The Strypes zijn een paar jaar ouder, maar bewezen in AB dat ze nog altijd het kot op stelten kunnen zetten

Toen in 2013 'Snapshot' verscheen, het debuut van The Strypes, waren het nog tieners. Ondertussen staan we twee platen en vier jaar verder en zijn Ross, Josh, Pete en Evan prille twintigers. Aan hun core business is in die tijd nog niks veranderd: ze zijn nog steeds kwajongens die niets liever doen dan de boel op stelten zetten.

The Strypes hadden ook een voorprogramma bij. De genaamde Max Meser bracht muziek die in het verlengde lag van wat The Strypes doen. Soms deed een nummer ons denken aan The Beatles, dan aan jongere muzikale verwanten als Miles Kane en Arctic Monkeys.

De nummers van Max Meser waren lang niet slecht, maar toen The Strypes opkwamen met een stomende versie van Rollin' And Tumblin', een bluestraditional, wisten we meteen wat we bij hem gemist hadden: de gedrevenheid die The Strypes vanaf de eerste tot de laatste seconde aan de dag legden. Op plaat vinden we dit bandje leuk, maar ook al snel eentonig. Live is dat niet zo. Meteen slingerde Josh zijn microfoon al in het rond en een nog meer enthousiaste bassist als Peter O'Hanlon hebben we nog nooit gezien. The Strypes zijn dus bij uitstek een band die je live moet meemaken.

American Graffiti

Als we aan The Strypes denken, moeten we aan de film American Graffiti (1973) denken die gaat over de jongerencultuur uit de jaren 50, over rock-'n-roll, over op straat hangen en rondrijden in de auto van je ouders om het mooiste meisje van de school te imponeren. De nummers hebben dan ook titels als Cruel Brunette, (I Need A Break From) Holidays en Easy Riding en ze klinken ook precies zo. Mensen komen naar The Strypes om zich te amuseren en dat was duidelijk: als één van de toeschouwers een pintje ging halen, stapte die vaak niet gewoon naar buiten, maar huppelde die.

Het hoogtepunt van de set zat ergens in het midden, toen Freckle And Burn zonder pauze overging in Easy Riding, dat op zijn beurt gevolgd werd door de bluessleper Angel Eyes en Get Into It, het nummer dat hen ooit het dichtst bij een hitje bracht. Van hieruit ging het alleen nog maar vol gas vooruit: er werd duchtig gesoleerd op gitaar én mondharmonica en het publiek zong ijverig de ohoohoo's mee die Ross Farely hen aangaf. Die gingen ook na het nummer nog zo lang en zo luid door dat The Strypes er een spontaan Psycho Killer van Talking Heads uit moesten gooien om Scumbag City überhaupt te kunnen inzetten.

Topentertainment

Met Heart Of The City van Nick Lowe kwamen ze nog het dichtst bij The Ramones van de gehele avond. Het nummer stond ook al op hun debuutplaat en is een voor hen een perfect gekozen cover. En toen dan ook nog Blue Collar Jane daar achteraan kwam werd duidelijk wat de toverformule van The Strypes was: als zij rocken kan je niet anders dan mee rollen.

The Strypes zijn nooit écht een grote band geworden en het momentum om die stap te zetten lijkt nu voorbij, maar live staan ze garant voor topenentertainment. Er was een moshpit, er stond al eens een toeschouwer op het podium en er vloog al eens een drumstok door de zaal. En wie er was at uit de handen van de vier.

Lees meer