Stop de anti-politiek te voeden: hoogdringend exuberante systeem van uittredingsvergoedingen opnieuw hervormen

opinieZijn de gigantische sommen die politici opstrijken als ze afzwaaien wel van deze tijd? Op een paar maanden voor de verkiezingen is het alvast een heel gevaarlijk signaal: privileges die enkel gelden voor politici en bedragen van 400.000 euro en meer, die weinig mensen niet doen duizelen. Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) gaf aan dat wat hem betreft de discussie opnieuw gevoerd kan worden. Maar durft de politiek die anomalie aan te pakken?

Vlaams Parlementslid Herman De Croo (Open Vld) toonde gisteren in Terzake waarom hij een éminence grise mag genoemd worden. Zeer verstandig kondigde de 81-jarige De Croo aan dat hij z'n uittredingsvergoeding niet hoeft. De Croo is nochtans de onbetwiste nestor van het parlement: liefst 51 jaar aan één stuk raakte hij verkozen in een parlement, de Kamer of het Vlaamse parlement waar hij nu zetelt. Hij sprak van een som van 376.000 euro bruto, waar hij aan verzaakt. "Ik ga dat geld laten staan voor de anderen. Ik ben 81 jaar. Het zou voor mij een soort schoonheidsvlek op mijn politiek gelaat zijn mocht ik zeggen: ik ga die enkele honderdduizenden euro's meenemen."

Het contrast met enkele prominente CD&V'ers kan niet groter. Op Radio 1 toonde Pieter De Crem zich zelfs assertief over het onderwerp. Op de vraag of hij z'n vergoeding, bijna 400.000 euro, zou opnemen, antwoordde hij zonder blikken of blozen "ja". Hij gaf er zelfs een draai aan alsof hij en andere parlementsleden tijdens hun carrière deze som opbouwen: "Ik ben nooit in de politiek gegaan voor het geld. Ik ben ambtenaar geweest, loontrekkende en ik heb al mijn bijdragen betaald. Ik heb me op alle vlakken volledig ingeschreven in de logica van parlementslid. Ik heb gezien dat er een regeling is, en ik zal daarvan gebruikmaken."

Doorgeslagen regeling voor de oude generatie politici

De regeling is op zich bedoeld om het onzekere bestaan van parlementsleden wat op te vangen. Ze worden dus een aantal maanden na hun vertrek uit het parlement nog doorbetaald. Want een werkloosheidsuitkering krijgen ze niet, ze vallen niet in een sociaal systeem. Maar het aantal maanden is zeker bij de oudere generatie doorgeslagen: velen, zoals De Crem, maar ook Jo Vandeurzen (CD&V), een Sonja Claes (CD&V) en ook een Herman De Croo, hebben recht op tot maximum 48 maanden. Vandaar dat de sommen oplopen tot in totaal meer dan 400.000 euro.

De politiek voelde in het verleden al aan dat dit indruist tegen het rechtvaardigheidsgevoel en dat deze sommen het imago van politici beschadigen. In 2014 hervormde een commissie onder leiding van Jan Peumans (N-VA) de zaak, er kwam een plafond van 24 maanden. Daarover werd ook destijds als zodanig in de media bericht.

Alleen bleken de kleine lettertjes van die deal toen niet te zijn doorgesijpeld in de berichtgeving: voor de zittende parlementsleden van voor de hervorming bleef de oude regeling gelden. "Je kan niet zomaar en cours de route rechten wijzigen", zo stelde Peumans voor de camera's van Villa Politica. Maar die argumentatie is wat vreemd: sociale rechten in verband met pensioenen, uitkeringen en dergelijke worden constant gewijzigd. Net zoals de lasten voor kleine zelfstandigen. Dus wat voor hen geldt, zou voor politici ook moeten gelden.

Waarom niet gewoon terugvallen op de werkloosheidsuitkering?

Voor iemand als Sonja Claes (CD&V), die 30 jaar actief was in de politiek, en niet meer van de jongste is, is zo'n vergoeding duidelijk een financieel vangnet. "Ik ga niet dadelijk iets anders doen en zal zeker geen voltijdse job meer doen." Voor De Crem, die fulltime burgemeester wordt van de fusiegemeente Aalter, valt dat argument al weg. Want de regeling is met alles combineerbaar, behalve pensioen. Hij krijgt dus straks beiden: de uittredingsvergoeding en een inkomen als burgemeester.

Vraag is waarom de parlementsleden zichzelf niet in 'normaal statuut' zoals dat van elke andere werknemer inschakelen. Ze hebben al enkele sociale rechten, maar zouden een stap verder kunnen gaan en zich in de logica inschrijven van werknemer. Dan krijgen ze dezelfde plichten én rechten: voor mensen zoals Claes zou er dan een werkloosheidsvergoeding volgen, als ze geen nieuwe job heeft. Plus uiteraard een traject van activatie bij de RVA, zoals elke andere Vlaming die zonder baan valt. Je kan moeilijk als politiek elke dag prediken dat iedereen aan de slag moet, ook de oudere generatie, en dan wel voor jezelf een andere parachute voorzien.

In de buurlanden is combineren van inkomsten niet mogelijk

Het is het oneigenlijk gebruik van de uittredingsvergoeding, als een soort gouden handdruk, die van toepassing is in België. Dat blijkt in een vergelijking van diezelfde vergoeding met de buurlanden, die De Tijd maakte. In Luxemburg gaat het om maximum drie maanden het loon, in de UK is het zes maanden. In Nederland, Frankrijk en Duitsland gaat het wel tot maximum 2 jaar of 24 maanden. Maar daar is overal de regel van tel dat je die inkomsten niet zomaar kan combineren met andere inkomsten. Pieter De Crem mag dat hier wel: én een inkomen als burgemeester én de vergoeding. Bijna vier jaar lang.

Wie niet inziet dat zoiets vandaag niet door de beugel kan, wakkert als politieker onherroepelijk de anti-politiek aan. Tijd om op de oproep van Jan Peumans (N-VA) in te gaan, en in sneltempo alsnog deze regeling aan te passen, tot een billijke vergoeding zoals die van tel is in de buurlanden: niet-combineerbaar, en beperkt tot een redelijke termijn. Voor iedereen.

Lees meer