Serie om dit weekend te bingewatchen: De Dag, eindelijk een Vlaamse reeks die op alle vlakken de perfectie benadert

Het lijkt wel of iedereen over De Dag aan het praten is. Zo’n hype maakt ons bijna automatisch sceptisch – eerst zien en daarna geloven – en in het geval van De Dag hebben we eerst gezien en geloven we nu. Het is bijna een opluchting om nog eens zo positief te kunnen zijn over Vlaamse fictie. Het is uitdagende fictie op hoog niveau, waarbij we zelfs mogen vergeten dat het Vlaams is.

De aanloop naar De Dag was lang. John Porter, CEO van Telenet, begon in oktober 2016 al over “ongeziene fictie” te praten, een stempel die de makers met een zeer dubbel gevoel in ontvangst namen. “Wij gaan op voorhand niet hoog van de toren blazen. We vertrekken eerder van “Hier is de reeks en we hopen dat jullie ze goed gaan vinden”, zei Jonas Geirnaert, één van de twee scenaristen in het interview dat we onlangs met hem en Julie Mahieu hadden.

Perfectionistisch ploeteren loont

Dat brengt ons bij het eerste sterke punt van De Dag: de structuur waarin de reeks gegoten is. Veel gaan we niet over de plot weggeven om uw komend kijkplezier niet te vergallen, maar wat wel geweten mag zijn, is dat de reeks start bij een gijzelingssituatie in een bank en dat de afleveringen verdeeld zijn tussen buitenscènes – de politionele kant van de gijzeling – en binnenscènes. We zien dezelfde momenten van die ene bepaalde dag vanuit een ander perspectief wat De Dag ideaal maakt om (minstens) in paartjes van twee te kijken.

© Woestijnvis/FBO

Met De Dag lijkt het bewijs geleverd: lang schrijven aan een scenario en perfectionistisch ploeteren loont. De politionele kant – de oneven afleveringen – zorgen ervoor dat de kijker op geen enkel moment meer weet dan de politie zelf. Het is de aanlevering van de puzzelstukjes. De even scènes zijn dan de puzzelstukjes die in elkaar klikken. Julie en Jonas hebben ervoor gezorgd dat De Dag steeds naar een cliffhanger toewerkt, een bijna verloren kunst in fictie. Zo weerklinkt er aan het einde van de eerste aflevering een schot en weten we pas 44 minuten later, aan het einde van de tweede aflevering, wat de consequenties van dat ene schot waren. Dat noemen ze: de kijker in spanning houden.

Een paar stevige plottwists zorgen ervoor dat we al een paar keer uit onze zetel zijn opgesprongen (“MOH! Nee!”) en de gijzelingssituatie zorgt voor een nooit aflatende spanning. Het zit ‘m vaak in kleine dingen. In een ijzige stilte in het busje van de onderhandelaars. In het wachten op een telefoontje van de gijzelnemer. En als wij het voor het zeggen hadden kwam gijzelingsonderhandelaar op de lijst van stressvolle beroepen. Roeland, één van de onderhandelaars, zegt het ergens: “Waar ik na 25 jaar nog niet aan gewend ben geraakt, zijn de consequenties die een fout die je maakt kunnen hebben.” Consequenties waarmee de onderhandelaars moeten leren leven, wat niet altijd even eenvoudig is.

Drie personages om te zien:

1. Vos (Sophie Decleir)

Sophie Decleir maakt in De Dag deel uit van een ontzettend sterke cast. Als hoofd van de gijzelingsonderhandelaars neemt ze de beslissing om de microfoon van Roeland - destijds haar mentor - door te schuiven naar de jongere en meer onervaren Ibrahim.

Wat zo indrukwekkend is aan de prestatie van Decleir – en aan alle acteerprestaties in het algemeen – is hoe rustig ze haar rol neerzet. Nadat Ibrahim een kapitale fout heeft gemaakt in een gesprek met één van de gijzelaars vraagt zij hem na het gesprek ijzig kalm “Wilde gij mij efkes uitleggen wat hiervan de bedoeling was?” Net doordat ze niet in een furie ontsteekt, niet met dingen begint te gooien of niet begint te schelden, maakt haar reactie indrukwekkend en doeltreffend.

Het is iets waar Sophie wel op heeft moeten oefenen, vertelde ze ons, omdat Sophie Decleir vooral bekend is van het theater waar elk gebaar groots en dramatisch mag zijn. In De Dag maakt Decleir zich klein en net daardoor spat ze van het scherm. Sterk.

