Het zesde uitsterven is volop bezig: amper twee pinguïnkuikentjes overleven in kolonie van 40.000

Tienduizenden pinguïnkuikens op de Zuidpool zijn dit jaar doodgehongerd. In een kolonie van ongeveer 40.000 adeliepenguins op Petrels Island overleefden slechts twee kuikentjes van de 18.000. Twee jaar geleden overleefde in dezelfde kolonie geen enkel kuikentje. De oorzaak: de opwarming van ons klimaat.

Franse onderzoekers die een kolonie van achttienduizend paren adeliepinguïns in Oost-Antarctica bestuderen ontdekten dat na het meest recente broedseizoen, de Antarctische zomer van begin dit jaar, maar twee kuikens in leven waren gebleven.

Volgens Yan Ropert-Coudert, een pinguïnwetenschapper bij het Dumont D'Urville onderzoeksstation, dat naast de pinguïnkolonie ligt, heeft de regio te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Meer specifiek het afbreken van de Mertz-gletsjer in 2010. Dat immense stuk ijs (80 op 40 km) brak af op 250 km van de kolonie.

Vier jaar geleden beleefde de kolonie, die toen 20.196 broedende paren telde, een broedseizoen waarin geen enkel kuiken overleefde. Ook toen leidde een dicht pak zeeijs gecombineerd met ongebruikelijk hoge temperaturen en regen, gevolgd door een snelle temperatuurdaling, er toe dat de pinguïnkuikens te nat werden en doodvroren.

100 kilometer omlopen voor eten

Ook dit jaar moesten de pinguïnouders grotere afstanden afleggen om voedsel te vinden: tot wel 100 kilometer.

Het lijkt een contradictie, maar dat is het niet: er is meer pakijs omdat het smelten van het landijs zorgt voor meer zoet water in de zee en dat zoet water bevriest makkelijker. Dat effect zal over een paar jaar, wanneer de temperatuur van het zeewater nog stijgt trouwens verdwijnen.

Vorig jaar stierven al 150.000 andere adeliepinguïns uit een andere kolonie, die van Cape Denison, van de honger omdat ze maar liefst 120 km moesten omlopen om eten te vinden doordat een afgebroken stuk ijs de toegang tot hun visgronden versperde.