Alle ogen op Elio: hoe reageert Di Rupo met z’n eigen Waalse nota op die Vlaamse van De Wever?

Elio Di Rupo
epa

Franstalig België kijkt met hoge verwachtingen naar de zogenaamde ‘synthesenota’ die Elio Di Rupo (PS) straks presenteert. In Vlaanderen is de coalitie gevormd. Met z’n startnota gooide Bart De Wever (N-VA) een erg Vlaamse, centrumrechtse visie op tafel. Is Di Rupo als ‘leider van de Franstalige gemeenschap’ in staat op een stevig antwoord te formuleren? En tot wat leidt dat dan federaal?

Elke these heeft z’n antithese, en dat leidt dan tot de synthese. Het was Fichte die deze filosofische manier van denken introduceerde, het was Hegel die ze populair maakte. Een Hegeliaanse manier van de zaken bekijken, het helpt vaak om de (historische) feiten achteraf te interpreteren of minstens om er een begrijpelijk verhaal van te maken.

Het verhaal waar wij nu inzitten, de dialectiek van de Wetstraat zo u wil, werkt deze maanden vanuit één centrale vraag: wanneer en hoe komen Bart De Wever (N-A) en Elio Di Rupo (PS) samen, en maken ze samen die ‘synthese’?

Deze week lanceerde Bart De Wever alvast zijn ‘these’. Die was er niet naast. Een startnota voor een Vlaamse regering, die opnieuw Zweeds gaat, zonder enig spoor van socialisten. Zeven pagina’s als ode aan de ‘Vlaamse natie’, zeven pagina’s die compleet focussen op Vlaanderen, inclusief een Vlaamse canon en een openbare omroep die de “Vlaamse identiteit moet versterken”. Het woord “België” valt niet in de nota. Of toch. Om te melden dat in 2024, “wanneer België het Europees voorzitterschap heeft, het “Vlaanderen zal zijn dat een hoofdrol speelt”. Dank u wel, tot ziens.

Afwijzing voor de Franstaligen

Het moet toch even slikken geweest zijn voor veel waarnemers en politici aan Franstalige kant. Want waar een groot deel van de Vlaamse publieke opinie al onpasselijk reageert op een dergelijke Vlaamse en rechtse visie, lezen de Franstaligen er de blauwdruk in van de plannen van een echtgenote die een gelukkig en lang leven plant, vrij en blij, zonder nog enig toekomstig spoor van de partner uit een mislukt huwelijk. Met andere woorden: heel de nota leest als een pijnlijke afwijzing voor de Franstaligen.

Vraag is met welke antithese Di Rupo antwoordt op de Vlaamse ambities van De Wever.

Al jaren is dat de frustratie aan de andere kant van de taalgrens: wat zet je tegenover het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, hoe ga je om met dat ondertussen electoraal zo machtige blok van Vlaamse separatisten? Welke ideeën presenteer je als alternatief? Met welk groter narratief formuleer je zelf een krachtig antwoord? Het antwoordt blijft voorlopig uit.

Een Waalse nota

De taak op de schouders van Di Rupo, ondanks een verkiezingsnederlaag én een interne strijd van jewelste, nog steeds de numero uno in Franstalige België, is niet min. En de tijd tikt. Deze week wil Di Rupo immers met een zogenaamde ‘Waalse synthesenota’ komen: een formateursnota voor de nieuwe Waalse regering. Maar door de nota van De Wever, die stante pede ook publiek gemaakt werd door de Vlaamse informateur, ligt de lat plots hoger dan gewoon een verlanglijstje voor wat er in Namen moet uitgevoerd worden de komende vijf jaar.

Evident is dat niet. Niet in het minst omdat de onderliggende identiteit ten zuiden van de taalgrens complexer ineen zit dan in het noorden. Er is niet zoiets als “de Franstalige” in België, die naast de Vlaming staat. Het zijn er eerder twee: de Waalse en de Brusselse identiteit. En die twee zijn niet meteen liefhebbers van elkaar.

Franse en Vlaamse cultuur

Maar het gaat verder: Franstalig België ziet eerder de Franse media en de Franse cultuur als dé referentie, als de leitkultur. TV-sterren in Franstalig België, dat zijn niet de mensen van de RTBF of RTL, maar eerder die van TF1, France 2 of M6. De verkiezingen die er écht toe doen, zijn niet diegene waar Di Rupo weer eens de grootste is, maar waar Emmanuel Macron en Marine Le Pen aan meedoen.

Dat gebrek aan een volwaardige tegenhanger voor die Vlaamse identiteit is vandaag een serieuze hinderpaal voor Franstalige politici, maar misschien nog meer voor het separatisme van de N-VA. Het zou voor De Wever zoveel makkelijker zijn, moest er een échte antithese zijn, in de vorm van een eigen, Waals of Franstalig nationalisme.

Historisch gezien heeft dat wel degelijk bestaan, met onder meer het Rassemblement Wallon, maar zeker ook met een forse Waalse en Brusselse vleugels binnen de PS. In die zin hebben José Happart (PS) en Philippe Moureaux (PS) meer gedaan voor het regionalisme in België, dan ze bij de Flaminganten ooit graag zullen toegeven. Het was enkel met de PS aan boord, dat er grote stappen in de opeenvolgende staatshervormingen zijn gezet.

