De films van de week konden niet verder uit elkaar liggen: een moeilijk te vangen Franse film en een nieuw Marvel-avontuur

Het is nu wel erg vaak donker buiten en vanaf nu zitten we ook officieel in het winteruur. Dan kan een mens twee dingen doen: een warme chocomelk maken, de tv aanzetten en Netflix opstarten of naar de cinema vluchten. Dat laatste hebben we deze week gedaan voor de derde Thor en voor Au Revoir Là-Haute, een film die ons nog het meest deed denken aan het werk van Jean-Pierre Jeunet, de regisseur van Amélie Poulain.

Thor: Ragnarok: warm noch koud bij fijn entertainment

We hebben het even nageteld: sinds het Marvel Cinematic Universe zijn ingang vond naar het grote scherm met Iron Man in 2008 is Thor: Ragnarok de zeventiende (!) Marvel-film. Dit jaar zat het al redelijk vol met de tweede Guardians Of The Galaxy en de start van alweer een nieuwe Spider-Man, maar bij Marvel vonden ze dus dat een nieuwe Thor er ook nog wel even bij kon.

Het is het nieuwe tempo van Marvel, want ook in 2018 en 2019 komen er drie nieuwe films. Nu, daar hebben we gemengde gevoelens bij. Nu we toch al zo ver gevorderd zijn in het Cinematic Universe hebben we graag dat de films die uitkomen ook iets wezenlijks aan het universum bijdragen, dat ze niet alleen gemaakt zijn om ons nog eens langs de start te laten passeren. De laatste film waarbij we dat gevoel hadden was Captain America: Civil War (2016), de laatste die we écht fijn vonden om te kijken (wegens de inventiviteit van de humor) was Spider-Man: Homecoming.

In Thor: Ragnarok sterft Odin (Anthony Hopkins), de vader van Thor (nog altijd Chris Hemsworth). Nu de planeet Asgard er onbewaakt bijligt, ziet Hela (Cate Blanchett), de boosaardige zus van Loki en Thor en godin van de Dood, haar kans mooi om de strijd, die Odin ooit inruilde voor vrede, te hervatten. Hela blijkt over gigantische krachten te beschikken en dan is er ook nog Scrapper 142 (Tessa Thompson) die Thor gevangen weet te nemen en hem meeneemt naar de planeet Sakaar waar hij ter amusement van de Grandmaster (Jeff Goldblum) wordt opgevoerd als gladiator.

© Marvel

De poging tot samenvatting van de plot geeft het al weg: het feit dat Thor zich buitenaards afspeelt en er heel wat nieuwe namen en werelden worden geïntroduceerd, maakt deze Thor-films (misschien met uitzondering van Doctor Strange) de moeilijkste om te volgen uit de gehele Marvel-stal. De scenaristen nemen hier dan ook opvallend vaak hun toevlucht tot de deus ex machina-techniek waarbij nieuwe informatie vaak nogal uitleggerig wordt doorgegeven en dat begint na de zoveelste keer wel wat te storen.

Ook hier zien we niet alleen Thor van het Avengers-team, maar ook Doctor Strange (Benedict Cumberbatch) duikt even op in een behoorlijk nutteloze scène, alsof ze bij Marvel bang waren dat we 'm anders zouden vergeten. Nee, dan zijn de scènes die gedeeld worden door Thor en The Hulk/Bruce Banner (Mark Ruffalo) toch een stuk amusanter.

Deze Thor: Ragnarok sluit nog het best aan bij Guardians Of The Galaxy: het moet allemaal in de eerste plaats plezant blijven, de plotontwikkeling hoeft niet té ingrijpend te zijn naar de toekomst toe en de meeste aandacht gaat naar de humor. Vaak zijn het mopjes voor open goal die worden binnen gekopt, maar iedere voetballiefhebber weet ook dat een doelpunt voor open goal niet de meest indrukwekkende soort is. En o ja, er wordt ook al eens een doelpunt gemist.

