Vandaag start de rechtszaak die laat zien wat voor ’n land Turkije is geworden onder Erdogan

In Turkije begint vandaag de rechtszaak van de overheid tegen de “Elf van Büyükada”. Die elf zijn de voorzitter en directeur van Amnesty International in Turkije, zeven andere mensenrechtenactivisten en een Zweed en een Duitser die een computeropleiding aan hen gaven. Het was een workshop over digitale veiligheid, ten minste voor iedereen behalve de de Turkse overheid en president Erdogan, die er er een poging tot staatsgreep in zien. 

Het zal voor de advocaten lastig worden het ontstane beeld over de mensenrechtenactivisten tijdens de rechtszaak te ontkrachten. Zeker omdat in de maanden na de arrestaties in pro-regeringsmedia een harde smaadcampagne vol complottheorieën is gevoerd tegen Amnesty en de verdachten.

Het dagblad Star schreef in juli dat "de geheime ontmoeting van de Turkse en buitenlandse activisten" plaatsvond in opdracht van CIA- en MI6-agenten. De felle pro-AKP-krant Yeni Safak wist daar later aan toe te voegen dat de Duitse inlichtingendienst BND de bijeenkomst financierde, in ruil voor een rapport van de activisten over Turkije.

President Erdogan noemde de training op Büyükada vlak na de arrestaties “een poging de coup van juli vorig jaar voort te zetten”.

Tien van de elfdie nu terechtstaan, werden op 5 juli gearresteerd op het eiland Büyükada, voor de kust van Istanbul. Ze woonden daar een training bij over digitale veiligheid. De workshop werd georganiseerd door de Nederlandse hulporganisatie Hivos en gegeven door een Duitse en Zweedse trainer. De elfde aangeklaagde, Amnesty Turkije-voorzitter en advocaat Tanir Kilic, zat toen al een maand vast.

Van workshop naar coup

In de aanklacht wordt de workshop over digitale veiligheid aangeduid als "een training in methoden en tactieken die ook worden gehanteerd door terroristische organisaties". Volgens Amnesty zelf ging het om een training zoals die worden gegeven bij ieder groot bedrijf, overheidsinstantie of NGO die omgaat met gevoelige informatie.

De samenkomsten van Amnesty en andere mensenrechtenorganisaties zijn volgens de aanklacht bedoeld om "een beweging op gang te brengen die sociale chaos creëert". Die beweging zou "de publieke orde bedreigen met gewelddadige acties". Deze activiteiten zijn daarmee "in lijn met de doelstellingen van terreurorganisaties".

De training op Büyükada wordt in de aanklacht aangeduid als "een geheime en verboden samenkomst", en is daarmee “verdacht”. Het bewijs hiervoor zou zijn dat de workshop niet was gemeld bij het bestuur van het eiland. Maar, zelfs in het Turkije van Erdogan, is het vooralsnog niet gebruikelijk om iedere vergadering of training te melden bij het stadsbestuur.

Het Openbaar Ministerie eist tot 15 jaar cel voor onder meer de Duitse activist Peter Steudtner, zijn Zweedse collega Ali Gharavi en de directeur van de Turkse afdeling van Amnesty International, Idil Eser.

Zwijgen opleggen

Volgens de mensenrechtencommissie van de Raad van Europa gebruikt de Turkse regering de rechtsstaat om critici en het vrije woord het zwijgen op te leggen. De Duitse bondskanselier Merkel noemde de zaak tegen Amnesty een voorbeeld van hoe onschuldigen in Turkije verstrikt kunnen raken in het web van justitie.

De directeur van Amnesty International Europa, John Dalhuisen, zei gisteren nog: "Vanaf het moment dat zij werden opgepakt, was het duidelijk dat dit een politiek gemotiveerde vervolging is. Bedoeld om kritische stemmen in Turkije het zwijgen op te leggen."

Lees meer