De val van Michel I: centrumrechts eindigt verbitterd in bontgele en blauwe kneuzingen

De N-VA trekt uit de regering van Charles Michel (MR). Zo eindigt het eerste centrumrechtse kabinet in meer dan twintig jaar met een stevige kater voor de vier deelnemende partijen. Sociaal-economisch kwam er niet de verandering die men hoopte samen te realiseren. Enkel op het thema veiligheid scoorde de ploeg, om dan over het verwante onderwerp migratie te struikelen. Het resultaat van de samenwerking is nu een kerkhof van persoonlijke relaties, waarbij N-VA persona no grata dreigt te worden.

Het was zijn 'droomcoalitie' geweest, dat gaf De Wever zelf aan op de cruciale persconferentie waar hij aankondigde uit de regering te stappen. En de N-VA-voorzitter ging zelfs zo ver om het sociaal-economisch palmares van deze centrumrechtse regering nog te verdedigen. Maar tegelijk was hij erg fors over z'n voormalige premier en compagnon de route, met de nodige juiste framing. "Charles Michel zal morgen opstijgen als premier van de Zweedse coalitie, maar landen als premier van de Marrakech-coalitie."

De kernvraag die overblijft, na het uitputtende en harde gevecht van de afgelopen dagen binnen de coalitie, is simpel: waar precies brak de veer tussen de premier en de voorzitter van z'n grootste coalitiepartner?

Want die vertrouwensband was net de sterkte van deze coalitie. Niet enkel tussen Michel en De Wever. Op menselijk vlak was er altijd een vertrouwenssfeer tussen elk van de drie Vlaams partijvoorzitters én de Franstalige premier. Niet de drie onderling, wel met de premier. Die zat, soms echt als bemiddelaar, biechtvader en verzoener tussen Bart De Wever (N-VA), Wouter Beke (CD&V) en Gwendolyn Rutten (Open Vld).

De communautaire frigo

Michel speelde die rol meesterlijk, en kreeg in ruil telkens zijn vicepremiers telkens zo ver om, ook bij grote crisismomenten, de boel bijeen te houden. Zeker met de N-VA was dat essentieel. Want de MR nam een enorme gok door als enige Franstalige partij met de 'baarlijke Vlaamse duivel' N-VA in zee te gaan. En net zo goed nam de N-VA een risico door het communautaire dossier in de frigo te duwen. Dat kon alleen door elkaar niet te gaan aanvallen.

Op alle dossiers omtrent veiligheid vonden Michel en De Wever elkaar. Onder meer de militairen op straat kwamen er dankzij hen, tegen Open Vld en CD&V in. Michel liet Jambon en ook Francken scoren, en scoorde zelf na de aanslagen van 22 maart.

Maar tegelijk wrong het op vlak van de sociaal-economische agenda. Op geen enkel moment kon deze coalitie waarmaken wat ze beloofd had: "het land op orde zetten". Een regering zonder PS, zou "een staatshervorming op zich" zijn, want eindelijk zou het beleid fundamenteel anders zijn. Economisch rechtser, waarbij het budget in balans zou komen én de fiscale druk zichtbaar zou dalen.

Geen campagne bouwen op sociaal-economisch palmares

Het draaide helemaal anders uit. "Alsof één iemand constant met z'n voet op de band van het achterwiel zat te duwen", zo formuleerde De Wever het zelf. Die iemand was natuurlijk CD&V. Had Wouter Beke, de CD&V-voorzitter, niet al in december 2014 triomfantelijk geformuleerd "dat de regering Michel I op één rechte lijn stond met die van z'n voorganger Di Rupo"? "Niet de kracht van de verandering, eerder de continuïteit", zo verwoordde hij het. En hij kreeg gelijk: het budget raakte niet onder controle, en op geen enkel moment kon men, ondanks de tax shift, de indruk wekken dat de fiscale druk écht naar beneden ging.

Die analyse, dat op sociaal-economisch vlak geen palmares voorlag dat een beloning van de N-VA-kiezer verdiende, woog door bij De Wever en co. En ze woog na 14 oktober alleen maar zwaarder door. De partij won met enkele kopstukken en rond Antwerpen wel nog, maar kende ook een aantal zwakke flanken. Vooral het oprukken van het Vlaams Belang werd met argusogen gevolgd.

In tussentijd is het belangrijk even terug te spoelen naar december 2017: de Sudan-crisis rond staatssecretaris Theo Francken. Die actieve staatssecretaris had al langer de premier geagiteerd, tot op het punt dat het electoraal begon pijn te doen voor de eerste minister in Franstalig België. De clash tussen beiden, waarbij het lot van Francken aan een zijden draadje hing, liep enkel uit op een sisser toen De Wever z'n rug rechtte en dreigde met de val van de regering, indien 'hun Theo' zou moeten gaan.

Geen appetijt meer in het federale niveau als beleidspartij

Het vertrouwen kwam nooit helemaal terug tussen De Wever en Michel. Toen al overwoog de N-VA vervroegde verkiezingen, een gedachte die nooit meer helemaal verdween, zo blijkt nu. De crisis rond Marrakech was vanuit de N-VA ook een doelbewuste actie. De Wever en co voelden zich geraakt op 'hun' domein: migratie en identiteit. Het sociaal-economische hadden ze al aan de premier gelaten, in een stilzwijgende consensus. Maar dat Michel en co opnieuw de aanval inzetten op Francken, dat kon en wilde De Wever niet langer pikken. Een crisis die oncontroleerbaar bleek was het gevolg.

En zo vervelt de N-VA opnieuw van beleidspartij naar federale oppositiepartij, een rol waar velen binnen de partij niet rouwig om zullen zijn. De Vlaamse regering is honderd keer belangrijker voor de N-VA, om in te zitten en liefst te blijven leiden. Intern dook de analyse al langer op of het allemaal veel had opgeleverd, dat federale experiment met de MR. En zeker of dat vatbaar voor herhaling was, nog eens vijf jaar. Het antwoord is nu gegeven.

De relaties tussen N-VA en hun enige Franstalige bondgenoot MR zijn zwaar beschadigd, mogelijk onherstelbaar. Zeker premier Michel loopt grote schade op, hij heeft meer dan ooit z'n nek uitgestoken. Maar veel kans op een rouwproces krijgt Michel niet: hij moet Michel II overeind zien te houden. Daarvoor heeft hij dus steun vanuit de oppositie nodig, en daar lijken de meeste partijen niet meteen happig op. N-VA zet het minderheidskabinet van Michel II al meteen het mes op de keel.

Lees meer