Vandeurzen (CD&V) vertrekt met maar liefst 400.212 euro vergoeding: Vlaams parlement maakte regels strenger, maar niet voor iedereen

De commotie rond de som geld die Vlaams minister Jo Vandeurzen (CD&V) meeneemt, nu hij niet langer actief in de politiek wil zijn, groeit met de dag. Want het gaat om 44 maanden lang een vergoeding van 9095,74 euro bruto. In totaal is het een som van 400.212 euro, waarop uiteraard belastingen moeten betaald worden. Dat komt omdat Vandeurzen al in het parlement zat, voor de nieuwe, strengere regels van kracht waren. 

Het blijft stormen over de uittredingsvergoeding van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Die kondigde z'n vertrek uit de politiek aan afgelopen weekend. En daarbij kwam meteen ook het nieuws dat hij van plan was z'n uittredingsvergoeding op te nemen. Daarop kwam behoorlijk wat kritiek: het gaat om een regeling die uniek is voor de politiek. Als iemand in een andere job ontslag neemt, heeft hij of zij helemaal geen recht op een afscheidssom.

Bij parlementsleden is dat wel het geval, omdat ze willen compenseren voor het onzekere bestaan van een gekozen politicus. Een Vlaams parlementslid krijgt een premie van minstens vijf maanden, waarbij per jaar er een maand bijkomt met een maximum van twee jaar. Voor kamerleden is dat twee maanden per begonnen jaar, met minimum vier en maximum 24 maanden. Het gaat telkens om de normale wedde, plus de onkostenvergoeding, min de pensioensbijdrage.

Die som wordt overigens niet in één keer uitgekeerd, maar elke maand. En er wordt belasting op betaald, vermoedelijk tot 50 procent. Dus netto gaat het tussen de 4000 en 5000 euro per maand.

Het debat rond die sommen is overigens niet nieuw. Rond het afscheid van Sven Gatz (Open Vld) was destijds in 2011 bijzonder veel te doen, en hij liet de premie schieten. Ook rondom Geert Versnick (Open Vld) was volop discussie, en toen besliste het Vlaams parlement de zaak te hervormen.

Werkgroep Peumans besliste anders

Een werkgroep onder leiding van parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) besliste in 2012 om de uittredingsvergoeding voor Vlaamse parlementsleden te halveren. Er kwam een plafond van maximaal 24 maanden. Tot dan was dat plafond 48 maanden. Tenminste, dat is wat toen in de pers verscheen over de regeling.

Alleen geldt het plafond niet voor iedereen. De zogenaamde 'oude krokodillen', parlementsleden die al veel langer in het parlement zitten, vallen onder de zogenaamde overgangsbepaling. Ergens ook wel logisch natuurlijk: je kan niet zomaar en cours de route de rechten van iemand wijzigen, ook niet bij parlementsleden.

Het gedeelte van de politieke loopbaan dat bij parlementsleden liep tot 31 mei 2014 valt nog steeds onder het oude systeem, dat nog royaler was. Parlementsleden hadden recht op maximaal vier jaar aan vergoedingen. Vandeurzen valt nog onder dit oude systeem, en haalt zo 44 maanden uittredingsvergoeding.

Lees meer