De films van de week houden de vinger aan de pols: politiegeweld in 'Detroit' en oorlog in Syrië in 'Insyriated'

Cinema heeft vele functies. Film kan je doen ontsnappen aan de werkelijkheid, maar kan je evengoed met de neus op de wrange feiten duwen. Dat tweede is wat er deze week gebeurt, want met 'Detroit' en 'Insyriated' komen twee belangrijke en geladen films de zalen in. De eerste verhaalt over rassenrellen en politiegeweld van een halve eeuw geleden, de tweede zoomt in op een familie die in constante spanning en gevaar leeft door de oorlog in Syrië.

Detroit: racisten in uniform

Detroit is de nieuwe film van Kathryn Bigelow en dat is alvast één reden om naar de film te gaan kijken. Tot op heden is Kathryn Bigelow de enige vrouw die ooit de Oscar voor Beste Regie mee naar huis mocht nemen en dat dankzij The Hurt Locker (2008), een oorlogsfilm over een bomspecialist die aangetrokken wordt door oorlog. Die film werd gevolgd door Zero Dark Thirty (2012), haar volgende kleine meesterwerkje, over de jacht op Osama Bin Laden.

Geen oorlogsfilm deze keer, of toch wel maar dan anders. Bigelow neemt ons deze keer mee naar het Detroit van 1967. Het speerpunt van de film is een politie-inval in het motel Algeirs, de aanloop daarnaartoe en de nasleep van de voorvallen. Bigelow kon deze keer niet over feiten beschikken om haar film uit op te bouwen, maar baseerde haar film op de getuigenissen achteraf en opnieuw is het haar echtgenoot Mark Boal die het scenario aflevert.

Dat ze anno 2017 een film maakt over een grote Amerikaanse stad waarin de overwegend zwarte bevolking zich onbegrepen voelt door de politie is uiteraard geen toeval en dat voel je ook terwijl je zit te kijken: we zijn 50 jaar verder, maar in feite is er niks veranderd. Bigelow neemt ons mee naar Detroit, de vijfde grootste stad van de Verenigde Staten blijkbaar, naar een tijd waarin werkloosheid en industrialisering welig tieren en de overwegend zwarte bevolking dicht op elkaar leeft in ghetto's.

De spanning is dus sowieso al te snijden, maar een eerder banaal incident - de politie valt binnen op een privéfeestje in een bar zonder drankvergunning - doet de boel ontploffen. Een aantal mensen pikken het niet meer dat de overwegend blanke politiemacht hen viseert en daarop breken rellen uit, met brandstichtingen, schietpartijen en plunderingen tot gevolg.

Geen oorlogsfilm dus, maar in het eerste gedeelte van de film is het onderscheid alleszins moeilijk te maken. Voortdurend worden er winkeliers overvallen en moeten er letterlijk branden geblust worden. De Nationale Garde wordt ingeschakeld om de brandweermannen te beschermen en de aanwezigheid van de politie gooit alleen maar olie op het vuur.

En dan, in het hart van de film, wordt het pas echt grimmig wanneer een grapjas het een goed idee blijkt te vinden om een startpistool op de Nationale Garde af te vuren. De politie en de Garde vermoeden de aanwezigheid van een scherpschutter, bestormen het bijgebouw van het motel en gaan daar zo ver hun boekje te buiten dat zowel zij als de zogenaamde verdachten als de agenten in kwestie op een bepaald moment zelf weten: er is geen enkel scenario waarin dit nog goed kan aflopen. De hele sequentie duurt ruim een uur en laat je op geen enkel moment los. Er wordt racistische praat verkocht, er worden mensen fysiek en psychologisch mishandeld en het komt net niet tot een verkrachting.

Ook wij zijn blank, maar tijdens het kijken naar Detroit schaamden we ons daarvoor. En we konden plots veel beter begrijpen waarom het zo moeilijk is om je vertrouwen in een politiemacht te leggen die jou niet lijkt te vertrouwen omdat je een andere huidskleur hebt dan hen.

Tegelijkertijd past Bigelow ervoor op om niet iedereen over dezelfde kam te scheren. Ze maakt duidelijk dat dit de rotte appels in de mand zijn. De racisten in uniform die hun machtspositie misbruiken. Of eerder: één hardnekkige racist die de rest meetrekt. "Ik ga ervan uit dat jullie allemaal criminelen zijn", zegt agent Phil Krauss (Will Poulter) op een bepaald moment, "want laten we eerlijk zijn: jullie zijn dat waarschijnlijk ook." En dus moeten de jongemannen - en ook de twee blanke vrouwen - die tegen de muur geklemd staan omgaan van de omgekeerde rechtstaat: je bent schuldig tot je het tegendeel bewezen hebt.

