"Twee keer erger dan we denken": opwarming klimaat zwaar onderschat blijkt uit nieuwe studie

Een nieuwe studie, gebaseerd op waarnemingen uit drie warme periodes in de afgelopen 3,5 miljoen jaar, suggereert dat de opwarming van de aarde die momenteel plaatsvindt mogelijk tweemaal zo groot is als voorspeld wordt door klimaatmodellen. 

Volgens de studie kan de zeespiegel zes meter of meer stijgen, zelfs als de wereld de doelstellingen haalt die de opwarming zouden moeten beperken tot 2 graden Celsius.

De onderzoekers - 17 wetenschappers uit verschillende landen - baseren hun conclusie op observationeel bewijs uit drie warme perioden in de afgelopen 3,5 miljoen jaar, toen de wereld tussen 0,5 en 2 graden warmer was dan de pre-industriële temperaturen van de 19e eeuw.

Het onderzoek onthult ook hoe grote delen van de poolkappen konden instorten en hoe significante veranderingen in ecosystemen de Sahara-woestijn groener maakten en tropische bossen veranderden in door branden gedomineerde savanne.

Versterkende mechanismen

"Waarnemingen van eerdere opwarmperioden suggereren dat een aantal versterkende mechanismen, die slecht worden weergegeven in klimaatmodellen, de opwarming op lange termijn verhogen," zegt de hoofdauteur, professor Hubertus Fischer van de Universiteit van Bern.

"Dat suggereert dat het koolstofbudget om te voorkomen dat de aarde 2 graden opwarmt, en ook het klimaatakkoord van Parijs bij lange niet zullen volstaan om de opwarming een halt toe te roepen", volgens Fischer.

“We kunnen verwachten dat de zeespiegel voor millennia lang zal blijven stijgen, wat gevolgen heeft voor een groot deel van de wereldbevolking, infrastructuur en de economie,” stelt zijn collega Alan Mix.

Tussen 350 en 450 ppm

De onderzoekers keken naar drie van de best gedocumenteerde warme periodes uit de geschiedenis: het thermische maximum in het Holoceen (5.000-9.000 jaar geleden), het laatste interglaciaal (129.000-116.000 jaar geleden) en het Plioceen (3.3-3 miljoen jaar geleden).

De opwarming in de eerste twee periodes werd veroorzaakt door een verandering van de baan van de aarde, terwijl de opwarming in het Plioceen het resultaat was van atmosferische koolstofdioxideconcentraties. Deze concentraties kwamen in het Plioceen uit tussen de 350 en 450 ppm, en zijn daarmee ongeveer hetzelfde als vandaag de dag.

Voor hun onderzoek combineerden de onderzoekers een waaier aan metingen van ijskernen, sedimentlagen, fossielen, dateringen met behulp van atomaire isotopen en nog een hoop andere methoden. Op deze manier brachten ze de impact van de klimaatveranderingen samen.

Zes meter

En de veranderingen op aarde in het verleden waren aanzienlijk. Zo trokken de Antarctische en Groenlandse ijskappen zich beduidend terug en steeg de zeespiegel als gevolg daarvan minstens zes meter. Daarnaast werd de Sahara groener en schoven bossen maar liefst 200 kilometer op, richting de polen. Ook de toendra veranderde, het aantal gematigde tropische bossen nam af en de vegetatie in mediterrane gebieden werd vervangen door andere soorten.

“Klimaatmodellen lijken betrouwbaar te zijn voor kleine veranderingen die plaatsvinden tussen nu en hooguit 2100,” zegt co-auteur Katrin Meissner. “Maar als we meer willen weten over bijvoorbeeld de gevolgen op lange termijn van een scenario met lage emissies, of in een geval van hogere uitstoot, lijkt het erop dat de modellen klimaatverandering zwaar onderschatten.”

Lees meer