Over echte zorgen en mooie momenten in mantelzorg

!

Dit artikel werd gemaakt door een van onze bezoekers. Wil je reageren of zelf een artikel schrijven in onze Zoo, be our guest! Lees hier het hoe/wat/waar of begin er meteen aan.

Het is niet eenvoudig om mantelzorg in beeld te brengen. In het boek ‘Neen’ brengt Ilse het verhaal van 2 zussen. De oudere zus zorgt voor Marleen ofwel ‘Neen’, een jonge vrouw met een mentale beperking. Ilse: “Ik vond het eerst moeilijk om de dingen te zeggen zoals ze zijn. Ik heb echt een klik moeten maken.” Het resultaat? Een oprecht en openhartig verhaal van een mantelzorger over de zorg voor haar zus.

Hoe ben je begonnen aan dit boek?

“De inspiratie voor dit project haalde ik uit de tekeningen van Christine, een bewoonster van de voorziening VZW De Bolster waar ik werk als stafmedewerker. Christine zegt niet veel, maar ik heb altijd het gevoel dat ze heel veel begrijpt van wat er rondom haar gebeurt. Haar tekeningen zijn heel mooi. Keer op keer tekent ze huizen. Ik heb de tekeningen naast elkaar gelegd. Ik besefte algauw dat de tekeningen een straat vormden. Ik zag in elk huis de start van een eigen verhaal. Dat trok mij aan. Het boek heb ik geschreven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van De Bolster.”

Als ik iemand tegenkom op straat, dan zegt die op ’t einde van het gesprek soms: ‘Allez, tot in den draai!’ En dan moet ik altijd denken aan die haarspeldbocht van 180 graden die mijn leven maakte toen ons Neen 18 jaar werd en niet meer naar school kon. Ons moe zei toen dat ‘we’ voor ons Neen gingen zorgen. ‘We’ is dat geen meervoud? (p. 8-9)

Wat betekent het voor mantelzorgers om samen tijd door te brengen met hun zorgvrager?

Ilse: “Iemand wakker maken, heb ik altijd een mooi moment gevonden. Mijn zoontje van 8 kan intussen bijvoorbeeld wel zelf wakker worden en opstaan, maar ik ga toch graag bij hem langs om te zeggen dat het tijd is. Met die passage wil ik vooral duidelijk maken dat niet elke dag hoeft te draaien om een groot levensdoel. Het is en blijft een mooi moment, dat samen opstaan en samen tijd spenderen. Ik wou het gevoel oproepen van ‘Ik heb vandaag misschien niks speciaals gedaan, maar het was wél waardevolle tijd samen.’”

Laten mantelzorgers zich snel isoleren door de zorg? Durven ze er genoeg over praten?

Ilse: “Ik denk vaak aan het spreekwoord: ‘Je hebt een heel dorp nodig om een kind op te voeden.’ Dat heeft voor mij 2 betekenissen: dat je bij anderen terechtkan voor praktische zaken én dat je ook veel kan leren van de ervaring van anderen. Misschien doen ze de dingen niet altijd op jouw manier maar dat is daarom niet slecht. Het kan zelfs een verrijking zijn. Eigenlijk is dat de essentie van het boek: draag samen de zorg. Mantelzorgers zitten vaak verveeld met de vraag of hun zorg wel goed genoeg is. Zeker als ze die gaan uitbesteden. Ik zie dat mantelzorgers de lat heel erg hoog kunnen leggen voor zichzelf en anderen. Dat is mooi, maar het verhoogt soms onbewust en ongewild wel het risico op isolement.”

Dan moet ik bekomen. Met thee en koekjes. Liefst cent wafertjes. Er zitten er tien in een pakje en ik kan dat pakje leeg eten in dertig seconden… Gij vindt dat raar? Kunt gij bekomen in dertig seconden? Ik denk het niet. Ik wel dus. Straf, he (p.47).

Denk je dat mantelzorgers soms vlug moeten bekomen van iets? Het hoofdpersonage doet dat bijvoorbeeld met koekjes.

Ilse (lacht): “Ja, dat is ook 1 van mijn specialiteiten. Ik kan ook vlug bekomen van iets dankzij cent wafertjes. Weet je, de kracht en motivatie van mantelzorgers, dat valt gewoon niet uit te leggen in woorden. Dat is zo puur. Om me heen zie ik veel mantelzorgers die iets willen teruggeven uit dankbaarheid: ‘Mijn moeder heeft zoveel voor mij gedaan, nu wil ik dit dat terugdoen voor haar.’ Of: ‘Ik heb zo’n mooie tijd gehad met mijn broer of zus, ik moet dat nu gewoon doen.’ Ze kunnen zich vaak zelf niet inbeelden dat ze niet zouden doen wat ze doen. Ik heb daar veel bewondering voor. Daar kan onze maatschappij nog veel van leren.”

Sarah Pardon