De bassist wordt frontman: dichter bij Dire Straits kom je niet meer dan waar John Illsley ons bracht in De Casino

We danken de mensen van De Casino in Sint-Niklaas om (of Dire Straits) achter de naam van John Illsley te zetten, want anders hadden we ’t niet geweten. Illsley was vanaf de stichting van Dire Straits tot 1992 de bassist van de groep. Dat de bassist nu ook plots zanger werd, daar hadden we zowat onze bedenkingen bij. Maar omdat meer dan de helft van de setlist uit nummers van Dire Straits bestond, zijn we toch nog eens tot in Sint-Niklaas gespoord.

Officieel zijn Dire Straits nooit gesplitst, maar sinds 1995 staan ze op non-actief. Illsley heeft na die periode niet meteen veel gedaan, maar is dan in 2010 toch weer soloplaten beginnen uit te brengen. Naar verluidt probeerde hij Mark Knopfler – samen met Illsley het enige stichtende lid dat ook het einde van de rit heeft gehaald – in 2008 te overtuigen om Dire Straits weer bij elkaar te brengen, maar toonde Knopfler geen interesse. Hij vindt tot op heden zijn solocarrière interessanter, ook al is hij daar vast en zeker de enige in.

© Getty Images

Waar Mark Knopfler op zijn soloturnees altijd de nadruk heeft gelegd op zijn solomateriaal en als toegift naar de fans toe ook hier en daar een nummer van Dire Straits speelde, pakt Illsley het anders aan: hij speelt de nummers van Dire Straits die iedereen wil horen en gebruikt die lokroep om ook zijn solowerk te promoten.

Een beetje zoals Clint Eastwood

Aan John Illsley is nooit een groot zanger verloren gegaan, zo bleek. Hij lijkt tegenwoordig nog het meest op Clint Eastwood en als je Eastwood een microfoon in de handen zou duwen en ‘m met het pistool tegen het hoofd zou dwingen om te zingen, dan zou hij ook ongeveer zo klinken als Illsley. Die beperkte raspende stem kwam nog het best tot zijn recht in de tragere meer vertellende songs, zoals Private Investigations, On Every Street en Brothers In Arms.

In de andere songs valt hij niet meteen door de mand, maar dat was vooral te danken aan de uitstekende band die hij rond zich had verzameld. Tijdens Walk Of Life – het openingsnummer – klonk die nog als een doorsnee coverbandje op een doordeweekse parkavond van één of ander boerenhol, maar dat lag, zo bleek, meer aan het nummer dan aan de band. Wat wel bleef: de instrumentale stukken waren de beste. Gelukkig zijn die bij Dire Straits lang en talrijk, zoals in Tunnel Of Love of de op groot applaus onthaalde afsluiter Where Do You Think You’re Going?

Blair en Bush

Het bleek een regel te zijn, want ook de trage solonummers van Illsley bleken de beste. Het mooie Testing The Water sloot nog het meest aan bij Dire Straits, maar ook Streets Of Heaven (een liefdesliedje opgedragen aan zijn vrouw) en Ship Of Fools (uit de tijd dat de grootste vijanden van de wereld nog Tony Blair en George W. Bush waren) bleken het beste van wat we uit zijn solowerk te horen kregen.

Blijft de vraag: is het de moeite, een bassist die ineens frontman wordt? Denk eens na over of je naar een optreden zou gaan van Adam Clayton die nummers van U2 besluit te zingen. In dat geval zouden we het niet doen, maar in 1993 waren wij nog maar zeven jaar. Te jong dus om Dire Straits bewust en live te hebben meegemaakt. 12 van de 20 nummers die in Sint-Niklaas werden gespeeld, waren van Dire Straits. Daartussen ook nummers die Mark Knopfler zelden of nooit nog live speelt in zijn shows, zoals Expresso Love, Private Investigations, Tunnel Of Love en Where Do You Think You’re Going?.

Dat gegeven maakte het concert de moeite waard. Al wachten we eigenlijk nog steeds gewoon tot Mark Knopfler besluit om de echte Dire Straits weer bij elkaar te brengen. Voorlopig komen we niet dichter bij Dire Straits dan een concert van John Illsley.

Lees meer