Bed Rugs doen eens zot en brengen een album uit met 26 nummers: “Routine is de doodsteek voor een groep!”

De koffiezaak Me & My Monkey is eigenlijk gesloten op het moment van onze afspraak, maar voor een gesprek wil Noah Melis – de drummer van Bed Rugs die de koffiezaak/platenzaak samen met zijn vader uitbaat – gerust opendoen. Yannick Aerts (bassist) schuift mee aan, onderwerp van gesprek is ‘Hard Fun Grand Design’, het nieuwe en ondertussen derde album van Bed Rugs. Op dit album bieden de heren een weelderige waaier aan van 26 (!) tracks.

De plaat zou aanvankelijk op 21 maart gaan uitkomen, maar omdat de vinyl niet voldoende kwalitatief geperst was, werd er beslist om die release uit te stellen.

Yannick Aerts (rechts op de tekening) : Het was geen goed genoeg weer die dag dus hebben we die 21 maart maar gelaten. (lacht)

Noah Melis (links op de tekening): Het is klote dat het nu gebeurt. We hebben altijd met stress gezeten voor een release. Altijd tegen de deadline aan gepusht zodat alles altijd heel last minute moest gebeuren. Behalve nu. We waren zééér ruim op tijd klaar en net nu gaat het grandioos de mist in.

Yannick: Nu zijn we net al op een kleine tournee geweest met de nieuwe nummers en dat warmlopen en polsen naar reacties heeft ook wel iets.

Er staan 26 nummers op dat nieuwe album. Je zou er ook voor kunnen kiezen hebben om de nummers in twee fases uit te brengen.

Noah: Een plaat uitbrengen met 26 nummers in deze tijd is eigenlijk waanzin. Het is een heel slecht idee. Het is duur. Mensen hebben er geen tijd meer voor. Of geen geduld. En toch: het voelde gewoon alsof het zo moest. De twee delen horen samen.

Yannick: Het ding is ook: als je ’t in twee keer wil uitbrengen moet er al bijna een jaar tussen de twee releases zitten. En zo lang willen we ook niet stilstaan bij iets dat we al een tijdje afhebben ondertussen. Gevoelsmatig is dat ook iets heel raar. Een plaat maken is ook kunnen loslaten. Vanaf het moment dat ze er is kan je weer verder naar een volgende stop. De plaat was vorig jaar al af en nu zit er drie jaar tussen deze en de vorige plaat. Dat voelde sowieso al behoorlijk lang in onze beleving.

“This sounds great, so let’s just fucking use it.”

 

Hoe zouden jullie de plaat zelf omschrijven?

Noah: In één woord? Lang! (lacht) Nee, heel serieus: ik vind het het beste dat we ooit gemaakt hebben.

Yannick: Het leuke is dat we het hele proces bij elke plaat wel anders aanpakken. Routine is volgens mij de doodsteek voor een groep en wij hebben die al goed weten te omzeilen.

Noah: We hebben ook voor de eerste keer de demo’s gebruikt in de studio. Derek Almstead, onze producer, wilde dat ook echt. Hij zei altijd: “This sounds great, so let’s just fucking use it.” We zijn naar Atlanta getrokken om met hem te werken en we hebben ook amper iets meegenomen naar daar. Dat gezegd zijnde: we hebben ook voor de eerste plaat zelf ook mee geproduceerd.

Yannick: Waar Derek ook heel goed in was, was: ons altijd allemaal bezig houden. Vroeger legden we de basis van een nummer door eerst de drums en de bassen te leggen. Maar bij hem waren we altijd met zijn allen bezig. Als we aan een nummer begonnen moest dat ook die dag af. We hebben ook meer dan ooit allemaal verschillende instrumenten bespeeld.

Als je jullie drie albums na elkaar luistert hoor je wel een duidelijke evolutie van gitaar naar steeds minder gitaar en meer synth.

