Beertje Paddington en George Clooney leveren de films van de week en pleiten elk op hun eigen manier voor warmte in de wereld

Nu de kerstvakantie voor de deur staat kunnen we ouders die naar de filmzaal willen trekken maar één film écht aanraden: Paddington 2. Je doet jezelf en je kroost er een plezier mee en komt met een geheel verwarmd hart weer buiten. Maar ook Suburbicon van George Clooney pleit in zijn film voor een warmere wereld, zij het wel op een totaal andere manier.

Paddington 2: amusant en hartverwarmend

Afgelopen zomer overleed Michael Bond, de geestelijke vader van beertje Paddington. We vinden het oprecht jammer dat hij deze tweede film niet meer heeft kunnen meemaken. Het knappe aan beide Paddington-films is toch vooral dat ze hartverwarmend zijn zonder ergens melig te worden. Het is een dunne koord om te bewandelen, maar beertje Paddington slaagt erin.

De eerste Paddington, uit 2014, was ook al knap: die film vertelde het verhaal van een beertje dat door zijn tante in Peru op een schip werd gezet naar Londen, op zoek naar een beter leven aldaar. Paddington kwam in een land terecht dat hij niet kende en werd geconfronteerd met allerlei spullen en gebruiken die hij niet kende. Waar deze eerste film - lichtjes, maar onmiskenbaar - alludeerde op de vluchtelingencrisis is Paddington 2 - opnieuw: fijntjes, maar onmiskenbaar - een pleidooi voor een wereld waarin we met z'n allen wat warmer zijn voor elkaar.

Paddington doet het goed in zijn nieuwe leven. Hij is nu definitief opgenomen in de familie Brown en hij is ook helemaal ingeburgerd en heel erg geliefd in zijn nieuwe buurt. Maar het beertje heeft een probleem: zijn tante Lucy wordt 100 en zeker nu zijn oom al overleden is, wil hij haar het perfecte verjaardagscadeau geven. Zijn oog valt op een prachtig antiek boek dat hij in de winkel van Mr. Gruber gezien heeft, maar helaas is het uniek in zijn soort waardoor het veel te duur is.

Dus, besluit Paddington, gaat hij een job zoeken om de centjes die hij nodig heeft voor het boek zo bij elkaar te krijgen. Net wanneer hij het geld bijna bij elkaar heeft wordt het boek gestolen en wordt Paddington van diefstal beschuldigd, een beschuldiging die hem zelfs in de gevangenis doet belanden.

Het mooie aan beertje Paddington is zijn voortdurende optimisme, zijn altijd aanhoudende beleefdheid en zijn talent om in iedereen het goede te zien, ook waar niemand anders het ziet. En om dat allemaal te kunnen hoeft Paddington niet eens moeite te doen; het is zijn basishouding naar andere mensen toe. En dat maakt dat hij zelfs als hij erg rake dingen zegt of oprecht ontgoocheld of verontwaardigd is in iemand Paddington heel onschuldig blijft klinken. De stem van Ben Whishaw is er perfect voor.

Dus ook wanneer Paddington in de gevangenis terechtkomt is hij zijn optimistische zelve en durft hij als enige de confrontatie aangaan met de enge Knuckles (Brendan Gleeson). Het gaat langzaam, maar ook Knuckles ontdooit voor Paddington en zo weet het beertje ook in de gevangenis de sfeer helemaal om te draaien.

Ondertussen doet de familie Brown haar best om de onschuld van Paddington - waar ze uiteraard van overtuigd zijn - te bewijzen. Ze botsen daardoor met Phoenix Buchanan (Hugh Grant), een ooit erg beroemd acteur die nu vooral de kost verdient door in reclamespotjes te spelen voor hondenvoer en die om één of andere mysterieuze wijze achter hetzelfde boek aanjaagt als Paddington. Nu zijn we nooit de grootste fan van Hugh Grant geweest, maar hier in een van zelfspot druipende rol wint hij ons respect. Net als Buchanan heeft Grant de laatste jaren al een paar keer - zonder succes - geprobeerd om zijn ooit zo succesvolle carrière te herlanceren. Het zou zomaar eens kunnen dat deze rol het voor 'm doet.

Daarmee hebben we nog niet heel veel over de film zelf vertelt of wat die bijzonder maakt, maar dat moet de kijker vooral zelf ontdekken. De humor is slim, de slapstick inventief en ook in de grootste avonturenscènes blijft die slimme en inventieve humor tevoorschijn komen.

Dat gecombineerd met de warmte die de film uitstraalt doet hem op (bijna) hetzelfde niveau belanden als een Hugo van Martin Scorsese. Maar boven alles is deze film een pleidooi voor wat meer warmte naar elkaar toe: een mooie kerstboodschap zonder dat ze er als dusdanig wordt ingeramd. Het einde liet ons met waterige ogen achter, iets waar Coco vorige week ook al in slaagde.

