Zijn fluitende vogeltjes binnenkort verleden tijd? Aantal vogels op platteland gaat drastisch achteruit

De lente is begonnen, en dan hoor je buiten steeds meer vogeltjes fluiten en zingen. Maar dat is voor toekomstige generaties misschien iets wat ze nooit meer zullen horen. In West-Europese landbouwgebieden gaat het aantal typische vogels, zoals de leeuwerik en de vink, drastisch achteruit. Dat stellen wetenschappers van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) en het Muséum National d’Histoire Naturelle in Frankrijk.

Volgens de studie is het aantal zangvogels op het Franse platteland sinds het begin van deze eeuw al met een derde gekrompen. “Al in het begin van de jaren zestig waarschuwde de Amerikaanse ecologe Rachel Carson voor de schadelijke impact van pesticiden op de Amerikaanse vogelpopulaties,” stippen de onderzoekers aan. “Daarbij werd opgemerkt dat de vogels weliswaar niet rechtstreeks in contact kwamen met het toxische product, dat zich echter in steeds hogere concentraties in hun voedselketen opstapelde."

"Inmiddels zijn wel een aantal producten verboden, maar het probleem is lang nog niet opgelost. De combinatie van een intensieve landbouw en een massaal gebruik van pesticiden heeft een vernietigende impact op de biodiversiteit."

Woestijnen

“De situatie is catastrofaal,” zegt onderzoeker Benoït Fontaine, bioloog aan het Centre d’Ecologie et des Sciences de la Conservation (Cesco) van het Muséum National d’Histoire Naturelle. “Onze landelijke regio’s worden echte woestijnen. Alle vogelpopulaties worden getroffen.”

Uit het onderzoek, dat zich toespitste op een landbouwgebied van 450 vierkante kilometer in de regio Deux-Sèvres - ten zuidoosten van Nantes - bleek dat de vogelpopulaties sinds het begin van deze eeuw met gemiddeld 33 procent zijn ingekrompen.

Bij de graspieper loopt het verlies echter op tot 68 procent. Ook de kneu heeft 27 procent van zijn populatie verloren. De patrijs zou in bepaalde regio’s zelfs bijna volledig zijn verdwenen.

Graslanden en heggen

De reden voor de achteruitgang moet volgens de onderzoekers zeker worden gezocht bij de intensivering van de landbouw, waarbij de landschappen steeds homogener worden. “In Frankrijk moeten steeds meer gebieden met een monocultuur worden opgemerkt,” zeggen de onderzoekers. “Dat heeft echter geleid tot de vernietiging van milieus die de activiteit van vogels en insecten stimuleren."

“Bovendien worden de akkers massaal met pesticiden bewerkt, ondanks de Franse plannen om het gebruik van deze producten tegen het einde van dit decennium gevoelig in te perken,” benadrukken de wetenschappers. “In de jaren zestig was er vooral sprake van dichloordifenyltrichloorethaan (DDT), maar nu wordt vooral gewerkt met neonicotinoïden, insecticiden die het volledige ecosysteem contamineren. Verder is er ook nog glyfosaat, de meest gebruikt onkruidverdelger van de wereld. Door de werking van die twee soorten producten verdwijnen zowel planten als insecten, de voedingsbronnen van de vogels."

De landbouw zal volgens de onderzoekers een antwoord moeten vinden. “Uiteraard is er ook de bekommernis voor de volksgezondheid, maar toch zal de oplossing uit de landbouwsector moet komen,” wordt er opgemerkt.

Daarbij wordt gewezen naar een aantal experimenten waarbij wetenschappers en landbouwers aan alternatieve strategieën werken, vooral gebaseerd op agro-ecologie en biodiversiteit. Ook het beheer van graslanden en heggen kan volgens de onderzoekers een gunstige invloed hebben op de biodiversiteit.

Lees meer