Terreurfilmpjes moeten binnen het uur verwijderd zijn door Facebook, Twitter en YouTube in nieuwste EU-plan

Technologiebedrijven moeten meer doen in de strijd tegen terreur. Dat heeft de Europese Unie beslist. Want alle social media platformen moeten voortaan alle materiaal van terroristen binnen het uur offline halen. Dat wordt veel werk voor spelers zoals Twitter, Facebook en YouTube, maar die staan al langer onder druk om hun strijd tegen illegale content stevig op te voeren. 

Exact één uur, zoveel tijd krijgen de grote sociale mediaplatformen dus, om filmpjes of haatboodschappen van terroristen offline te halen. Dat staat in de nieuwe richtlijnen waar de Europese Commissie en hun vice-voorzitter Andrus Ansip mee komen. Daarmee willen ze dat platformen zoals Facebook en Twitter hun systeem om dit soort materiaal op te sporen en te wissen stevig uitbouwt.

De vraag van de Commissie komt na de aanslagen die door islamistische terroristen zijn uitgevoerd in Brussel, London, Manchester, Parijs en Berlijn de afgelopen jaren. Vandaag bestaat er al een vrijwillig systeem waarbij de technologiebedrijven en de EU overeen kwamen dat die bedrijven niet wettelijk verantwoordelijk zijn voor de content op hun platformen. Maar in ruil moeten ze dus wel de 'curatie' doen: ze moet ervoor zorgen dat dit soort propaganda geen kans krijgt op hun platformen.

Drie maanden de tijd voor Facebook en co

"Het moet sneller, die reactietijd tegen terroristische propaganda en andere illegale content. Want die is een serieuze bedreiging voor de veiligheid maar ook de fundamentele rechten van onze burgers", zo legt Ansip uit aan de Financial Times. De Commissie gaat de nieuwe afspraak na drie maanden evalueren. Als de platformen niet volgen, komt er mogelijk al nieuwe wetgeving in mei, waardoor de richtlijn een echte verplichting zou worden.

De grote spelers zoals Facebook, Google (de eigenaar van YouTube) en Twitter hebben allemaal personeel aangenomen om meer online controle te krijgen op wat er precies verschijnt op hun platformen. Want niet alleen over haatpropaganda zijn de platformen onder vuur gekomen, ook over 'fake news' zijn ze zwaar in de problemen gekomen. Typisch nemen de spelers daarom eerst teams van mensen in dienst die de content offline kunnen halen, maar ontwikkelen ze parallel ook algoritmes die op termijn die menselijke handeling moeten vervangen door computers, die automatisch dit soort content herkennen en vervolgens offline halen.

Is Facebook nu 'media' of 'een platform'?

Alleen is de deadline van 1 uur na publicatie wel bijzonder scherp. Geen van de grote spelers haalt dat target op dit moment. Facebook heeft vandaag 10.000 mensen in dienst die content bekijken op veiligheid. En ze willen dat aantal verdubbelen naar 20.000 personen. Google heeft op dit moment een cijfer van 98 procent van de video's die binnen de 24 uur een review hebben gekregen. Twitter haalde in de eerste zes maanden van 2017 bijna 300.000 accounts van terroristen offline, waarbij de meeste door algoritmes eruit gehaald waren.

De achterliggende discussie die speelt is de vraag of de platformen zelf 'uitgevers' of 'media' zijn, of gewoon 'platformen'. De technologiebedrijven hebben altijd beweerd dat ze dat laatste zijn, maar hoe langer hoe meer wordt duidelijk dat dat niet vol te houden is.

Bovendien is in de grootste lidstaat van de EU, in Duitsland, de strijd tegen fake news en haatboodschappen heel fel geworden. Als platformen haatpraat niet offline halen binnen de 24 uur, dan dreigen boetes tot 50 miljoen euro. Maar de Europese Commissie wil niet zo ver gaan, dat zou ingaan tegen het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting. Maar uiteraard zet het Facebook, Twitter en Google wel fel onder druk om in Duitsland, en dan bij uitbreiding in heel Europa hun aanpak serieus aan te scherpen.

Lees meer