Voor de films van de week gaan we de tennisbaan op, zowel voor 'Borg/McEnroe' als voor 'Battle Of The Sexes'

We hebben niet zo heel erg veel met sport, maar een tennismatch gaat er van tijd tot tijd wel in. Een tenniswedstrijd stopt dan ook niet na pakweg twee keer 45 minuten spelen, maar gaat door tot het bittere eind. En dat maakt het een uitputtingsslag, fysiek maar ook psychologisch. Nu wil het toeval dat er deze week niet één, maar twéé tennisfilms in de zalen zijn geland. Ogenschijnlijke tennisfilms, want in beide gevallen gaat het over meer dan dat.

Borg/McEnroe: een tennisfilm, maar ook een psychologisch drama en een thriller

De betere film van de twee is deze Borg/McEnroe. Het is de eerste film voor de Deense regisseur Janus Metz sinds zijn Armadillo (2010). In die indrukwekkende documentaire ging hij mee met het Deense leger naar Afghanistan, mét gevaar voor eigen leven.

Het is dus verrassend dat hij het nu over een totaal andere boeg gegooid heeft en toch ook weer niet, want op een bepaalde manier is een tennismatch ook oorlog, één lange psychologische oorlog. Metz bouwt zijn film op rond de legendarische finale van Wimbledon op 5 juli 1980 tussen de Zweedse superster Björn Borg en de Amerikaanse John McEnroe, een speler die berucht is om zijn woedeaanvallen, maar wel degelijk ook een potje kon tennissen. Wij waren toen nog niet geboren, maar zelfs wij kennen de verhalen.

Borg/McEnroe schetst het verhaal van twee mensen die meer op elkaar lijken dan ze zelf beseffen. Borg (Sverrir Gudnaso) bleek al op jonge leeftijd een supertalent en aast nu op zijn vijfde titel op Wimbledon voor zijn 25e. McEnroe (Shia LaBeouf) is een rijzende ster op dat moment en is er even gebrand op om te winnen. De rivaliteit tussen de twee is een bron van interesse voor de pers, mede omdat de twee zo'n totale tegengestelden lijken.

Niets is echter minder waar. Tot op heden zijn de twee voormalige supersterren goed bevriend en, zo weten degene die de film gezien hebben,de jonge Borg had evenzeer last van woedeaanvallen. Alleen heeft hij ze binnenin zich leren houden om ze daar om te zetten in energie. McEnroe doet hetzelfde, maar doet dat uitwendig en houdt ook wel van de rol van rebel. Het leven is voor hem rock-'n-roll.

Een extra grote pluim hebben we voorzien voor de beide acteurs, want als we soms vergaten dat we naar een film zaten te kijken, dat was dat aan hen te danken. Het is ook een opluchting dat Sverrir Gudnaso gewoon Zweeds mag praten met de mensen in zijn omgeving en zich niet hoeft uit te drukken in een Hollywoodiaans Engels met een gebrekkig accent. Nog beter dan Gudnaso is Shia LaBeouf die een perfecte vertolking neerzet als McEnroe.

Regisseur Janus Metz wil zijn film geen tennisfilm noemen, maar een psychologisch drama en de tennis is inderdaad niet meer dan de context in deze film. Tennis is een spel dat je speelt met het lichaam, maar dat gewonnen wordt met het hoofd. Het doet ook denken aan Rush, de film over Formule 1-piloten James Hunt en Niki Lauda. Ook daar waren het twee tegengestelden: de rationele racer en de flierefluiter die net dat risico meer durfde te nemen zonder er al te veel bij na te denken.

Dit is eigenlijk eenzelfde karakterschets, met eenzelfde spanning met als hoogtepunt de fameuze finale van Wimbledon waar de film mee begint én eindigt. En opnieuw geldt hier, net zoals in Rush: ook al weet je al hoe het eindigt, de match zal je naar het puntje van je stoel brengen.

 

Battle Of The Sexes: een strijd voor vrouwenrechten uitgevochten op het tennisveld

We schrijven bewust "een strijd voor vrouwenrechten" in de titel en niet "de strijd voor vrouwenrechten", want die is helaas zoals we allemaal weten nog steeds niet gestreden. Battle Of The Sexes focust zich op Billie Jean King, de legendarische tennisster die het vrouwentennis op de kaart zette en als eerste prijzengeld ontving dat gelijk was aan dat van de winnaars in het mannentennis. Zelf afgedwongen, uiteraard.

Wanneer Billie Jean (een rol van Emma Stone) erachter komt dat het prijzengeld voor de vrouwencompetitie maar liefst acht keer lager is dan het prijzengeld van de mannencompetitie stapt ze op bij de officiële tennisfederatie en richt ze zelf een nieuwe organisatie op, de Women Tennis Association (WTA) met eigen sponsors en eigen toernooien. Het doet denken aan de strijd die jonge actrices, waaronder Emma Stone, momenteel voeren om eenzelfde loon als hun mannelijke collega's te krijgen.

En dan hebben we 't nog niet gehad over Bobby Riggs. Want de titel van de film - Battle Of The Sexes - wordt ontleend aan een wedstrijd tussen Billie Jean King en Bobby Riggs (Steve Carrell), een ex-tenniskampioen die verslaafd is aan aandacht en aan gokken en die overtuigd is van het idee dat het mannentennis superieur is aan het vrouwentennis en dat mannen bij uitbreiding superieur zijn aan vrouwen. "Vrouwen zijn op twee plaatsen geschikt", meent Bobby Riggs ergens, "namelijk in de slaapkamer en in de keuken."Ze zouden er het best aan doen om zich op de achtergrond te houden als het over het bedrijfsleven of sport gaat, is zijn mening. Want dat zijn mannenzaken.

In die bewuste wedstrijd - gespeeld op 20 september 1973 - verdedigde Billie Jean King dus niet alleen het vrouwentennis, maar ook bij uitbreiding de vrouw en de waarde van de vrouw. Tegelijkertijd worstelde ze met haar ontluikende lesbische gevoelens voor Marilyn (Andrea Riseborough), een relatie die haar heel wat reputatieschade zou opleveren en sponsors zou kosten als ze zou uitlekken.

Het levert een entertainende film op van het regisseursduo dat ook onder andere Little Miss Sunshine inblikte: Jonathan Dayton en Valerie Faris, opvallend een evenwichtig man-vrouw duo.De beeldvoering is behoorlijk braaf en dat extra korrelige beeld (om aan te tonen dat de evenementen in het verleden plaatsvonden, nemen we aan) hoefden echt niet. Maar verder: een fijn en genietbaar filmpje dat vandaag misschien wel - helaas - extra relevant is geworden.
 

Lees meer