Op ‘In The Cold Light Of Monday’ horen we een nieuwe, frisse Novastar, we spraken erover met Joost Zweegers

Een plaat opnemen is voor Joost Zweegers (Novastar) altijd al, willens nillens, een strijd geweest. Voor ‘Another Lonely Soul’ is hij  weggewandeld uit de Verenigde Staten toen de platenmaatschappij een hitmachine in ‘m zagen, ‘Almost Bangor’ liet lang op zich wachten door een revalidatieperiode na een verbrijzelde hiel. Daarna begon hij snel aan een nieuw album, maar merkte hij na een tijdje samenwerken dat de klik tussen hem en zijn producer weg was en moest hij op zoek naar een andere.  We hopen dan ook oprecht dat de opnames van zijn nieuwe album ‘In The Cold Light Of Monday’ als vanzelf gegaan zijn.

Joost Zweegers: Ik vrees dat ik je moet teleurstellen. (lacht) Mijn vorige plaat ‘Inside Outside’ heb ik opgenomen met John Leckie en we hebben dat proces verder gezet. Maar vlak voor de opnames zouden beginnen, net voor de zomer van vorig jaar, werd John Leckie ziek. Zo erg dat hij zich heeft moeten terugtrekken uit de productie van mijn album. Toen heb ik wel heel rationeel kunnen besluiten om niet meer in de negativiteit te gaan woelen, maar dat ik dit negatief gegeven tot iets positiefs om zou gaan buigen. En dat heb ik gedaan: ik heb gehandeld en ben mijn productie opnieuw gestart met Mikey Rowe en Andrew Britton in Brighton.

Ik heb alles 180° moeten omgooien, maar om dat nieuwe verhaal te starten moest ik ook echt wel opnieuw beginnen en alle banden doorknippen. De songs waren er, maar de gemaakte keuzes en de preproductie die ik al met Leckie had gedaan hebben we niet meer gebruikt. Ik heb ook een hele nieuwe band gevormd om live te gaan spelen.

© Serge Leblon

Wat ik regelmatig tegengekomen ben in oude interviews met jou waarin je praatte over zo een moeilijke periode is de gedachte om te stoppen met muziek, er geen zin meer in hebben. En telkens ik dat las dacht ik: jij zou niet kunnen stoppen met muziek.

Zweegers: Mijn relatie met muziek is altijd al intens geweest en is alleen nog maar intenser geworden. Aan de piano zitten en nachtenlang doorspelen: het is verslavend. 14 jaar geleden ben ik van het podium gevallen met een verbrijzelde hiel tot gevolg en dat heb ik mentaal erg onderschat. Veel van die negativiteit heeft daarmee te maken. Ik heb nog altijd last van die beschadiging, maar achteraf gezien heb ik daardoor wel te negatief gereageerd op andere dingen. Door de periode waar ik in zat. Ik heb nog periodes dat ik moeilijker stap en dat ik inspuitingen nodig heb. Ik neem nog steeds een pijnstiller voor een optreden.

Ik wil nu niet zielig doen, ik wil gewoon zeggen dat ik nu al geruime tijd positiever in het leven sta. Eigenlijk sinds ik naar Engeland ben kunnen gaan om met John Leckie te werken. Met Leckie zou ik voor deze plaat gaan opnemen in Abbey Road. Dat zou een droom zijn die in vervulling gegaan zou zijn en die viel in duigen. Dus ik ben nu apetrots dat deze plaat een frisse plaat geworden is, dat ik erin geslaagd ben om een uitweg te zoeken en positief heb kunnen denken.

Blij als een kind

Holly voert momenteel de Vox-lijst op Radio 1 aan. Dat is een lijst die samengesteld wordt uit stemmen van de luisteraar. Ik neem aan dat dat iets is dat deugd doet, na achttien jaar carrière.

Zweegers: Al vier weken! En hij staat in De Afrekening ook. Ik vind het top! Het voelt als een nieuw begin. Nummer 1, dat maakt me blij als een kind. Dat nummer was één van de twee testnummers die we hebben opgestuurd naar Mikey. Die en Pale Eyes. En op basis daarvan hebben we dan besloten om de hele plaat met die twee jongens op te nemen.

Het lijkt wel alsof mensen Novastar herontdekt hebben. Je stond ook op het podium van Rock Werchter afgelopen zomer. Voor het eerst. En 14 jaar (!) na je vorige passage op Rock Werchter. “Een jongensdroom” zei je daar zelf over. Hoe kijk je nu op dat optreden terug?

Zweegers: Mooier wordt het niet. Op het hoofdpodium. En dan nog Pukkelpop en de Lokerse Feesten. Het was een topzomer en ik ben blij dat ik die heb kunnen delen met die nieuwe band. Het was een succes, veel goede recensies. Ook naar die band toe is dat wel een cadeau.