Geen Franstalig nationalisme meer aan de Waalse kant

Vandaag is er geen intellectuele, laat staan nationalistische sparringpartner meer voor de Vlaamse beweging, aan de overzijde van de taalgrens. Het enige sprankeltje hoop dat De Wever op dat vlak mag koesteren, is het metropool-denken, dat vanuit Luik en Charleroi op gang is gekomen. Die Waalse steden, met PS-burgemeesters Willy Demeyer (de ondervoorzitter van de PS) en Paul Magnette (de kroonprins) organiseerden enkele jaren geleden wel een ‘Waals regionalistisch congres’. Alleen staat de droom van een Waalse natie-staat daarin niet centraal, maar eerder “een Europa van de metropolen”. Niet meteen de antithese waarvan de Vlaamse beweging droomt.

Een zelfde verhaal in Brussel. Het ooit rabiate FDF is al veel langer het links-liberale DéFI geworden. Olivier Maingain kreeg onlangs de symbolisch functie van ‘brugfiguur’ tussen het Brussels en Waals gewest. De Franstalige kritiek op die job, met vijf betaalde kabinetsmedewerkers, was niet mals. Maar de rol van Maingain is symbolischer dan een discussie over verspilling van overheidsmiddelen: een paar bloempotfuncties voor uitgerangeerde politici lijkt al wat rest van regionalistische dromen over een ‘Waals-Brusselse federatie’.

Het ‘Belgische’ verhaal dan als narratief voor Di Rupo? Evenmin een mogelijkheid, zo lijkt. Recente studies over België en de perceptie daarrond toonden net aan dat het land en het concept België aan Franstalige kant heeft ingeboet, veel meer dan in Vlaanderen. Een Vlaming heeft vandaag gemiddeld meer affiniteit met België dan een Franstalige, zo blijkt uit grootschalige peilingen.

Komt daarbij dat Di Rupo bovendien met z’n Waalse formateursnota ook politiek flink moet dansen op een slappe koord. De Waalse onderhandelingen zijn begin de zomer opgestart tussen PS en Ecolo, met expliciet uitsluiten van de MR. Maar rood en groen hebben in Wallonië drie zetels te kort voor een meerderheid. Na weken trekken en sleuren bleek niemand bereid dat links minderheidskabinet op gang te duwen. Di Rupo was dus uiteindelijk veroordeeld tot de MR, terwijl de groenen mathematisch zo plots overbodig werden. Het gevolg was dat hij zou proberen blauw, rood en groen te verzoenen in die fameuze ‘synthesenota’.

Ecolo uit de onderhandelingen

Maar alles wijst erop dat Ecolo de onderhandelingen wil verlaten, hun aangescherpte verlanglijstje lekte onlangs in Le Soir. Di Rupo mag hen dus niet al te veel munitie geven om straks met slaande deuren weg te lopen: z’n linkse en groene flank moet afgedekt blijven. Maar tegelijk moet hij ook wel de MR aan boord houden, het moet dus wat naar rechts voor de liberalen. Maar veel ruimte heeft Di Rupo niet, met de communistische PTB die in z’n nek blaast en fors druk zet op de rode vakbonden.

Hoe dan ook wordt de Waalse formateursnota meteen een belangrijke toetssteen voor verdere federale avonturen. Komt het confederalisme dan toch ooit op tafel, in één of andere vorm? Dat de MR uitgerekend nu laat weten “van confederalisme geen spraken mag zijn” is een teken van hoop voor de N-VA: er is toch iets aan de hand.

Maar net zo goed presenteert Di Rupo straks een stedelijk, progressief, sociaal en internationalistisch antwoord op de Vlaamse tekst van De Wever? Het zou een begin van een federaal proces kunnen worden, een stap in elk geval, in het spel van these, antithese en synthese.

Rest daarbij natuurlijk wel de voorwaarde dat het ooit tot een deftig gesprek komt tussen PS en N-VA. De frustratie over het uitblijven van dergelijke dialoog bij De Wever, hing als een schaduw over de vreugde rond een nieuwe Vlaamse regering. Zijn pessimisme daarover was meteen ook een politiek statement: dit land is ziek, werkt niet meer, moet op de schop.

Toch gesprekken tussen PS en N-VA

Maar ook dat is wel degelijk een stukje theater. In de Wetstraat twijfelt niemand eraan dat het er vroeg of laat een dergelijk gesprek komt. “Ach, De Wever bepaalde helemaal het tempo in Vlaanderen, want hij was daar incontournable. Wij hebben ons daarbij neergelegd. Federaal is het de PS die onmisbaar is in bijna elke combinatie. Dan moet De Wever zich ook maar leren schikken: het is de PS die daar het tempo bepaalt”, zo weet een partijvoorzitter ons te vertellen. Geduld dus nog even, want Di Rupo heeft nog even werk aan z’n nota.

Gesponsorde artikelen