en Turkije hebben al gezegd dat ze wellicht militair ingrijpen als het referendum zou doorgaan. Het zou ook tot ernstige economische problemen kunnen leiden want de grenzen met Turkije en Iran zullen dichtgaan.

Hoe is het zo ver gekomen?

De Iraakse Koerden vormen tussen 17 en 20% van de totale Iraakse bevolking. Naar schatting wonen er meer dan zes miljoen Koerden in het land. De hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio (KRG) is de stad Erbil.

De totale Koerdische populatie, zo'n dertig tot veertig miljoen mensen, leeft in een compact gebied, Koerdistan. Dat strekt zich uit over meerdere landsgrenzen - van het zuidoosten van Turkije, het zuiden van de Kaukasus, het noordwesten van Syrië en het noorden van Irak, tot in het westen van Iran.

Alleen in Irak kennen de Koerden een stabiele regering en een mate van zelfbestuur. De Koerdische Autonome Regio (KRG) werd in 2005 verankerd in de Iraakse grondwet.

Daar ging een lange periode van strijd aan vooraf. Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kwamen de Iraakse Koerden onder Brits koloniaal bestuur. Ze streefden toen al naar een onafhankelijke staat en kwamen regelmatig in opstand, eerst tegen de Britten en later tegen de Iraakse regering.

Saddam

Onder Saddam Hoessein werden de Iraakse Koerden zwaar onderdrukt. Hoessein gebruikte zelfs tijdens de jaren tachtig chemische wapens tegen Koerdische burgers. In 1991, tijdens de Eerste Golfoorlog, moedigde de Amerikaanse president George H.W. Bush en de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst CIA de Koerden aan in opstand te komen tegen Hoessein.

De Koerden deden dat, maar werden verpletterend verslagen toen de Amerikaanse coalitie de opmars naar Bagdad plotseling staakte en pantsereenheden van de Iraakse Republikeinse Garde toestond te ontsnappen.

Ondanks het mislukken van de opstand gebruikten Koerdische strijders, de Peshmerga, de no-flyzone die door de coalitie werd afgedwongen boven Noord-Irak om hun greep op het gebied te verstevigen. Nadat Iraakse troepen zich terugtrokken vormden de koerden een eigen parlementaire democratie, vestigden ze een regering en werd begonnen met de wederopbouw.

Islamitische Staat

Na de val van Hoessein in 2003 onderhandelden de Koerden over autonomie met de nieuwe Iraakse regering in Bagdad. Dat leidde in 2005 tot de vorming van de Koerdische Autonome Regio als deel van een federale Iraakse staat.

Maar de Iraakse Koerden willen geen federale deelstaat, ze willen volledige onafhankelijkheid. In juli 2014 kondigde de president van Iraaks Koerdistan, Massoud Barzani, aan dat zijn regering een referendum over onafhankelijkheid van Irak aan het voorbereiden was.

Dat referendum werd uitgesteld: de Koerden en de Iraakse regering waren het met elkaar eens dat het verslaan van IS prioriteit had. De Koerdische Peshmerga-strijders werden zelfs door de VS gezien als hun belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen IS. De Peschmarga kreeg Amerikaanse wapens en werd “begeleid” door Amerikaanse soldaten.

Nu IS verslagen is in Irak, voor een groot stuk dankzij hen, besloten de Koerden dat het tijd was om de kwestie van de Koerdische onafhankelijkheid weer naar boven te brengen. Op 15 september besloot het Koerdische parlement tot een referendum.

Trouble

Niemand ziet dat referendum zitten: de Iraakse regering, Turkije, Iran, de Verenigde Staten en zelfs de Verenigde Naties hebben de Koerden gevraagd om het niet te houden.

Koerdische onafhankelijkheid zal immers niet alleen grote gevolgen hebben voor Irak, maar ook de roep om zelfbeschikking in andere delen van Koerdistan vergroten, wordt gevreesd.

In Turkije wonen naar schatting 14,5 miljoen Koerden. De PKK, die opgericht werd in 1974, voert daar sinds 1984 een gewapende strijd voor Koerdische onafhankelijkheid.

In Iran wonen ongeveer 8 miljoen Koerden, voor het grootste deel in het noordwesten van het land. De Partij voor een vrij leven in Koerdistan (PJAK) strijdt sinds 2004 tegen de Iraanse overheid. De groep is erkend als terroristische organisatie door Iran, Turkije en de VS.

Het uiteindelijk doel van die Koerden is bovendien een Koerdische staat die overeenstemt met het gebied waar Koerden leven. Alleen Israël steunt dat idee, maar dat is vooral omdat het in de Koerden een kans ziet om Iran en Turkije te destabiliseren.