Catalanen haalden tussen oktober en december 17% van alle spaargeld weg bij lokale banken

In het laatste kwartaal van 2017 is in Catalonië ruim 31,4 miljard euro aan bankdeposito’s bij lokale banken weggehaald. Het gaat om 17% van alle spaargeld. Eind 2017 stond op Catalaanse spaarrekeningen nog 153 miljard euro, het laagste bedrag sinds 2006, blijkt uit cijfers van de Spaanse centrale bank.

Het geld werd voornamelijk naar banken in andere Spaanse deelstaten getransfereerd, met Valencia, Andalusië, Aragon en het Baskenland als voornaamste bestemmingen. Opmerkelijk genoeg zag ook Madrid in dezelfde tijdsspanne 8 miljard euro aan spaargeld vertrekken. Ook op de Balearen (Mallorca) werd 3% van alle spaargeld weggehaald.

Spaarders waren er wel degelijk beducht voor dat een ‘onafhankelijk Catalonië’ uit de eurozone zou worden gezet of dat de Catalanen een eigen munteenheid zouden invoeren.

Volgens de Spaanse overheid kwam de kapitaalvlucht grotendeels ten einde nadat twee grote Catalaanse banken - CaixaBank en Sabadell - hun sociale zetel naar respectievelijk Valencia en Alicante hadden verhuisd.

Parallelle rekeningen

Banken gingen de kapitaalvlucht tegen door met parallelle rekeningen te werken, waarbij eenzelfde rekening werd gedupliceerd bij een filiaal van dezelfde bank, maar in een andere Spaanse deelstaat, om het geld zo aan de Catalaanse regelgeving te onttrekken. Op die manier verhuisde het geld van deelstaat, maar konden de banken zelf de schade beperken.

De 'bank run'

Op een gegeven week tussen 1 oktober, de dag waarop het onafhankelijkheidsreferendum plaats vond, en 27 oktober, de dag waarop Carles Puigdemont de onafhankelijkheid uitriep, was wel degelijk sprake van een 'bank run' en moest de ECB meer dan 21 miljard euro ter beschikking stellen - zeven keer het bedrag dat normaal werd opgevraagd - om te vermijden dat grote Catalaanse banken zouden omvallen.