Waarom de N-VA in Brussel zich vooral best niet te snel rijk rekent

Het lijkt wel of plots alle wegen naar de N-VA lopen in Brussel. De partij piekt in de peilingen, de MR van Didier Reynders kan er maar niet over zwijgen, en de Open Vld van Guy Vanhengel deed ze al in de ban, waarna voorzitter Gwendolyn Rutten zélf de deur weer open zette. Maar hebben de Vlaams-nationalisten wel het juiste politieke personeel om er ook eens uit de oppositie te komen? De partij lijkt er zelf aan te twijfelen...

Zegt de naam Johan Demol nog iets? Tot een paar jaar, 2014 om precies te zijn, zetelde de man in het Brusselse parlement. Roemloos en anoniem. Na een mislukte poging om "de grote doorbraak" in Brussel te forceren, was hij herleid tot niet meer dan een voetnoot in de Brusselse politiek.

Dat zat zo: Demol was politiecommissaris geweest in Schaarbeek. Een local hero daar: de boel opgekuist met harde maatregelen, maar gedwongen tot ontslag nadat z'n extreem-rechtse verleden uit was gekomen. Hij stapte in 1999 in de politiek; hij moest en zou de sensatie worden voor Vlaams Belang.

De peilingen voorspelden een grote doorbraak. Zelfs in die mate dat Vlaams Belang de Brusselse politiek zou kunnen gijzelen. Want in Brussel zijn er eigenlijk twee politieke systemen: de Franstalige lijsten én de Vlaamse. Haalt één partij aan Vlaamse kant een forse score, zowat 30 procent van de Nederlandstalige stemmen, dan kan die de facto niet anders dan mee regeren. En zo heb je dus met goed 4 procent van het totaal aantal Brusselse stemmen, als het de juiste (Vlaamse dus) zijn, een enorm breekijzer in de politiek van de hoofdstad.

Het scenario voltrok zich nooit: ondanks de hoge peilingen kwam er geen doorbraak voor Vlaams Belang. Demol bleef wel nog jaren aanmodderen en stapte in 2009 uiteindelijk uit Vlaams Belang.

Reynders lonkt naar N-VA

Nu, bijna 18 jaar later, tekent zich een zelfde verhaal af rond de N-VA. In de peilingen is de partij op eenzame hoogte de grootste Vlaamse, zelfs groter dan cdH in de hoofdstad. Het verhaal van het duo Theo Francken (N-VA) en Jan Jambon N-VA), een flinke aanpak van de migratie, slaat aan in Brussel. En weinig andere partijen bezetten dat terrein.

En dus gaat het plots heel de tijd over de N-VA. Met opvallend genoeg de MR, via lokale kopman Didier Reynders (MR) die de deur op een kier zette. Hij zag zichzelf best wel besturen met de N-VA. Want dat doen de Franstalige liberalen tenslotte ook al federaal, en dat werkt toch?

Reynders zit in Brussel in oppositie, en is als minister van Buitenlandse Zaken quasi-permanent bezig met één zaak: een internationale topjob voor zichzelf zoeken. Maar dat neemt niet weg dat hij al verder nadenkt over z'n toekomst, anders zou Reynders niet Reynders zijn. Brussels minister-president? Het is niet helemaal uit te sluiten.

Want meer dan gelijk waar kraakt in Brussel de PS, de traditionele machtspartij, onder haar besmeurde verleden. Na Samusocial moest sterke man en Brussels burgemeester Yvan Mayeur opstappen. Maar z'n opvolger, Phillipe Close, komt nu ook in de problemen. Via de vzw Gial passeerden bevriende 'consultants' langs de kassa, en ook heel het NEO-project krijgt forse kritiek voor soortgelijke constructies. Maar tegelijk klampt de PS zich vast aan de macht: de Brusselse regering, onder leiding van Rudi Vervoort (PS) doet nog steeds verder, hoewel coalitiepartner cdH de PS compleet verraden heeft. In Wallonië bliezen Benoît Lutgen en co de coalitie met de PS op, in Brussel lukte dat niet. Vervoort doet door, zij het zwaar gewond.

