Waarom Californië in brand staat (en het alleen maar erger gaat worden)

Californië wordt momenteel getroffen door de dodelijkste en ook de meest destructieve natuurbranden in de Amerikaanse geschiedenis. Er zijn al 44 doden, een aantal dat nog flink gaat oplopen. Meer dan 7.100 gebouwen zijn in de vlammen opgegaan, waaronder de hele stad Paradise en een pak villa's van beroemde Hollywoodsterren in het poepsjieke Malibu. Ondanks wat Donald Trump mag beweren, heeft dat niks te maken met "slecht bosbeheer" maar alles met ons veranderende klimaat. En het wordt elk jaar erger: 12 van de 15 ergste jaren qua bosbranden in de staat vonden plaats sinds 2000.

Door de stijgende temperaturen en meer droogte duurt het gemiddelde natuurbrandseizoen nu minstens tweeënhalve maand langer dan in het begin van de jaren zeventig in Californië, maar ook andere Amerikaanse staten. De hoeveelheid land die sinds 1984 in het westen van de VS is verwoest door bosbranden is het dubbele van wat zou worden verwacht zonder de gevolgen van de klimaatverandering.

"Slecht bosbeheer"

Bijna anderhalve maand nadat het bosbrandseizoen in Californië zou moeten zijn afgelopen, heeft de staat ook nu weer te maken met meerdere grote - 15 op het moment - dodelijke bosbranden. Hoewel president Trump "slecht bosbeheer" de schuld heeft gegeven, zegt de wetenschap iets anders. Zij verklaren de branden door een fenomeen dat "negative rain" heet. Die "negatieve regen", samen met droge, winderige omstandigheden, heeft Noord-Californië rijp gemaakt voor verwoestende branden. En het fenomeen is wel degelijk het gevolg van ons veranderend klimaat. En als de opwarming van de aarde escaleert, wordt het met die branden in Californië alleen maar erger.

Negatieve regen?

"Negatieve regen" is geen technische meteorologische term als het gaat om droogte. Het is gewoon een manier om een ​​regio te beschrijven die minder neerslag krijgt dan verwacht. "Elk jaar hebben we een bepaalde hoeveelheid regen die we verwachten als gevolg van historische patronen", zegt Andy Wood, een klimaatwetenschapper bij het National Center for Atmospheric Research. "We hebben het over negatieve regen wanneer die hoeveelheid niet wordt gehaald".

En dat is precies wat er dit jaar in Californië is gebeurd volgens Dan Mcevoy, klimaatonderzoeker bij het Desert Research Institute. Normaal begint wat ze in Californië het "water year" noemen op 1 oktober. Rond die tijd geven een paar grote regenstormen voldoende vocht om erg ontvlambaar gedroogd en dood hout nat genoeg te maken en het natuurbrandseizoen effectief te beëindigen. Maar dit jaar dus niet.

Met ernstige ecologische gevolgen zegt Mike Hobbins, een hydroloog bij de National Oceanic and Atmospheric Association. Want "als er niet genoeg regen is, wordt de lucht dorstig, omdat ze niet genoeg vocht uit de grond kan trekken".

De lucht heeft dorst

Die "dorst" veroorzaakt volgens Hobbins een vicieuze cirkel van uitdroging. "Elke regen die daarna komt, verdampt weer. In plaats van erg ontvlambaar gedroogd en dood hout in te weken en nat te maken en zo het brandrisico te verlagen."

Vanwege het gebrek aan regen dit najaar heeft de natuur in Californië "bijna een record droog niveau", zegt ook Mcevoy. Het is momenteel net zo droog als aan het einde van de zomer.

Wat Hobbins omschrijft als "dorstige lucht" wordt wel degelijk gemeten, aan de hand van de zogenaamde Evaporative Demand Drought Index (EDDI). De EDDI is een tool ontwikkeld door onderzoekers waaronder Wood, Hobbins en Mcevoy. Het meet wat de "verdampingsvraag" wordt genoemd, of, zoals Wood het uitlegt: "hoeveel water de atmosfeer probeert uit de grond te zuigen."

De EDDI vergelijkt de verdampingsbehoefte van een bepaald tijdbereik met die gedurende elk jaar sinds 1979. De tool gebruikt daarvoor NASA- en NOAA-gegevens voor temperatuur, vochtigheid, wind en zonnestraling. Veel van die factoren, legt Wood uit, zijn gecorreleerd aan regenval.

De EDDI kleurt momenteel donkerrood: de "verdampingsvraag" in Noord-Californië ligt boven de 95% en in steeds meer stukken zelfs boven 98%. En er is wel degelijk een heel directe link met de opwarming van ons klimaat: die zorgt voor langere zomers en warmere en drogere herfsten in Californië.

Sowieso al een record

Zelfs voor de huidige opstoot van natuurbranden, zaten ze in Californië dit jaar al aan een record, onder meer door het Mendocino Complex Fire, een natuurbrand die in juli en augustus 2.000 vierkante kilometer verwoestte.

Tussen 1930 en 1999 waren er slechts zes branden die meer dan 400 vierkante kilometer in de as legden in Californië. Ondertussen zijn het er bijna 20. Volgens een analyse van de non-profit Climate Nexus maken al deze grote branden deel uit van een onmiskenbare trend: 12 van de 15 grootste branden in de geschiedenis van Californië hebben plaatsgevonden sinds het jaar 2000. Mendocino was misschien de grootste tot nu, maar de duurste vond vorig jaar plaats, het fameuze Thomas Fire, dat huishield in Californië's wijngebied en voor 9 miljard dollar schade veroorzaakte daar.

Grotere branden betekenen ook een toename van brandgerelateerde uitgaven. Climate Nexus berekende dat in het fiscale jaar 2017 (dat eindigde in oktober) het Californische ministerie van Bosbouw en Brandbeveiliging in totaal 505 miljoen aan brandbestrijding heeft besteed. Twintig jaar geleden, in 1997, gaf de staat slechts 47 miljoen daarvoor uit.

Klimaatverandering is wel degelijk de schuldige van deze trend. Vorig jaar noemde Gov. Jerry Brown de bosbranden een "nieuw normaal" voor Californië. "Dit kan iets zijn dat elk jaar of om de paar jaar gebeurt", zei Brown.

Het Californische Climate Change Assessment Report van 2018 schat dat het gemiddelde gebied dat in bosbranden wordt verbrand tegen 2100 met 77 procent zal toenemen als er niets wordt gedaan om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen.

Lees meer