De films van de week worden bevolkt door mannen met baarden: Zagros in Zagros & huurmoordenaar Joe in You Were Never Really Here

We hebben toevallig twee psychologische thrillers uitgekozen om in de kijker te zetten deze week en bij de ene is die stempel al sneller duidelijk dan bij de andere. Zagros, het titelpersonage uit de gelijknamige film, gaat langzaamaan ten onder aan paranoia, terwijl Joe uit You Were Never Really Here duidelijk te kampen heeft met onverwerkte jeugdtrauma's.

Zagros: nu heeft de multiculturaliteit eindelijk echt zijn weg gevonden naar de Belgische film.

Zagros is het langspeeldebuut van Sahim Omar Kalifa, een Belg afkomstig uit Iraaks Koerdistan die in 2001 naar België is gekomen en hier zijn cinema-ambities heeft kunnen waarmaken. Zelfs meer dan dat, want zijn kortfilms werden wereldwijd onder de prijzen bedolven, waarbij vooral Baghdad Messi ontzettend hoge ogen gooide.

Nu is er ook de eerste langspeler van Kalifa, Zagros, en ook die doet het al ontzettend goed. Onlangs kreeg de film de Grand Prix voor Beste Film op het Filmfestival van Gent, een eer die nog niet zo vaak te beurt is gevallen aan een Belgische film.

© Cinéart

Zagros vertelt het verhaal van een eenvoudige schaapsherder die perfect gelukkig is met zijn vrouw en kind nabij de bergen en tussen de schapen. Maar Zagros (Feyyaz Duman) krijgt te maken met roddels in het dorp, want - zo wordt gefluisterd - zijn zwangere vrouw zou een relatie hebben met een andere man.

De vrouw in kwestie, Havin (een schitterende rol van Halima Ilter) is een sterke, moderne en erg mooie vrouw die zich uiteindelijk genoodzaakt voelt om bliksemsnel en met haar dochtertje Rayhan (Daria Hachem Mohamet Gulli) via Istanboel naar België te vluchten waar ze nog een verre neef heeft wonen. Achtergebleven in Koerdistan blijft Zagros zijn vrouw verdedigen, terwijl zijn ouders, zijn familie en zijn dorpsgenoten de vlucht van Havin als een schuldbekentenis beschouwen. Korte tijd later besluit Zagros om zijn vrouw achterna te reizen naar België, via de illegale smokkelwegen.

Aanvankelijk gaat alles erg vlot in België. Hij vindt vrouw en kind behoorlijk vlot terug, hij krijgt een voorlopige verblijfsvergunning en Havins neef Dara weet hem zelfs snel een job te bezorgen in een slachthuis. Maar ondertussen heeft de twijfel wel een ingang gevonden in Zagros' hoofd. Is zijn vrouw hem echt wel al die tijd trouw geweest? Of is er effectief altijd vuur waar er ook al rook hangt? En, wat heeft ze al die maanden met die niet onknappe neef in de buurt allemaal uitgestoken?

Waar Zagros begon als een verhaal over liefde en vertrouwen, maakt Kalifa al snel de ommezwaai naar een film over liefde en wantrouwen. Zeker wanneer Zagros' vader ook nog eens in België komt aanwaaien escaleert de situatie snel. Hij plant zaadjes in Zagros' hoofd als vergif en die zaadjes groeien uit tot een ongezonde achterdocht die de relatie tussen Zagros en Havin geen goed doet.

Die achterdocht maakt Zagros eigenlijk in de eerste plaats tot een psychologische thriller met dezelfde insteek als De Greppel, de meest recente roman van Herman Koch: het niet weten of iets waar of niet waar is, dat maakt je gek. Dat dit gegeven een migratie-achtergrond meekrijgt en pijnpunten blootlegt tussen traditie (de familie en eer zijn het allerhoogst) en de positie van de vrouw in een westers land als België zijn dan alleen nog maar extra's.

 

Twee scènes willen we in het bijzonder aanstippen: hoewel we niet van hondenliefde beschuldigd kunnen worden deed het brute afscheid tussen Zagros en zijn herdershond Mr. Spock (een geniale naam) ook ons iets, maar hét speerpunt van de film, de scène die alles zegt zonder het allemaal uit te spreken is de scène met het zoutvat. Nu al een klassieker in de Belgische cinema.