Het maakt dat alles, meer dan één jaar voor de verkiezingen, open ligt in de hoofdstad. En dat de lokale verkiezingen meteen een geweldige test worden voor iedereen, om te zien hoe de kaarten straks in 2019 zullen liggen.

Lokale N-VA-kopman: wel de geschikte figuur om bruggen te bouwen?

Opvallend is hoe de lokale N-VA-kopman zich zegezeker waant. Maar waar de N-VA in Antwerpen, in Vlaanderen en op het federale niveau stevig wist te parkeren in de salons van de macht, ligt dat anders in Brussel. En dat heeft veel te maken met de figuur van Johan Van den Driessche. De voormalige topman van KPMG had bij dat bedrijf al de reputatie van behoorlijk opvliegend te zijn. In de politiek slaagt hij er niet in om bruggen te bouwen, en toekomstige allianties te smeden. "Een moeilijk karakter hé, dat weten we ook. Johan zal niet snel uit z'n isolement raken in de hoofdstad", is de analyse bij een topper van de N-VA.

Want de N-VA speelt in Brussel voor pure zweeppartij. Zowat elk dossier hanteren ze om de meerderheid, zeker aan Vlaamse kant, frontaal aan te vallen. Tussen N-VA en Open Vld, de meest logische bondgenoot want sociaal-economisch op dezelfde lijn, is er sprake van openlijke haat in de hoofdstad. Waar de N-VA in de rest van Vlaanderen tussen 2012 en 2014 toch zachtjes de banden aanhaalde en probeerde de lijnen open te houden, is daar in Brussel geen sprake van.

De middenvinger van Guy Vanhengel

De partij van lokale sterke man Guy Vanhengel (Open Vld) is op dit moment de grootste aan Vlaamse kant. Niet toevallig deed Vanhengel vorige week de deur dicht voor de N-VA: "Niet geschikt om mee te regeren" en ook "een discours dat meer en meer aanleunt bij Vlaams Belang".

Het is vooral een uitgestoken middenvinger van Vanhegel aan Reynders. Hoewel beiden liberaal zijn, hebben ze weinig gemeen, en al zeker geen respect voor mekaar. Vanhegel wil zich de les niet laten spellen door de grotere Franstalige liberale broer, en heeft geen greintje respect voor de oppositiestijl van Van den Driessche, die op alles en iedereen tegelijk schiet.

Bij N-VA zijn ze niet rouwig om de uitspraken van Vanhengel: een één-tegen-allen-scenario is nooit erg. De aanhoudende knuffelpartij van Reynders wordt als veel gevaarlijker omschreven door de N-VA: "Tja, Reynders wil vooral z'n eigen flank afdekken en niet het risico lopen kiezers aan ons te verliezen. Uit 'sympathie' doet die zo'n uitspraken niet hoor."

Bij Open Vld beseffen ze ondertussen dat Vanhengel wat ver is gegaan. In De Afspraak op Vrijdag moest Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten de bocht dan komen inzetten."Guy Vanhengel doet heel goede dingen in Brussel, maar ik vind het niet verstandig dat je een democratische partij op voorhand uitsluit." De deur staat dus op een kier, al is het allerminst van harte.

De strategie van N-VA lijkt in de hoofdstad die van de 'electorale dominantie': zodanig groot worden dan niemand meer om je heen kan. Een gevaarlijke gok, zeker omdat peilingen in Brussel bijzonder onbetrouwbaar zijn. Veel Franstaligen geven wel aan voor een Nederlandstalige partij te willen stemmen (destijds het Vlaams Belang, nu N-VA), maar als puntje bij paaltje komt moeten ze in het stemhokje eerst kiezen tussen 'Nederlands' of 'français' als taal, en dan is die keuze snel gemaakt. Vervolgens vinden ze enkel Franstalige partijen op hun lijst. Wie de N-VA nu al opschrijft als de nieuwe machtsfactor in Brussel, zou zich wel eens schromelijk kunnen vergissen.

Lees meer