Noah: (droog) Ik heb meer meegeschreven deze keer en ik kan geen gitaar spelen. Enkel Come As You Are van Nirvana en dat is al eens gedaan.

Yannick: Ik schrijf al nummers sinds ik zestien ben en dan raak je op den duur wel een beetje uitgekeken op de gitaar.

Er staan opnieuw ook weer wat nummers op die wat Beatlesque aandoen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Exotica.

Yannick: Ze zijn een invloed, ja. Ik denk dat dat al wel duidelijk was ook. (lacht)

Noah: Dat is bij ons beide onze opvoeding geweest. En het is redelijk lang geleden dat ik nog eens een plaat van The Beatles heb opgelegd, maar The Beatles, ja: dat zit gewoon in ons DNA. The Beatles was het begin van psychedelische popmuziek. Ze waren ook innovatief in de studio, dachten niet aan hoe ze dingen live gingen doen. Dat zijn ook allemaal manieren waarop ze ons tot nu beïnvloeden.

Yannick: The Beatles, dat is telepathisch. We hoeven daar geen gesprekken rond te voeren, de invloed van The Beatles spreekt voor zich. En dat geldt ook voor Pascal Deweze en Niels Hendrix, de mensen met wie we altijd hebben samengewerkt. Ik denk niet dat we met een producer zouden kunnen werken die niet van The Beatles houdt.

Toen we in Atlanta waren was er iets grappig met Ween. Op onze enige vrije dag in Athens was het heel slecht weer. Alle andere dagen was het stralend weer, op onze vrije dag heeft het van ’s ochtends tot ’s avonds gegoten. Ween speelde op een uur of twee rijden, maar het was zo’n slecht weer dat we niet vertrokken zijn.

Noah: We waren naar de voetbal aan het kijken op de porch, want het was Champions League. In Amerika was dat ’s middags. De match was gedaan en dan hebben we gezocht naar een livestream van Ween. En gevonden! (lacht)

Yannick: We stonden op de gastenlijst, we hadden kunnen gaan kijken. Ze speelden ergens ’s middags op het 420 Festival. Maar dat bleek dan een gigantisch weedfestival met heel veel politie en drugshonden en dan hebben we toch maar gepast. (lacht)

Disney is het kortste en meest geflipte nummer op ‘Hard Fun Grand Design’. Het klinkt alsof jullie een trauma hebben overgehouden aan Disney.

Noah: 40 seconden. Stijn heeft gedrumd dat nummer. (lacht)

Yannick: Dat was het laatste nummer dat we hebben opgenomen. In totale euforiestemming. Het idee was: en nu doet iedereen eens goed zot! (lacht)

Noah: Het is versneld, dat nummer. Dat leek ons wel plezant.

Will Cullen Hart

In De Morgen las ik dat jullie eigenlijk Will Cullen Hart van Elephant 6 hadden gevraagd voor de hoes en dat hij zelfs had toegezegd. “Maar omdat hij fysiek en mentaal niet altijd even stabiel is, hebben we die piste verlaten.” Dat klinkt alsof jullie één en ander hebben meegemaakt met die kerel. De hoes is nu van Shane Butler.

Yannick: We hebben hem twee keer ontmoet. Het is wel iemand die al jaren te veel drugs gebruikt. Hij heeft nu MS en hij zit meestal gewoon thuis in zijn zetel. Dvd’s te kijken van Paul McCartney live.

Noah: Als je het met iemand zou moeten vergelijken die wat bekender is, dan komt Daniel Johnston wel het dichtst in de buurt.

Yannick: Ook als je ermee praat: hij was altijd heel erg opgefokt.

Noah: We hadden ook verwacht dat hij meer in de studio aanwezig zou zijn, maar dat kon niet. Mentaal en fysiek bleek hij dat niet aan te kunnen. Dus zijn alle Will-nummers gegroepeerd geweest op één dag. We moesten ‘m wel vertalen en gokken dat we deden wat hij bedoelde, maar uiteindelijk vind ik wel dat hij veel heeft bijgedragen. Ik vond het eigenlijk wel fijn om te proberen te vertalen wat hij bedoelde.

