Adiós Bolivia, hola Peru: Lore steekt het Titicacameer over … en hoe!

Adiós Bolivia, hola Peru: Lore steekt het Titicacameer over … en hoe!

Lore (22, pas afgestudeerd) lost haar ‘quarter life crisis’ (ja, dat bestaat) op door rond te reizen door Zuid-Amerika. Via haar artikels laat ze ons een klein beetje meereizen. Gezellig! Vorige keer trokken we door het tropische Amazonegebied in Bolivia en kwamen we aapjes, dolfijnen en een mug of twee drie tegen. Dit keer laten we Bolivia achter ons en steken we via het hoogst bevaarbare meer ter wereld de grens over richting Peru.

Nadat we bijna een maand hadden doorgebracht in Bolivia besloten we dat het stilaan tijd werd om nog eens een grens over te steken. Dat en ons visum voor 30 dagen was bijna verlopen. Je kan in principe tot 90 dagen reizen in Bolivia zonder voor een visum te hoeven betalen, maar dan moet je een tweede keer langs bij de immigratieofficier voor een nieuwe stempel. Dan heeft die ook weer wat te doen. 

Wij besloten die extra administratie aan ons voorbij te laten gaan en namen na onze vlucht vanuit de jungle naar La Paz meteen weer een bus richting Copocabana, aan het Titicacameer. Copacabana bleek niet veel meer te zijn dan een straat waar ze je bustickets of excursies proberen aan te smeren, dus we besloten er maar één nacht door te brengen en daarna meteen een boot te nemen naar Isla del Sol. Op Isla del Sol leek de tijd al even niet meer vooruitgegaan te zijn. Er waren geen auto’s, wegen al evenmin, en in het dorp waar wij verbleven was er ook geen internet (wat in Zuid-Amerika veel zeldzamer is dan je misschien zou denken).

Aan 2,5 euro per persoon per nacht was het eiland ook de goedkoopste verblijfplaats van onze reis. Na onze betaalbare nachtrust begonnen we aan de wandeling van het noorden van het eiland naar het zuiden over een oud Incapad met als doel de boot van 11u richting het vasteland te nemen. Het eiland dat bedekt is met de eeuwenoude Incaterrassen en omringd wordt door het diepblauwe Titicacameer was in ieder geval een mooie achtergrond. Het wandelen zelf ging vanwege de hoogte (3800m) gepaard met heel wat gepuf, terwijl de locals (die waarschijnlijk denken dat alle gringo’s geweldig onfit zijn) ons vlot voorbijstaken.

Lore Vanaudenhove

Aangekomen aan de zuidkant stelden we vast dat de boot, die volgens de dame die ons onze tickets naar het noorden van het eiland had verkocht om 11 vertrok, al om 10u30 was vertrokken. Aangezien we om 13u in Copacabana een bus richting Cusco moesten halen, was de volgende boot om 15u een beetje te laat. Er zat dus niets anders op dan een van de eilandbewoners (veel te veel) te betalen om de boot naar het vasteland in te halen. Het overstappen van de ene boot naar de andere in het midden van het meer met een zware rugzak op onze rug was in ieder geval wel een interessante ervaring. 

De bus van Copacabana naar Cusco was veelbelovend: airconditioning, nieuwe zetels en geen vreemde geurtjes. Na de grensovergang in Peru, waar een vriendelijke Nederlander mijn boete van 50 bolivianos voor het verliezen van mijn immigratiepapiertje (waar normaal nooit iemand naar vraagt!) had betaald omdat ik al mijn bolivianos al had uitgegeven, werd het al snel duidelijk dat ons busgeluk niet ging blijven duren. In Puno moesten we, ondanks het feit dat de dame die ons onze bustickets had verkocht (andere dame dan de eerder genoemde bootticketsdame) ons had verzekerd dat de bus ons rechtstreeks naar Cusco zou brengen, overstappen. De tweede bus had jammer genoeg betere tijden gekend (inclusief minder aangename geur) en stopte ongeveer in elk dorp tussen Puno en Cusco. 

Na een maand in Bolivia waren we heel aangenaam verrast toen we merkten dat Peruvianen meer open lijken te staan voor contact met toeristen (en niet alleen in het übertoeristische Cusco) en het eten in restaurants warm serveren, wat in Bolivia eerder uitzondering dan regel was. Tijdens de eerste 3 maanden van onze reis hadden we amper Amerikanen ontmoet, dus in Cusco waren we ook een beetje overweldigd door het volume aanwezige Amerikanen. Amerikanen lijken niet zo into backpacking te zijn en minder snel alles achter te laten om een paar maanden te gaan reizen. We hebben ons door enkele toeristen uit North Carolina laten vertellen dat dat eerder “a European thing” is. De reden voor die grote concentratie (Amerikaanse) toeristen in Cusco? Het nabijgelegen Machu Picchu natuurlijk, maar daarover volgende keer meer.

Gesponsorde artikelen