Meer loon in ruil voor bedrijfswagen? Raad van State zegt “NEEN!”

De Raad van State is niet te vinden voor de regeling voor bedrijfswagens, die de federale regering voorgesteld heeft. Zo wil Michel I dat werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een vergoeding en vervolgens indirect voor meer duurzame vervoersmiddelen. Maar volgens de Raad van State zou dat ongelijkheid en zelfs discriminatie in de hand kunnen werken.

De Raad van State gaat niet akkoord met het wetsontwerp dat de federale regering ingediend heeft voor de nieuwe regeling voor bedrijfswagens. Dat schrijven de VRT en de kranten van Het Mediahuis. Het ontwerp schrijft voor dat werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een som geld. Deze vergoeding zou onder dezelfde fiscale regels vallen als een bedrijfswagen en wordt dus lager belast dan het normale loon. Ook zijn werkgevers niet verplicht om het mobiliteitsbudget in te voeren of toe te kennen en zijn werknemers niet verplicht om een mobiliteitsbudget aan te vragen. De bedrijfswagen kan trouwens pas ingeruild worden voor cash als beide partijen akkoord gaan. Dit kan volgens de Raad van State ongelijkheid uitlokken omdat zo’n vrij te besteden mobiliteitsvergoeding veel minder belast wordt.

Duurzame mobiliteit niet gegarandeerd

Bovendien vraagt de Raad van State zich af of met dit systeem wel degelijk naar een meer duurzame mobiliteit gestreefd wordt. Het gaat namelijk om een regeling die herhaaldelijk kan worden toegepast en dus niet afloopt. Ook wordt de besteding van het geld niet aan beperkende voorwaarden gekoppeld. In sommige gevallen zou het voorstel van de regering tot meer duurzaamheid leiden, maar volgens Raad van State kan er niet gegarandeerd worden dat de mobiliteitsvergoeding effectief besteed zal worden aan duurzame vervoersmiddelen. Zo kan een werknemer er bijvoorbeeld voor kiezen om (mede) met de vergoeding een privéwagen te kopen om elke dag naar zijn/haar werk te rijden. Het is trouwens ook mogelijk dat iemand na een promotie opnieuw een bedrijfswagen krijgt, die dan na verloop van tijd wéér ingeruild kan worden voor een vergoeding.

Nog een bedenking van de Raad van State: iemand die het openbaar vervoer sneller op het werk raakt, zal eerder geneigd zijn de bedrijfswagen in te ruilen, terwijl iemand die sneller is met de auto, waarschijnlijk zal kiezen om de bedrijfswagen te houden. “Indien dat effectief het geval zou blijken, dan zou de ontworpen maatregel op onvolkomen wijze tegemoetkomen aan de beoogde doelstelling”, klinkt het.

Mobiliteitsvergoeding niet de oorzaak van ongelijke behandeling

Er wordt verwacht dat de memorie van toelichting, die de Raad van State bij het ontwerp zal geven, aangevuld zal moeten worden op basis van de principes die de regering heeft vooropgesteld. De drie principes: er is keuzevrijheid, het is enkel van toepassing voor werknemers met een bedrijfswagen en de ingreep is budgetneutraal.

De Raad van State erkent dat er een ongelijke fiscale en sociale behandeling is tussen werknemers met of zonder bedrijfswagen, maar die ontstaat volgens hen niet door deze mobiliteitsvergoeding. Die zou net het negatieve effect van het huidige systeem net compenseren, want nu worden werknemers nog gestimuleerd om met een bedrijfswagen rond te rijden.

Mobiliteitsspecialist: “Regering moet huiswerk opnieuw doen”

Mobiliteitsspecialist Jef Van den Bergh (CD&V) zegt in De Gazet van Antwerpen dat de federale regering “zijn huiswerk opnieuw moet doen. Dit is een kans om een regeling uit te werken die écht leidt tot een volwaardig mobiliteitseffect. Met enkel cash is het mobiliteitsbudget enkel een budget. Het cashverhaal is wat ons betreft slechts een eerste stap naar een meer duurzame en flexibele mobiliteit. Wil men echt tot een volwaardig mobiliteitseffect komen, dan moet de focus absoluut op mobiliteit liggen, en niet op nettoloon.”

Volgens Van den Bergh is het de taak van de regering om een nieuw wetsontwerp op te stellen, “met als bedoeling de files op onze wegen weg te werken en een alternatief voor de vele bedrijfswagens te bieden”. Hij pleit voor een “volwaardig mobiliteitsbudget” dat “de werknemer kan aanwenden voor verschillende vervoersmogelijkheden”. “Hiermee krijgt de werknemer de kans om zijn mobiliteit op een flexibele manier in te vullen en te kiezen voor alternatieve vervoersmodi”, zegt hij. “De ‘inruilvergoeding’ biedt daar geen enkele garantie voor, besluit nu ook de Raad van State.”

Lees meer