Left Right
scrollTop top

Anthony Vanden Borre: “In de kleedkamer van Anderlecht zitten enkel janetten”


Anthony Vanden Borre: “In de kleedkamer van Anderlecht zitten enkel janetten”

Het gebeurt zelden dat voetballers eens geen blad voor de mond nemen, en onversneden praten, zonder woordvoerder, manager of andere filter. Anthony Vanden Borre, al jaren bad boy, doet het nu in Het Laatste Nieuws. En hij laat geen spaander heel van z’n trainer en z’n ploeg.

Holy smoke, Vanden Borre, het enfant terrible van het Belgische voetbal haalt uit. Niet met een pegel op het veld, wel in de krant. Hij heeft daarvoor uiteraard geen toestemming nodig van het bestuur. “Ik zou toch niet mogen praten, maar iedereen heeft recht op de waarheid”, zegt hij.

De woede van Vanden Borre draait uiteraard rond z’n verbanning naar de B-kern van Anderlecht. Meteen bood de Brusselse club hem ook aan bij verschillende buitenlandse clubs, om verkocht te worden. Maar met het interview geeft Vanden Borre aan dat hij het keihard gaat spelen: “Dan zullen ze toch iets beters moeten vinden dan wat ik nu heb. Ik zit goed bij Anderlecht en heb nog drie jaar contract. Ze kunnen me zelfs met een pistool tegen mijn hoofd niet dwingen om weg te gaan.” En Vanden Borre legt ijskoud de vinger op de wonde: “Ik denk niet dat Anderlecht me makkelijk zal kunnen verkopen. Geen enkele club zit te wachten op een speler met mijn imago. Ook al strookt dat beeld niet met de werkelijkheid.”

Om vervolgens toch dat imago in één interview helemaal te bevestigen. Na de nederlaag op Oostende, waarbij vooral het tactisch concept van coach Besnik Hasi onder vuur kwam, werd in de kleedkamer van Anderlecht een hartig woordje gesproken. Of ten minste dat is wat Vanden Borre er nu over vertelt. Hij gaf kritiek op de staf en meteen mocht hij inpakken. Letterlijk. Plots zat hij in de B-kern. “Niemand heeft iets gezegd, ze hebben simpelweg mijn spullen uit mijn kastje beneden gezet. Meneer Van Holsbeeck maakte me tijdens een onderhoud duidelijk dat ik beter even met de B-kern kon trainen. Wel, ik heb het nérgens meegemaakt dat je gestraft wordt als je je gevoelens uit. En ik heb nochtans bij grote clubs gespeeld.”

“De meerderheid is bang”

Steun van de medespelers heeft hij niet gekregen. Over de kleedkamer van de club is hij spijkerhard: “Neen, er zitten enkel janetten. De meerderheid is bang. De jongeren verwijt ik niets – wat konden zíj doen? Ik heb geen vrienden in de vestiaire. Ik heb daar ook geen nood aan, we moeten in de eerste plaats een goed team vormen. Op Anderlecht is het ieder voor zich.”

Tussen hem en Besnik Hasi, de trainer, komt het nooit meer goed. Maar Vanden Borre durft wel de waarheid over z’n coach te zeggen. “Beeld je in: hij heeft ín Brussel een finale tegen Club verloren. Arme man.” En ook over de match in Oostende: “Wat Hasi deed in Oostende, pfu, zo ken ik hem. Hij houdt ervan om de show te verzorgen langs de zijlijn of zijn spelers te bekritiseren. Hoe hij reageerde na die mislukte voorzet van Acheampong… Wou hij hem helemaal breken? Of denkt hij dat zijn ploeg zo vertrouwen pakt? Blijkbaar weet hij ook niet of Dendoncker een verdediger of een middenvelder is. En we spelen zonder vleugels!” En nog: “De transferpolitiek van afgelopen zomer heb ik trouwens niet begrepen. Zo veel spelers gekocht, maar op die manier blokkeer je toch alleen maar de eigen jeugd? Maar ook daar heeft Hasi een groot aandeel in.”

En tegelijk zegt Vanden Borre niet te willen bewegen. Want contractueel moet Anderlecht hem wel blijven betalen. Dus ziet hij zichzelf lekker in die B-kern: “Ik zal élke dag met plezier naar de training gaan, hard werken en de jongeren met raad en daad bijstaan. Et voilà. Denken ze nu echt dat ik het ga laten hangen? Het zal net het tegenovergestelde zijn. Ik zal nooit opgeven.” En nog straffer: “Ik ben al langer bij Anderlecht dan meneer Van Holsbeeck en Besnik Hasi en zal er ook langer blijven dan zij. Dat is het lot. Mijn hoofd zit volledig bij Anderlecht.”


Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…