Lijst lobbyisten die meewerkten bij elk wetsvoorstel toevoegen: eigenlijk niet meer dan normaal

opinieHet parlement heeft dringend nood aan meer transparantie over wie welke wet meeschrijft. Dat zegt de federale Deontologische Commissie. Ze hebben overschot van gelijk: vandaag is het soms compleet onduidelijk wie eigenlijk achter het nieuwste idee van een parlementslid zit.

In Washington DC en Brussel zijn ze meer dan notoir, de trossen lobbyisten die op allerlei manieren proberen de wetgeving te beïnvloeden, die er door de Amerikaanse Senaat en het Huis van Afgevaardigden of het Europees parlement gemaakt wordt. En de regels zijn ook behoorlijk streng: contacten met lobbyisten moeten geregistreerd worden, en als een lobbyist mee de pen vasthoudt van een EU-parlementslid of een Amerikaans volksvertegenwoordiger, dan moet dat gemeld worden. Niet dat daarmee de enorme lobby-machines gestopt kunnen worden. Maar er is op z'n minst transparantie.

Niet zo in het Belgische parlement, dat op vlak van lobby-transparantie eigenlijk niets onderneemt. En helaas hebben een pak recente schandalen aangetoond dat het hoog tijd is om de lobbyisten meer in kaart te gaan brengen. Zo was er onder meer Kazachgate, het hele schandaal rond de Belgisch-Kazachse miljardair Patokh Chodiev. Op diens maat schreven kopstukken van de MR een wet, om hem snel z'n belastingfraude te laten afkopen.

Niet dat schandaal, maar de commotie rond Publifin, Publipart en Samusocial zorgde vorig jaar in het parlement voor de oprichting van een Commissie Politieke Vernieuwing. Die moest ervoor zorgen dat er duidelijkere deontologische regels kwamen. Daarbij werd het lobbyisme ook heel even aangeraakt. Maar echt veel resultaat kon de commissie niet voorleggen. De parlementsleden willen zichzelf nu een gedragscode voor lobbyisten opleggen.

"Te weinig", zegt de Deontologische Commissie

Er komt ook een register waarin elke lobbyist zich moet aanmelden wanneer hij het parlement binnenkomt. Maar ook dat is een mager beestje: want een lobbyist die het parlement binnengaat moet niet vermelden met welk parlementslid hij of zij aan tafel gaat. En uiteraard kan zo'n gesprek ook altijd onder vier ogen buiten de muren van het parlement, waar geen register is.

"Te weinig", zegt de Federale Deontologische Commissie in een advies aan de Kamer, dat het Nieuwsblad kon inzien. Zij adviseren nu dat alle parlementsleden bij hun wetsvoorstellen een zogenaamde 'lobbyparagraaf' moeten voegen: die moet alle namen vermelden van de lobbyisten met wie ze contact hebben gehad over het wetsvoorstel. Zo'n overzicht zou dan iedereen in kaart brengen die bezig is geweest met de wet. Normaal gezien verwacht je daar dan de usual suspects: de vakbonden, sectorfederaties, de werkgevers, bepaalde bedrijven en ngo's. Maar dus ook diegenen die meer in de schaduw opereren, zoals bepaalde lobbygroepen.

"Tijd nog niet rijp", zegt de politiek

De Deontologische commissie blijft eigenlijk nog soft in haar voorstel: ze willen zo'n lijst enkel voor de lobbyisten "“wanneer die ontmoetingen een aanmerkelijk effect hebben gehad op de inhoud van die voorstellen of amendementen” of wanneer “de teksten werden opgesteld of gesuggereerd door die belangenvertegenwoordigers”. Dat wil dus zeggen: enkel als er zeer zwaar lobbywerk verricht is. In de VS zijn de regels strenger.

Het parlement zelf geeft ondertussen z'n gekende, bedroevende antwoord. N-VA-kamerlid Brecht Vermeulen (N-VA), zit de Commissie Politieke Vernieuwing voor. En hij is, zoals elke politicus, "geen tegenstander" van het idee om bij elk wetsvoorstel een lobbyparagraaf toe te voegen. Maar dan komt hetzelfde standaard antwoord: "Ik vrees dat de tijd nog niet rijp is. We hebben het idee vorig jaar ook al besproken. Toen was het nog niet rijp, en dat is het nog steeds niet", zegt hij in het Nieuwsblad.

Lees meer