Trump maakte de fameuze Memo openbaar. Maar waar gaat dat eigenlijk over?

The Memo: volgens de Republikeinen en Donald Trump bewijst die dat de FBI dubieuze methoden gebruikte in het onderzoek naar banden tussen de Trump-campagne en de Russische overheid. Vandaag kan het omstreden document op gepubliceerd worden, ten minste, als Trump daar groen licht voor geeft. Waarom is dat document zo omstreden?

De Inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden stemde begin deze week al in met de openbaarmaking. President Trump had nog vijf dagen de tijd om de publicatie tegen te houden, maar hij heeft al aangegeven dat hij het geheime memo wil vrijgeven. Volgens de Republikeinen bewijst de memo dat de FBI dubieuze methoden gebruikte in het onderzoek naar banden tussen de Trump-campagne en de Russische overheid.

Maar er zijn twee grote problemen: het openbaar maken van zo'n memo is not done en een oorlogsverklaring aan de FBI, plus, degene die de memo opstelde is een heel dubieuze bron: Devin Nunes, een lid van Trumps overgangsteam, werd al eerder voor het karretje van het Witte Huis gespannen om dekking te geven aan wilde beschuldigingen van de president. Na die stunt was Nunes gedwongen zich (tijdelijk) terug te trekken uit het Rusland-onderzoek van de inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden.

Carter Page

De memo richt zich specifiek op het afluisteren van Carter Page door de FBI, die tijdens de verkiezingscampagne optrad als buitenlandadviseur van Trump. De FBI houdt Carter Page al sinds 2014 in de gaten. De inlichtingendiensten vermoeden dat de Russen hem probeerden te rekruteren als spion.

Carter Page verscheen ook in het beruchte Steele-dossier van de voormalige Britse spion Christopher Steele. Steele was ingehuurd door het bureau Fusion GPS, dat op zijn beurt was ingehuurd door de Clinton-campagne om informatie over Trumps activiteiten in Rusland te verzamelen.

De FBI wilde het afluisteren van Page in 2016 voortzetten. Het afluisteren van Amerikaanse staatsburgers is aan strenge regels verbonden. Daarvoor is de toestemming nodig van een zogeheten FISA-rechtbank. Volgens de "geheime" memo van Nunes gebruikte de FBI het Steele-dossier om de rechter te overtuigen, zonder te vermelden dat het Steele-dossier was betaald door de Clinton-campagne. Met andere woorden: de FBI heeft de rechter om de tuin geleid (beweert Nunes).

Rod Rosenstein

Rod Rosenstein, de door Trump benoemde onderminister van Justitie, had echter in 2017 de FISA-rechtbank om een verlenging gevraagd van de afluisteroperatie tegen Page op basis van de dezelfde argumenten die de FBI in 2016 gebruikte.

Page werd al ver voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen afgeluisterd door de inlichtingendiensten. Dat haalt het argument onderuit dat de FBI het specifiek op Trump gemunt had.

Bovendien stemde Trumps eigen onderminister van Justitie dus in met de verlenging van de afluisteroperatie. Dat kan overigens het doel zijn geweest van de publicatie van de memo. Trump kan dit nu wel als argument gebruiken om Rosenstein te ontslaan.

De Republikeinen (en Trump) gebruiken de memo vooral om het hele onderzoek van speciaal aanklager Mueller onderuit te halen. Ze presenteren dit als het zoveelste bewijs dat dit onderdeel is van een complot van "de deep state" om Trump ten val te brengen. De Republikeinen zeggen dat ze zwaarwegende argumenten hebben: ze willen misstanden bij de FBI aan het licht brengen.

De Democraten hebben de overigens door Trump benoemde FBI-directeur Wray aan hun kant. Die verzet zich met hand en tand tegen de publicatie, mede omdat er in het memo volgens de FBI onnauwkeurigheden staan. Ook voormalige inlichtingenbazen mengen zich in de discussie, zoals ex-CIA-directeur John Brennan. Ze spreken van grove schending van politieke normen en zijn bang dat de inlichtingendiensten gepolitiseerd worden.

Maar zelfs als de FBI een fout heeft gemaakt bij de FISA-rechtbank, dan is het maar de vraag of dit een doodzonde was. Om een Amerikaanse staatsburger af te luisteren, moeten de inlichtingendiensten dat goed onderbouwen. Het is gebruikelijk dat de FBI bij de rechter een dik pak papier inlevert dat tientallen pagina's telt. Het Steele-dossier is waarschijnlijk een klein onderdeel van de bewijsvoering, en de memo van Nunes is niet eens 10% van wat er in het oorspronkelijke dossier stond.

Oorlog met de FBI? Niet het beste idee

De vraag is ook maar wat Trump denkt te winnen door de FBI de oorlog te verklaren. Hij is niet de eerste president die dat heeft geprobeerd, en de FBI heeft telkens aan het langste eind getrokken.

Alle presidenten van Franklin D. Roosevelt tot Richard Nixon leefden bijvoorbeeld op gespannen voet met de legendarische FBI-baas J. Edgar Hoover, maar nooit durfde iemand hem ontslaan. Harry Truman was een bijzonder bittere tegenstander van Hoover. "We willen geen Gestapo of geheime politie. De FBI neigt in die richting", zei Truman ooit.

Maar toen Truman zijn functie verliet, was Hoover nog steeds FBI-directeur. Hij was dat vanaf de oprichting van de FBI in 1935 tot zijn dood in 1972 - zes weken voor de Watergate-inbraak. Watergate is een perfect voorbeeld van hoe de FBI presidenten ten val kan brengen.

De dag na wat de woordvoerder van Nixon "een inbraakpoging van derde klasse" noemde, opende de major-crimes duty officer van de FBI, Daniel Bledsoe, een federaal afluisteronderzoek. Volgens Bledsoe kreeg hij daarop een telefoontje van Nixon-assistent John Ehrlichman die hem beval dat onderzoek af te sluiten. Het antwoord van Bledsoe was kort en bondig: "Nee."

Het was een andere FBI-man - Mark Felt, toen een assistent-directeur - die de beroemde bron Deep Throat werd en in het geheim Post-verslaggever Bob Woodward ontmoette in een parkeergarage en de journalist de zaken duidde die uiteindelijk tot de val van Nixon zouden leiden.

Lees meer