Dat gezegd zijnde blijft Thor: Ragnarok wel amusant van begin tot einde. De film is opnieuw efficiënt en goed gemaakt, maar gaat ook nooit verder dan dat. Thor: Ragnarok is leuk zolang het duurt en daarna ben je 'm vergeten.

Wat deze film dan vooral nog net tot boven de middelmaat tilt is die indrukwekkende gare aan acteurs waarop ze bij Marvel hebben kunnen rekenen: Cate Blanchett, Idris Elba, Jeff Goldblum. Heel veel emotie kunnen ze niet in hun respectievelijke personage leggen - een lege doos blijft een lege doos - maar binnen dat kader brengen ze het er stuk voor stuk wel goed vanaf.

Voor ons is dé verrassing van de film Tessa Thompson als drankorgel Valkyrie en ja, ook Mark Ruffalo kreeg naar ons gevoel nog eens echt iets om mee te werken voor zijn personage The Hulk.

Samengevat: Thor Ragnarok is vakmanschap, maar fris is de Marvel-formule al lang niet meer.
 

Au Revoir Là-Haute: een moeilijk te vatten samenraapsel van stijlen

Over de tweede film van de week kunnen we jammer genoeg niet veel enthousiaster zijn. Au Revoir Là-Haut is een bekroond boek van Pierre Lamaitre uit 2013 over twee vrienden die samen de Eerste Wereldoorlog overleven. Wanneer ze terug in hun Frankrijk terecht komen worden ze allesbehalve als helden onthaald, maar voelen ze zich bedrogen en verstoten door de maatschappij. Ze bedenken een bedrieglijk plan en besluiten zelf voor hun geld te zorgen door een nephandeltje op te zetten in wat op dat moment hot buisness is: oorlogsmonumenten.

Au Revoir Là-Haut is op zijn best in het begin wanneer we nog middenin de oorlog zitten. De bommen slaan in en maken kraters tussen de Franse en Duitse loopgraven in en de lichamen vliegen meer dan in 'echte' oorlogsfilms in het rond. De wapenstilstand nadert, maar de oorlogszuchtige luitenant Pradelle (Laurent Lafitte) wil de oorlog tot zijn laatste zucht beleven. Het is door zijn oorlogszucht dat Edouard (Nahuel Pérez Biscayart), een kunstzinnige jongeman uit een rijke familie, verminkt raakt en het gehele onderste deel van zijn gezicht kwijtraakt. Zijn vriend Albert (een rol van regisseur Albert Dupontel) besluit om voor Edouard te zorgen.

© Cinéart

Edouard zelf besluit zich te storten op zijn passie, tekenen, en ontwerpt ludieke maskers zodat hij zijn eigen gezicht nooit meer hoeft te tonen.

Het gegeven van de maskers alleen al is potentieel aangrijpend, maar de film lijkt gevangen te zitten tussen twee of zelfs drie genres in en weet niet te kiezen. Langs de ene kant wil de filmj iets vertellen over het trauma van oorlog. Dat lukt, wanneer we Edouard en Albert zien strijden om te overleven. Dat lukt heel erg wanneer we in een scène te zien krijgen hoe er en masse kerkhoven aangelegd worden om alle lijken van straat te krijgen.

Anderzijds wil Au Revoir Là-Haut een grappige film zijn én een verhaal vertellen over twee zielen die door de wanhoop richting misdaad en oplichterij worden gedreven. Die drie dingen apart lukken allemaal, maar zet ze samen in één film en er wringt iets.

Het probleem van de film is dat hij te Frans is en dat ook zijn humor dus typisch Frans is: aangedikt en daardoor ongeloofwaardig. Een subtielere toon, de toon die Albert Duponel zélf wel heel de tijd weet aan te houden, had dus veel meer kunnen doen meeleven met de personages en hun motieven. Nu zagen we een potentieel aangrijpend verhaal dat zijn potentieel nooit helemaal kon waarmaken.

 

Lees meer