Je hebt de gave om een nummer van Novastar telkens zo te laten klinken alsof het niet anders had kunnen zijn. Terwijl er bij jou dan al, vermoed ik, een lange tijd van uitproberen en botsen en opnieuw beginnen aan vooraf is gegaan.

Zweegers: Ja, maar dat hoort zo. Een nummer moet zijn weg vinden. Ik schrijf heel veel en het grootste deel ervan is net niet goed genoeg. Maar daar blijft misschien wel een kleine bovenlaag van hangen. Het bij elkaar beginnen horen van onderdeeltjes en nummers, zo een puzzel die in elkaar klikt: dat is een heerlijk gevoel.

En je kan het ook binnen de gemiddelde lengte van een popsong.

Zweegers: Dat is de invloed van The Beatles. Lang leve The Beatles! (lacht)

Tussen al je platen zat telkens al vier jaar, tussen ‘Almost Bangor’ en ‘Inside Outside’ zelfs zes jaar. Dat is behoorlijk lang, als ik naar mijn eigen leven kijk en ik zie waar ik vier jaar geleden stond en waar ik nu sta: ik ben een totaal ander persoon. Ik neem aan dat jij in de afgelopen vier jaar ook veranderd bent.

Zweegers: Zeker. En dat zal vast en zeker ook zijn weg gevonden hebben naar deze plaat, alleen zie ik zulke dingen wel vaak pas achteraf als ik wat afstand heb kunnen nemen van de intensiteit van het proces. Ik weet nog goed, de eerste song die ik in Brighton heb ingezongen was een demo van Holly. Als laatste, dat was ergens eind februari, wilde ik Holly nog eens zingen, gewoon omdat ik dat zo graag zing. Ik zong het, het was klaar. Ik ben een sigaar gaan kopen, heb twee uur lang langs de kust gereden van Brighton naar Dover waar ik om 14 uur op de boot ben gestapt naar Calais. En toen dacht ik: “Het is goed zoals het gegaan is.”

Ik las onlangs iets dat ik nu heel erg van toepassing vind, in een interview met een Nederlandse psychiater en hoogleraar, Damiaan Denys: “Het is niet normaal om mooi en succesvol te zijn én alles onder controle te hebben. (…) Iedereen wil controle over zijn leven en zijn omgeving, maar controle heb je niet: het is een illusie.”

Zweegers: Sinds ik dat door heb ben ik gelukkiger en positiever. Ik heb positief leren denken, maar het vraagt heel veel lef. Ik ben nooit bang geweest om tegen de muur te lopen en ik krabbel altijd overeind. Het is de muziek die me redt. Ik maak die ook compleet voor mezelf. Ik kan perfect een week in dit kamertje leven, ik heb geen rijkdom nodig. Ik ben ook begonnen als straatmuzikant, daar liggen mijn roots.

Liefde en overgave

Tussen twee platen kan jij echt jarenlang verdwijnen. Om dan plots weer te verschijnen als je iets te vertellen hebt.

Zweegers: Het is mooi dat je dat zegt, maar ik zie dat zelf zo niet. Natuurlijk, als je voor dat parcours kiest dat tot in Brighton leidt, dan ben je wel een tijdje weg. Ik heb daar ettelijke maanden doorgebracht. En het siert dan vooral mijn vrouw dat ze me dat toelaat omdat ze weet dat ik dat nodig heb. Ook als vader is het niet de evidente keuze: ik heb drie kleine kinderen. Ik ben ook in het weekend niet terug naar huis gekeerd. Het was nodig dat ik in de cocon bleef. Het was zelfs geen keuze: je kan niet anders.

Ik ben me er heel erg van bewust dat het een vorm van egoïsme is. De volgende keer zal het misschien anders zijn, maar nu zijn mijn kinderen nog zo klein dat ze weinig beseft hebben van het feit dat ik zo lang weg was. Toen ik dan terug was, was ik er dan natuurlijk weer helemaal voor mijn kinderen, dat dan ook wel weer.

Ik ben ontzettend dankbaar dat ik een vrouw heb die me zo goed begrijpt. Ik ben teruggekomen voor kerst. En op 1 januari zat ik alweer op de boot naar Dover. Trouwens, het zegt ook veel over de toewijding van Mikey en Andrew want die zaten er toen natuurlijk ook.

© Sony Music

Het gaat vaak over de liefde op ‘In The Cold Light Of Monday’. Over toewijding. En over overgave.

