'Wolfenstein 2: The New Colossus': verstand op nul en knallen

De terugkeer van 'Wolfenstein' zorgde bij ons voor een nostalgische euforieboost. Andere games hadden doorheen de jaren het afknallen van nazi's dan wel tot een kunst verheven, maar geen enkele kon de sfeer van 'Wolfenstein' evenaren. We konden dan ook niet wachten om de intussen derde 'vernieuwde' 'Wolfenstein' in onze console te duwen en een hoop nazi's om zeep helpen. Pure nostalgie, maar dan in HD. Oh, good times.

Velen hadden hun twijfels bij de initiële terugkeer van Wolfenstein (neen, wij rekenen de RPG en de halfbakken Wolfenstein uit 2009 niet mee). Kon Bethesda de magie van de oude games wel recreëren? Maar ze stelden niet teleur. Wolfenstein: The New Order en de prequel The Old Blood waren weer pure Wolfenstein-fun. En Wolfenstein 2: The New Colossus is dat gewoon ook.

Meer nog, The New Colossus is misschien wel de beste in de moderne reeks. Wolfenstein 2 start nagenoeg waar The New Order ons heeft achtergelaten. De game opent dan ook met een monoloog van de, letterlijk en figuurlijk, gebroken William Blazkowicz.

'Den Duits'

Voor wie de reeks niet kent, schetsen we even de (redelijk simpele) situatie. We bevinden ons in de jaren 60, maar dan in een tijdlijn waar de nazi’s als winnaar uit de Tweede Wereldoorlog zijn gekomen. Een even simpele als geniale uitgangspositie voor een shooter natuurlijk. ‘Den Duits’ bezet de VS en wij (wie anders) gaan er samen met een aantal andere verzetsstrijders, maar toch vooral op ons eentje, voor zorgen dat Hitler een toontje lager zal gaan zingen.

We spreken dan wel over de sixties maar als er weer maar eens een of andere hoogtechnologische robot voor je staat, waan je je toch eerder in een soort futuristische versie van het verleden. Maar hé, wie Wolfenstein speelt omwille van de realistische kijk op de wereld, past in het rijtje met die gamers die in Grand Theft Auto auto’s besturen zoals je het in het echte leven zou doen (lees: knettergek).

Wolfenstein is de ultieme hersenloze shooter. En dat is, in tegenstelling tot hoe de term vaak gebruikt wordt, een enorm compliment. Wolfenstein probeert niet meer te zijn dan het is. De game zit propvol actie en pompt je zo vol adrenaline en heroïek, dat zelfs wij ons soms niet konden bedwingen en in ons beste Amerikaanse accent riepen “Hell yeah, I’m gonna kill me some nazi’s!

Het hoofdpersonage is dan ook hét prototype van de Amerikaanse actieheld. Afgetraind als een bodybuilder, de typisch kort geschoren ‘leger’-coupe, de obligatoire littekens in het gezicht en een bad attitude waar zelfs Kim Kardashian van zou huiveren. Duke Nukem dus, maar dan zonder de sigaar. En zonder bubblegum.

Voor nuance moet je niet bij Wolfenstein zijn

Wolfenstein probeert in deze sequel net iets meer te hameren op het verhaal. En hoewel de cutscenes prachtige graphics hebben, leuk zijn opgebouwd en echt aanvoelen als een film, zijn ze vaak toch net iets te lang. Ook al zijn er meestal enkel cutscenes aan het einde van bepaalde missies of hoofdstukken, toch halen ze de vaart ietwat uit een voor de rest aan een sneltreintempo lopend game.

Het is af en toe leuk om eens op adem te kunnen komen tijdens zo’n fenomenale cutscene, maar we betrapten onszelf er toch vaak op een aantal knopjes in te duwen om ze te kunnen skippen. Maar dat kan dus niet. En we raden het eigenlijk ook niet aan, want ze maken Wolfenstein net dat meer dan een standaard ‘domme’ shooter. Verwacht je wel aan de typisch overdreven Amerikaanse heroïek. Want een echt genuanceerd verhaal zit er niet in. Maar hé, voor nuance moet je niet bij Wolfenstein zijn.

Dat Wolfenstein aan zo'n vaart voorbij dendert, is een enorm pluspunt natuurlijk. Maar alles dat die vaart eruit haalt, voelt daarom enorm frustrerend aan. Omdat het merendeel van het spel heel snel gaat, lijkt een trager stuk extra lang te duren. Soms valt er plots zo'n 'stilte' als je je weg aan het zoeken bent naar een volgend punt dat hoegenaamd nergens aangeduid staat op de kaart. 'Ga naar punt X' is dan ook geen duidelijk aanknopingspunt als er op je map niets benoemd is.

De moeilijkheidsgraad is ook redelijk abstract. Vaak hebben we geen problemen met een horde aanvallers. Je kan ze gewoon één voor één uitschakelen en je tussenin verschuilen (of nog wat onnozeler: als een gekke in het rond beginnen lopen). Maar soms zit je zo muurvast dat het plots nagenoeg onmogelijk wordt.

Veelal hangt het ook gewoon af van ervaring. De eerste keer dat we zo’n robot tegenkwamen, hebben wij dat dekselse death screen vervloekt. Maar eens je weet hoe je zo’n gedrocht moet aanpakken, wordt het echt een piece of cake. Drie keer knallen met het juiste wapen, en dat immense ding is veranderd in een hoopje schroot (dat je natuurlijk wel even gaat oprapen om als armor te gebruiken). Dat zorgt ervoor dat na een dertiende keer wel voorbij die ‘eindbaas’ te raken enorm frustrerend is, omdat je dan plots merkt hoe makkelijk het eigenlijk kan zijn.

Conclusie: 8,5/10

We zeiden het eerder al: Wolfenstein 2 is de ultieme hersenloze shooter. Maar verwacht er ook niet meer van. Stealth, bijvoorbeeld, is in dit game een relatief gegeven. Je kan je nog op je meest Hitman-achtige manier proberen te verhullen, het eindigt toch altijd in een 'knallen op alles dat beweegt'-situatie. Maar dat is ook niet erg.

De cutscenes geven de game net dat ietsje extra, al gaan ze na een tijdje wel enerveren. Maar Wolfenstein is dan ook geen game die je uren na elkaar zal spelen. Het leent zich enorm tot een half uurtje al die opgebouwde frustraties te laten botvieren op een hoop nazi's, om dan toch die controller weer, helemaal uitgeblust, neer te leggen. Wolfenstein is verstand op nul en knallen. En dat is helemaal niet zo erg.

Lees meer