Er zijn ook agenten en soldaten die hun job wel naar behoren doen, die even verbijsterd naar de escalatie kijken als wij. Er zijn er ook die niet tussenbeide durven komen. Onprofessioneel, gezien hun functie, maar wel menselijk en begrijpelijk. En er is John Boyega als bewakingsagent Dismukes die toevallig in de buurt is en het grootste deel van de tijd verbijsterd staat toe te kijken. Alsof hij toen pas besefte: het is echt zo erg als iedereen beweert.

De nasleep van dit hele incident duurt misschien net iets te lang. In het slot ramt Bigelow een boodschap door onze strot die we al lang zelf hadden getrokken. Maar hoewel Detroit dus iets langer duurt dan had gemoeten (hij klokt af op 143 minuten), is het wel één van de meest intense en meest belangrijke brokjes cinema van dit lopende filmjaar.

 

Insyriated: wie onbewogen blijft bij Insyriated mist menselijkheid

Was Detroit al goed voor een krop in de keel, dan is Insyriated dat helemaal. Toen we de film gezien hadden - Insyriated was dinsdag de openingsfilm van het filmfestival van Gent dit jaar - moesten we even weer tot onszelf komen. Insyriated is een gitzwarte mokerslag met een realistisch, maar onbevredigend einde. Laten we dat al spoilen: niet alles komt goed op het einde.

Insyriated vertelt het verhaal van een familie die hun appartement weigert te verlaten, ook al staat hun buurt in Syrië geboekstaafd als onveilig, worden ze voortdurend in de gaten gehouden door scherpschutters en is een laag overvliegend vliegtuig of een vlakbij inslaande bom al lang geen uitzondering meer. Ze sluiten zichzelf op, durven zelfs amper nog door het raam te kijken. Bij dreiging geldt één regel: meteen laten vallen waar je mee bezig bent en vliegensvlug naar de keuken, de veiligste plek in huis.

Insyriated klinkt heel internationaal, maar is op en top Belgisch. Insyriated is financieel gesteund door zowel Vlaanderen, Wallonië als Brussel en is dus allicht het meest Belgische exportproduct dat de Belgische audiovisuele sector ooit heeft afgeleverd. En met succes, want de tweede langspeelfilm van Philippe Van Leeuw ging dit jaar in wereldpremière op het prestigieuze filmfestival van Berlijn. Daar werd de film ook onderscheiden met de publieksprijs en het Europa Cinemas Label.

De hoofdactrice Hiam Abbass speelt de vrouw des huizes. Ze is lang geen onbekende en speelde al rollen in Ridley Scotts Exodus: Gods And Kings, Steven Spielbergs Munich en is momenteel ook te zien in Denis Villeneuves sequel Blade Runner 2049.

Ze is ideaal als moeder die de boel overeind tracht te houden, ook al gaat ze zelf gebukt onder de miserie. Wanneer er net een bom is ingeslagen, is zij het die het dagdagelijkse gebeuren weer hervat, want er moet nog schoongemaakt worden en het avondmaal moet nog geprepareerd worden. Een bomaanslag is in Insyriated even gebruikelijk als een toiletbezoek en dat gegeven deed ons stilstaan bij ons luxeleven hier in het oh zo veilige België en bij onze #firstworldproblems.

Toch is het niet zij, maar wel Diamond Abou Abboud die de sterkste indruk nalaat. Zij speelt Halima, de schoondochter. In de meest intense scène van de film wordt zij geïntimideerd door twee mannen die het appartement zijn binnengevallen, op zoek naar kostbaarheden en afvalligen. Ze wordt uitgescholden voor slet en hoer en daarna loopt de situatie helemaal uit de hand. De scène die volgt is een ongemakkelijke intense zit en toch moet je blijven kijken, want anders ben je medeplichtig.

Wie onbewogen blijft bij Insyriated mist menselijkheid. De film stuurt je naar huis met een wrang gevoel, want er schijnt geen licht aan het einde van welke tunnel dan ook. Als Hiam Abbass tegen haar dochtertje zegt dat er straks weer vrede zal zijn, dan zien we en horen we dat ook zij dat niet écht gelooft.

Tegelijkertijd zorgde de film bij ons voor een ontzettend groot besef. Het besef dat het hier in ons Belgenlandje nog lang zo slecht niet is, vond meer ingang dan in lange tijd het geval geweest is.

 

Lees meer