We zijn zowaar trots dat we een film als Zagros een Belgische film mogen noemen. Je merkte het al langer in de voetballerij, je begint het te merken in de muziek (met blackwave., Roméo Elvis, AMERY en Coely bijvoorbeeld) en je begint het nu ook écht te merken in de film: de multiculturaliteit heeft nu eindelijk ook echt zijn weg gevonden naar de kunsten.

Adil El Arbi en Billal Fallah hebben met hun films de voorzet gegeven, Sahim Omar Kalifa kopt de bal met grote klasse in doel.

 

You Were Never Really Here: esthetisch interessant, maar we bleven toch wat op onze honger zitten.

Nog een prijzenkaper: You Were Never Really Here won de prijzen voor Beste Scenario en Beste Acteur op het filmfestival van Cannes. Die prijs voor Beste Acteur voor Joaquin Phoenix kunnen we nog wel begrijpen, de prijs voor Beste Scenario niet zo.

Maar laten we beginnen bij het begin: in You Were Never Really Here volgen we Joe (Joaquin Phoenix), een huurmoordenaar met een geweten die nog steeds bij zijn moeder woont en de steeds toenemende zorg voor zijn verwekster zo goed mogelijk op zich weet te nemen. Wanneer hij de opdracht krijgt om de dochter van een senator (Ekaterina Samsonov)te bevrijden uit een kinderprostitutienetwerk onder hooggeplaatste piefen kan hij de gevolgen daarvan niet voorzien.

You Were Never Really Here is de eerste film van regisseur Lynne Ramsay sinds die in 2011 hoge ogen gooide met de verfilming van We Need To Talk About Kevin. Ze etaleert dezelfde ambitie - een film die raakt en blijft hangen - maar slaagt daar wat ons betreft veel minder in dan zes jaar geleden.

De film wordt in recensies nogal gemakszuchtig vergeleken met Taxi Driver, dan wel Drive. Met de tweede vergelijking is Ramsay zelf, zo liet ze in een interview in filmmagazine Vertigo horen, niet bepaald blij en ook wij hebben die film altijd al wat over het paard getild gevonden. De vergelijking snappen we wel, want Joaquin Phoenix is ongeveer even weinig van zegs als Ryan Gosling in Drive, maar anderzijds: wat moet je zoal zeggen als huurmoordenaar?

De vergelijking met Taxi Driver is zo mogelijk nog gemakkelijker, want beide hoofdpersonages redden een jong meisje uit een bordeel, maar waar Travis Bickle uit Taxi Driver een grote psychologische evolutie ondergaat doorheen de film blijft het personage van Joaquin Phoenix nogal vlak doorheen de film en evolueert het helemaal niet..

Joe is nu eenmaal al pretty fucked up aan het begin van de fil. Joe is doorheen de hele film een staaf dynamiet waarvan het lontje bijna op zijn eind loopt. Hij is gestructureerd in zijn werk en heeft doorheen de jaren een set van strikte regels en modus operandi uitgedacht, maar het is voor iedereen duidelijk dat hij voortdurend op springen staat.

Het lichaam van Joe is gehavend (overal staan diepe littekens) en de zelfzorg gemiddeld dus het kan niet anders dan dat de huidige levensstijl het gevolg is van een jeugdtrauma. Hoe word je anders immers huurmoordenaar? Aan die jeugdtrauma's refereert Ramsay soms wel, maar tegelijkertijd blijft ze daarin heel erg op de vlakte waardoor die scènes misschien nog vooral een storend element vormen.

Dat we toch met een aangenaam gevoel de zaal uit zijn gestapt, is te danken aan Joaquin Phoenix die gewoon niet slecht lijkt te kunnen acteren en aan het gevoel voor esthetiek dat Lynne Ramsay aan de dag legt in haar cameravoering en in de soundtrack. Zo duurt het bijvoorbeeld aan het begin van de film ettelijke minuten voor we het gezicht van Joe te zien krijgen, doet de soundtrack heel bewust banaal en willekeurig aan (de radio speelt nu eenmaal niet vaak dat ene ideale nummer voor dat welbepaalde moment) en is de cameravoering op zijn minst esthetisch te noemen.

Het was oké, maar we hadden beter verwacht. Straks Taxi Driver nog eens opzetten.

Lees meer