Zweegers: Dat kan natuurlijk de liefde voor mijn vrouw zijn. Of de liefde voor mijn muziek. Mijn egoïsme waar ik het al over had is ook toewijding en overgave. Dat hangt allemaal samen. Mijn moeder komt ook ergens voorbij zonder dat het tekstueel over haar gaat.

Het verhaal bij Tommy-K-Tyson vind ik mooi. Het nummer is een eerbetoon aan een familievriend die ziek was en van wie je de laatste levensmaand van zeer nabij hebt gevolgd. Kan en wil je daar meer over vertellen?

Zweegers: Ja, zeker. Het nummer gaat over een vriend van mijn moeder, haar kapper. Tommeke. Ik kende hem al jaren. Hij werd ziek en ik heb toen gezegd dat hij me altijd mocht bellen als hij me nodig zou hebben. En dat heeft hij gedaan. De laatste weken voor zijn overlijden heb ik hem voor zover ik kon geholpen. Dat was een heel heftige periode waarin ik hem ook achteruit zag gaan. En om dat ’s nachts van me af te schrijven en te kunnen plaatsen schreef ik muziek.

Op een gegeven moment had ik drie stukken muziek die gelinkt waren aan die periode. En na veel vijven en zessen is het dan Tommy-K-Tyson geworden. Ik heb het helaas niet afgekregen voor zijn overlijden, maar omdat het echt over hem gaat wilde ik zijn naam in de titel. En Tyson is de naam van zijn grote liefde, zijn hond. En de “k” ertussen komt van “kapper”: klinkt als een klok. (lacht) En nu is het een herinnering aan Tommeke.

De tijdloosheid van Wrong

Heel opvallend ook: de piano is opnieuw prominent aanwezig. Terwijl je daar voor je vorige twee platen meer van weg wilde omdat een piano te snel bombast met zich meebrengt.

Zweegers: Vroeger heb ik volgens mij ook veel te veel dingen veel te strak geanalyseerd. En met mij de mensen waar ik mee werkte. In die tijdsgeest was dat prima. Maar dankzij mijn periode bij Leckie heb ik een andere manier van werken gevonden waardoor ik minder analyseer en meer mijn hart volg. Ik blok geen dingen meer van tevoren af.

En dat piano snel bombast met zich mee zou brengen, dat is een foute opmerking die ik ooit gemaakt heb. Dat is misschien nog een voorbeeld van hoe ik veranderd ben tegenover vroeger. Ik groei als autodidact nog altijd in mijn pianospel en ik speel ook beter piano dan een paar jaar geleden. Ik stel mijn artistieke zelf vaak in vraag, dat lijkt me best een gezonde reflex. Op die manier open ik mijn ziel voor nieuw werk.

Optredens tijdens de huidige tournee startte je met Wrong. Elke keer als ik dat nummer hoor denk ik “Jongens, dit is er eentje voor de eeuwigheid.”

Zweegers: Waauw, dankjewel voor dat compliment. Ik was nog zo jong toen, 17 jaar. Het fijne vond op bijvoorbeeld Pukkelpop vond ik om te merken dat er drie generaties muziekliefhebbers met mijn nummers stonden mee te zingen. Die eerste plaat is een geweldige plaat, nog altijd. Die heeft zichzelf bewezen en er staan veel meer mooie nummers op dan alleen Wrong.

Caramia is nog altijd één van mijn favorieten.

Zweegers: Van mij ook. En dat nummer speelde ik al in 1996, op de Rock Rally. Muziek kan iets tijdloos hebben. Fleetwood Mac is hip onder jongeren tegenwoordig. En weet je hoe dat komt? Omdat dat steengoed is. Elke nieuwe generatie blijft ook The Beatles herontdekken.

Als ik nu vraag: “Gaat de volgende plaat weer vier jaar op zich laten wachten?” dan ga jij waarschijnlijk zeggen dat je vier jaar te lang vindt en dat je snel aan nieuwe muziek wil beginnen.

Zweegers: (lacht) Ik heb inderdaad al wel vaker gezegd dat ik vier jaar tussen twee platen te lang vind. En ik geloof ook deze keer oprecht dat een nieuw album er sneller zou moeten kunnen komen. Het mag ook wel een keer. Er is ook veel veranderd nu. Ik heb nog nooit zo snel iets neergezet. Ik heb op minder dan een jaar een plaat gemaakt met drie mensen in een kamertje én ik heb een nieuwe band.

Dus volgende keer misschien toch eens naar Abbey Road?

Zweegers: Verdorie, ja! Kijk, opnemen in Abbey Road blijft een droom, maar het is ook goed om nog dromen te hebben. Die houden je gaande. Als je al je dromen vervuld hebt, wat moet je dan nog doen met de rest van je leven?

Lees meer