Yannick: En hij is ook nog aan het mixen geweest toen wij al weg waren. Je merkt aan alles dat het een genie is, er denkt niemand zoals hij, maar… Ja, ’t is een held en die was dan misschien toch weer niet helemaal zoals ik verwacht had.

Mad Cool Festival

Herinneren jullie nog het eerste moment waarop jullie besefte dat muziek echt wel iets bijzonder met jullie aan het doen was?

Yannick: Voor mij was dat toch de walkman. De eerste keer dat ik dat ding mijn hoofd op zette en mee de straat op nam… Ja, je zit er toch helemaal in dan hé. Dat is helemaal anders dan thuis op de achtergrond muziek opzetten.

Noah: Wij hadden een gigantische platencollectie thuis dus ik heb het sowieso met de paplepel meegekregen. En dan op een bepaald moment kreeg ik een drumstel voor mijn verjaardag. Yannick speelde toen al in een bandje…

Yannick: Het waren de 90s dus we wilden ons heel erg modelleren naar Nirvana. Zoals iedereen toen. Haar laten groeien en rammen. (lacht)

Jullie vertelden net al dat je er al een kort Europees tourneetje hebt opzitten. Hoe was het?

Noah: Wel…euh, Stijn was zijn stem kwijt na de eerste dag. (lacht) Hij was eigenlijk al ziek toen we aankwamen en dan de eerste avond te veel gegeven.

Yannick: Na die eerste avond hebben Annelies (Van Dinter) en ik alle zanglijnen overgenomen. Aan één nummer konden we niet aan, maar we vonden het vooral straf dat al de rest wel lukte. (lachte)

Josh Homme en zijn bandmates van destijds bij Queens Of The Stone Age hebben een tatoo laten plaatsen om hen te doen herinneren aan een optreden op Rock Am Ring in 2001. “Op de ribben, omdat het daar het meest pijn doet.” Hebben jullie zo’n gedeelde herinnering aan een optreden waarop alles mis liep?

Yannick: Die shows vergeten we snel, denk ik. Wij kunnen heel erg de knop omdraaien en doorgaan.

Noah: Degene waar ik nu aan denk zijn twee voorprogramma’s die we eens voor Balthazar hebben gespeeld. De dag voordien had Stijn zijn been gebroken. En dan heeft Niels Hendrix van Fence – die toen ook de plaat had geproduceerd – de rol van Stijn overgenomen. Goeie zanger, goeie gitarist. En toch zou ik van die shows geen live opname willen horen. (lacht)

Ik ben meer en meer fan van niet te veel te repeteren. Ik heb al gemerkt dat we op zijn scherpst staan als we het gevoel hebben “Het zal wel lukken, maar we moeten wél ons hoofd erbij houden.” Dat zijn de beste shows.

Yannick: De beste show van de tour nu was in Rotterdam, de eerste show toen Stijn zijn stem kwijt was. Toen hadden we echt drie vierde in de show zoiets van “Hey fuck, dit is hier wel aan het lukken!” Héérlijk.

Jullie gaan ook op Mad Cool spelen, in Spanje. Zelfde dag dan MGMT, Tame Impala en Gold Panda. Cool, denk ik dan.

Yannick: Ik heb speciaal voor die dag gevraagd omdat dan Yo La Tengo ook speelt! We hebben gewoon onze muziek opgestuurd en die programmatoren hadden blijkbaar iets van “Alright!” We hebben ook een heel goed slot, om 20.30 ’s avonds. Dat is echt wel iets waar we naar uitkijken.

Bed Rugs spelen onder andere op 26 mei in Het Bos in Antwerpen, op 22 juni in de Cactusclub in Brugge en op 23 juni in de Beursschouwburg in Brussel. Alle komende tourdata vind je terug op hun Facebookpagina.

Lees meer