Minimale dienstverlening nu een feit: wachten op eerste staking bij spoor om te zien of het echt werkt

Zal het treinverkeer nooit meer helemaal stilvallen? Dat is alvast het plan van de regering, die eindelijk de 'minimale dienstverlening' erdoor heeft gekregen: bij stakingen is er toch een minimum aantal treinen. Het heeft bijna 4 jaar geduurd om het gerealiseerd te krijgen, en de vakbonden zijn allerminst enthousiast. 

We zijn geen wereldkampioen staken, maar het scheelt toch niet heel veel. Op één stond in 2017 nog Frankrijk, met 123 stakingsdagen per 1.000 werknemers. Nummer twee was Denemarken met 118 dagen en Canada stond op nummer drie met 87 dagen. En België is vierde in heel de wereld, met 79 stakingsdagen op 1.000 werknemers. Bovendien wordt er meer gestaakt, want tussen 2006 en 2015 lag dat gemiddelde op 'maar' 71 stakingsdagen. Die cijfers komen van het Institut der deutschen Wirtschaft (IW) uit Keulen.

Om maar te zeggen: stakingen zijn deel van de dagelijkse Belgische realiteit. In die zin was een gegarandeerd aantal treinen dat toch rijdt op een stakingsdag een grote trofee voor de centrumrechtse regering van premier Charles Michel (MR). Met de socialisten in de regering kwam dit voorstel er nooit, maar alle regeringspartners wilden het graag realiseren. Ze legden het in 2014 vast in het regeerakkoord.

Dat is nu eindelijk, na vier jaar van trekken en sleuren aan het dossier is dat eindelijk ingevoerd. Praktisch betekent dit dat werknemers ten laatste 72 uur voor de staking begint, moeten beslissen of ze mee gaan staken en dat vervolgens ook doorgeven. Zo kunnen de NMBS en Infrabel dan werkschema's maken en zien hoe ze verschillende treinen toch kunnen laten rijden, in de eerste plaats op de grote lijnen en indien mogelijk ook op de minder drukke momenten en minder gevraagde bestemmingen.

Klein groepje kan heel het systeem gijzelen

Het dossier lag erg gevoelig binnen de regering. CD&V en zeker haar ACW-vleugel wilde het recht op staken niet ondergraven. De vakbonden vinden dat dat wel gebeurt. Maar de regering had tegenargumenten. Het stakingsrecht in België wordt nu wel heel ruim geïnterpreteerd: een klein groepje stakers kan zomaar heel het land gijzelen. Zeker bij het spoor heeft dat grote effecten: de laatste jaren gingen het spoornet regelmatig plat, vaak door een actie van maar een paar honderd treinbestuurders. In een pak andere Europese landen kan zoiets niet.

Zo is in Duitsland het stakingsrecht veel strikter geregeld en moet het voldoen aan voorwaarden zoals proportionaliteit, sociale orde en loyaliteit. In Italië is openbaar vervoer maar één van de 15 sectoren waar minimum dienstverlening geldt. Een staking mag er maximum 24 uur duren en tijdens de spits rijden er wel treinen en bussen.

Ook bij ons bestaat het principe natuurlijk wel al: politiediensten, ziekenhuizen en elektriciteitscentrales kunnen niet zomaar dichtgaan. De ambitie om dat uit te breiden naar het openbaar vervoer stond in het regeerakkoord, maar het blijft een bijzonder heet hangijzer. De reizigers vragen dit al veel langer, zo is de organisatie TreinTramBus al jaren vragende partij. Zeker bij het spoor, waar steeds een pak mensen wel wilt werken, maar meegesleurd wordt in een staking, zou dit een revolutie betekenen.

Gaat het lukken?

Vraag is nu hoe het in de praktijk zal gaan. Want het blijft afwachten of bij de eerst volgende staking iedereen zich houdt aan z'n voornemen om al dan niet te gaan werken. Want daar zit natuurlijk de essentie: iedereen die aangekondigd heeft dat hij wel zal werken, maar toch niet komt opdagen, krijgt een stevige boete. Plus, gedaan met de massa's ziektebriefjes op stakingsdagen. Daarvoor krijgt Bellot de steun van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld), die controles kan laten uitvoeren. Het wordt hoe dan ook een zware test bij de eerst volgende staking, die nieuwe regeling.

Lees meer