2. Arne (Jeroen Perceval)

Nog eentje die zich heel onopvallend en klein maakt is Arne, rechercheur bij de Federale Gerechtelijke Politie. Hij lijkt niets bijzonders te doen en tegelijkertijd houdt Arne zich bezig met bijna alles. Als er iets onverwacht gebeurt, is hij er als de pinken bij om de situatie op te lossen. Hij houdt zich bezig met het onderzoek, houdt de pers in de gaten, bekommert zich mee om de familie van de slachtoffers en doet nog een miljoen andere kleine dingen die elk op zich belangrijk zijn. Arne loopt voortdurend doorheen het beeld en stoort nooit. Het is hij die de aandacht voor het belang van klein en procedureel politiewerk de serie in brengt.

3. Elias (Titus De Voogdt)

Elias, één van de gijzelnemers, is misschien wel het enige personage dat wel groot mag spelen. Elias is impulsief en dus schiet hij regelmatig in een Spaanse furie in de telefoongesprekken die hij voert met Ibrahim, de onderhandelaar. Waar Titus De Voogdt in Rosie & Moussa net heel klein speelde, speelt hij hier een personage dat even impulsief en onvoorspelbaar is, maar toch zijn beide personages elkaars tegenpool. Titus De Voogdt brult de boel regelmatig bij elkaar en behoudt tegelijkertijd zijn geloofwaardigheid.

De Voogdt lijkt wel met alles weg te kunnen komen.

Waarom kijken?

Eerst en vooral moet iedereen kijken omdat De Dag de sterkste Vlaamse fictie is die we in tijden hebben gezien. Dat zich dat vertaalt in bijval en sterke cijfers is dan ook best belangrijk omdat zenders en productiehuizen de neiging hebben om te investeren in wat zijn waarde reeds bewezen heeft. Met De Dag is er nu een serie waardoor de Vlaamse kijker zijn verlangen naar intelligente en ambitieuze Vlaamse fictie duidelijk kan maken.

Hoe laaiend enthousiast iedereen ook was over Beau Séjour en Tabula Rasa: wij waren dat niet. Die reeksen waren ons te gekunsteld – meer stijl dan inhoud - en stortten ergens onderweg als een pudding in elkaar. Bij De Dag is dat niet het geval. De Dag voelt net erg natuurlijk aan, zowel in regie als in acteerprestaties.

Die cast, jongens!

Want die cast, jongens: daar kunnen we verschillende paragrafen over bij elkaar schrijven. Het belangrijkste wat we willen vermelden is dat we vaak vergeten dat we hier naar acteurs en actrices kijken die hun beroep aan het uitoefenen zijn en spelen. Sophie Decleir (Vos) en Jeroen Perceval (Arne) noemden we al, maar ook Johan Van Assche (Ivo) en zelfs Barbara Sarafian (de procureur) lijken helemaal te verdwijnen in hun personage. Sophie Decleir speelt Vos niet, maar is Vos geworden. Johan Van Assche speelt Ivo niet, maar zou wat ons betreft ook in het echte leven Hoofd van de Directie Speciale Eenheden kunnen zijn.

Wat we heel knap vinden en uitzonderlijk is in Vlaamse fictie: de sereniteit van de acteerprestaties. Noch bij de slachtoffers noch bij hun familie is er iemand die hysterisch begint te wenen of op de grond ligt te spartelen. Da's een opluchting

© Woestijnvis/FBO

Het is ook fijn om Maaike Neuville terug te zien en om Jelle De Beule eens zonder zotskap te zien en te merlen dat ook hij kan uitblinken in sereniteit. Dat gezegd zijnde vinden we bij de binnenscènes vooral de vrouwen heel sterk spelen: Maaike Neuville (Freya) noemden we al, maar ook Wine Dierckx (plusmama Kathleen), Lynn Van Royen (Inge) en Ruth Becquaert (Susan) verdienen hun pluim.

Eén minpuntje: de pers wordt soms wel heel cliché afgebeeld en daarover struikelden we wel soms. Het is een kleine ergernis in een reeks die verder, tot in de soundtrack toe, de perfectie benadert. Een reeks waaraan vooral heel hard gewerkt is. Een reeks die in Vlaanderen alleen zijn gelijke vindt in pakweg Matroesjka’s (uit 2005!!) en een reeks die hopelijk aantoont dat de lat in Vlaanderen echt wel wat hoger mag liggen. Want het kan.

De Dag is nu te bekijken via Play en Play More van Telenet. Pas later dit jaar is de reeks ook op VIER te zien.

 

Lees meer