 

Suburbicon: verfoeid en afgekraakt in Amerika, maar dat was toch overdreven

De broertjes Coen hebben dit scenario neergepend en dat deden ze al een dertigtal jaar geleden. Wie het oeuvre van de broers (goed) kent, zal hier zeker een aantal elementen van Fargo in herkennen. Een aantal elementen van het scenario dat het nooit tot een film schopte werden opgenomen in Fargo: zo herkennen we de man die zijn vrouw vermoord om het geld van de verzekering op te strijken.

Waar deze film zich onderscheidt van Fargo is door het gegeven Suburbicon, waar de titel dus ook naar verwijst. Eind jaren 50 wordt er reclame gemaakt met dit fictieve dorpje. In Suburbicon heb je alle gemakken van een stad, maar zonder de drukte en de files. Alles gaat goed met het stadje: het groeit gestaag en krijgt zelfs een eigen brandweer, een eigen koor en een eigen sportclub. Tot de familie Mayers zijn intrek neemt in de stad. De Mayers zijn zwart, daar is niet naast te kijken, en ongewild lokken ze heel wat protest uit van de mededorpsgenoten die toch bang zijn van die hele integratie, want in wat voor een wereld leven we nu als nu ook al zwarten de ambitie om hogerop te komen beginnen te tonen?

De plot van de familie Mayers lijkt zijdelings aanwezig in Suburbicon, maar het is wel die nevenplot die voor de sterkste momenten in de film zorgt. De buren die een schutting timmeren zodat ze hun zwarte buren niet meer moeten zien bijvoorbeeld is een schokkende scène. De familie Mayers die binnen bang afwacht terwijl hun buurtbewoners hun huis bekogelen met afval en hun auto doen uitbranden toont de mens ook niet op zijn mooist.

Degene die zich weinig van alle commotie aantrekt is de buurman Gardner (Matt Damon). Hij heeft immers andere katjes te geselen, want zijn vrouw (Julianne Moore) die een handicap overhield aan een verkeersongeluk is overleden na een homejacking. Om voor de zoon des huizes Nicky (Noah Jupe) te zorgen komt de schoonzus(ook Julianne Moore) inwonen. Tot daar alles goed, maar een verzekeringsinspecteur (een schitterende Oscar Isaak) ruikt dat er onraad hangt rond die hele homejacking en trekt op onderzoek uit.

Achter de camera stond George Clooney, die heden ten dage ook alweer 56 is en de laatste tijd meer dan eens heeft laten verstaan klaar te zijn met acteren. Zijn missie ligt nu nog in het vertellen van de verhalen die hij wil vertellen en aan het verbeteren van de wereld, een missie die hij deelt met zijn vrouw Amal Alamuddin die mensenrechtenadvocaat is.

Dat Suburbicon ronduit slecht ontvangen werd zal Clooney dan ook geen plezier hebben gedaan. Momenteel staat de film op een 5,3/10 op de bekende site IMDb en op de al even bekende Rotten Tomatoes kreeg hij een gemiddelde score van 4,9/10. De voornaamste kritiek was dat Clooney een raciale commentaar, een sociale satire en een moordmysterie wilde maken en een boeltje heeft gemaakt van alle drie. Er is iets voor te zeggen, al is de kritiek wel véél te sterk.

Het resultaat valt best mee en het feit dat Clooney het raciale verhaal en het moordmysterie pas helemaal op het eind van zijn film laat kruisen kan ook een bedoeling hebben. Gardner is immers de aanpalende buur, heeft geen problemen met de Mayers en ziet er zelfs geen graten in om zijn zoontje met de buurjongen te laten spelen, maar hij wil zich ook niet engageren in hun verdediging.

Zelfs als de boel escaleert blijft hij doen alsof zijn neus bloedt. Hij neemt niet deel aan de raciale rellen, maar onderneemt er ook niks tegen. Als de verzekeringsinspecteur bij Gardner binnenkomt, hem op de situatie wijst en even door de gordijnen wil kijken zegt Gardner beslist "Laat die maar dicht." Het is dat zinnetje dat veel in zich draagt: we houden ons allemaal bezig met ons eigen leven en hebben angst om ons te engageren naar anderen toe. Ieder zijn eigen problemen, dat is al erg genoeg.

Eigenlijk wil George Clooney een Detroit gemaakt hebben; maar hij kiest met Suburbicon voor de zwarte humor. Hij ramt zijn boodschap er niet met de voorhamer in zoals Detroit dat deed, maar hamert subtiel op een nageltje en rekent op het publiek om tussen de regels te lezen. Want terwijl de buurt zich focust op de brave familie Mayers hebben de buurtbewoners niet door dat het echte kwaad zich onder hen bevindt in de vorm van die nette - blanke! - meneer Gardner.

De perfecte film is Suburbicon zeker niet, daarvoor recycleert hij te erg eerder materiaal van de Coens, maar er wordt wél goed geacteerd door Matt Damon, Julianne Moore, Oscar Isaac en de nevencast. Suburbicon is lang niet het misbaksel waar het voor werd versleten, maar volgende keer willen we nog eens een Clooney van het niveau van The Ides Of March.

 

Lees meer